|
14.5.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 145/7 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hessische Landessozialgericht, Darmstadt (Duitsland) op 10 februari 2011 — Land Hessen, vertegenwoordigd door het Regierungspräsidium Gießen/Florence Feyerbacher
(Zaak C-62/11)
2011/C 145/09
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Hessisches Landessozialgericht, Darmstadt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Land Hessen, vertegenwoordigd door het Regierungspräsidium Gießen
Verwerende partij: Florence Feyerbacher
Prejudiciële vragen
|
1) |
Maakt de Overeenkomst van 18 september 1998 tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Europese Centrale Bank (hierna: „ECB”) inzake de zetel van de ECB (hierna: „zetelovereenkomst”) deel uit van het Unierecht, welk Unierecht voorrang heeft boven het nationale recht, of gaat het om een internationale overeenkomst? |
|
2) |
Moet artikel 15 van de zetelovereenkomst juncto artikel 36 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken (hierna: „ESCB”) en van de Europese Centrale Bank restrictief aldus worden uitgelegd dat de toepasselijkheid van Duits sociaal recht dat aanspraak verleent op uitkeringen, uitsluitend dan uitgesloten is voor personeelsleden van de ECB, wanneer de personeelsleden overeenkomstig de „arbeidsvoorwaarden” aanspraak hebben op een vergelijkbare sociale uitkering ten laste van de ECB? |
|
3) |
Ingeval de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord:
|