30.7.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 226/11


Beroep ingesteld op 10 mei 2011 — Europese Commissie/Franse Republiek

(Zaak C-216/11)

2011/C 226/22

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en O. Beynet, gemachtigden)

Verwerende partij: Franse Republiek

Conclusies

vaststellen dat de Franse Republiek, door bij het beoordelen van het commerciële karakter van het voorhanden hebben door particulieren van tabaksfabrikaten uit een andere lidstaat een louter kwantitatief criterium te gebruiken, doordat zij dit criterium per individueel voertuig (en niet per persoon), globaal voor alle tabaksproducten toepast, waardoor de invoer van tabaksproducten uit een andere lidstaat door particulieren gewoonweg wordt belet wanneer het om meer dan twee kilogram per individueel voertuig gaat, de krachtens richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 (1), met name de artikelen 8 en 9 ervan, en krachtens artikel 34 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;

de Franse Republiek verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Vooreerst verwijt de Commissie aan verweerster het gebruik van een louter kwantitatief criterium voor het bepalen van een inbreuk terwijl de in artikel 9, lid 2, van voormelde richtlijn 92/12 (en ook in artikel 32, lid 3, van richtlijn 2008/118 (2)) vermelde niveaus slechts indicatief zijn en geenszins het enige element kunnen zijn dat in aanmerking wordt genomen om te bepalen of de tabak werkelijk voor commerciële doeleinden voorhanden wordt gehouden dan wel voor eigen gebruik van de particulier die het vervoert.

Bovendien merkt de Commissie op dat de in de artikelen 575 G en H van het algemeen belastingwetboek neergelegde drempels van 1 en 2 kg voor alle voorhanden zijnde tabaksproducten (sigaretten, rooktabak, sigaren, enz.) gelden, terwijl de door de richtlijn bepaalde minimumniveaus cumulatieve indicatieve niveaus zijn, die voor elk van de tabaksproducten worden bepaald.

Verzoekster stelt tevens dat de Franse regelgeving drempels per voertuig instelt en niet per persoon, hetgeen het eenvoudigweg cumuleren van de vervoerde hoeveelheden in eenzelfde voertuig tot gevolg heeft, ongeacht het aantal personen aan boord van het voertuig.

Ten tweede voert verzoekster schending van artikel 34 VWEU aan aangezien de nationale bepalingen de invoer in Frankrijk van bepaalde hoeveelheden tabaksproducten vanuit een andere lidstaat beletten, ook al worden zij voorhanden gehouden voor eigen gebruik van de betrokkene. Het zou dus gaan om „maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen” die tot doel of tot gevolg hebben producten uit andere lidstaten minder gunstig te behandelen.

De Commissie verwerpt ten derde de door verwerende partij ingeroepen rechtvaardigingsgronden die met name verband houden met het ontbreken van harmonisatie van het belastingwezen op Europees niveau en ook met de noodzaak de doelstelling van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen door de strijd tegen roken op te voeren.


(1)  Richtlijn 92/12/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop (PB L 76, blz. 1).

(2)  Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van richtlijn 92/12/EEG (PB 2009, L 9, blz. 12).