Zaak C-565/11

Mariana Irimie

tegen

Administraţia Finanţelor Publice Sibiu en Administraţia Fondului pentru Mediu

(verzoek van het Tribunalul Sibiu om een prejudiciële beslissing)

„Terugbetaling van belastingen die door lidstaat in strijd met Unierecht zijn geheven — Nationale regeling die beperking meebrengt van door deze staat over terugbetaalde belastingen verschuldigde rente — Berekening van rente vanaf dag die volgt op datum van verzoek om terugbetaling van belasting — Onverenigbaarheid met Unierecht — Doeltreffendheidsbeginsel”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Derde kamer) van 18 april 2013

  1. Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van het Hof – Grenzen – Bevoegdheid van nationale rechter – Juridische kwalificatie van het beroep in het hoofdgeding

    (Art. 267 VWEU)

  2. Recht van de Europese Unie – Rechtstreekse werking – Nationale belastingen die onverenigbaar zijn met het recht van de Unie – Teruggaaf – Modaliteiten – Toepassing van nationaal recht – Grenzen – Eerbiediging van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het effectiviteitsbeginsel van het recht van de Unie – Nationale regeling die toegekende rente beperkt tot rente vanaf de dag volgend op die van het verzoek tot teruggaaf – Ontoelaatbaarheid

  1.  Het is niet de taak van het Hof om het door de verzoeker in het hoofdgeding ingestelde beroep juridisch te kwalificeren. In casu staat het aan de verzoeker in het hoofdgeding om onder toezicht van de verwijzende rechterlijke instantie de aard en de grondslag van zijn vordering te preciseren.

    (cf. punt 19)

  2.  Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling, volgens welke de rente die bij teruggaaf van in strijd met het Unierecht geheven belasting wordt toegekend, slechts loopt vanaf de dag die volgt op die waarop om teruggaaf van deze belasting is verzocht.

    Bij ontbreken van een Unieregeling is het immers een aangelegenheid van het interne recht van elke lidstaat om de voorwaarden vast te stellen waaronder deze rente moet worden betaald, met name de rentevoet en de wijze waarop de rente wordt berekend, mits het gelijkwaardigheidsbeginsel en het effectiviteitsbeginsel worden geëerbiedigd.

    Een nationale regeling die pas rente toekent vanaf de dag die volgt op die waarop om teruggaaf van de ten onrechte geïnde belasting is verzocht, voldoet echter niet aan het effectiviteitsbeginsel, dat verlangt dat in geval van teruggaaf van belasting die door een lidstaat in strijd met het Unierecht is geïnd, de nationale voorschriften inzake met name de berekening van de eventueel verschuldigde rente niet ertoe leiden dat de belastingplichtige geen passende vergoeding krijgt voor het verlies dat hij als gevolg van de onverschuldigde betaling van belasting heeft geleden. Dit verlies hangt immers onder meer af van de duur van de onbeschikbaarheid van het in strijd met het Unierecht ten onrechte betaalde bedrag en doet zich in beginsel dus voor in de periode tussen de datum van de onverschuldigde betaling van de betrokken belasting en de datum van teuggaaf van deze belasting.

    (cf. punten 23, 26-29 en dictum)


Zaak C-565/11

Mariana Irimie

tegen

Administraţia Finanţelor Publice Sibiu en Administraţia Fondului pentru Mediu

(verzoek van het Tribunalul Sibiu om een prejudiciële beslissing)

„Terugbetaling van belastingen die door lidstaat in strijd met Unierecht zijn geheven — Nationale regeling die beperking meebrengt van door deze staat over terugbetaalde belastingen verschuldigde rente — Berekening van rente vanaf dag die volgt op datum van verzoek om terugbetaling van belasting — Onverenigbaarheid met Unierecht — Doeltreffendheidsbeginsel”

Samenvatting – Arrest van het Hof (Derde kamer) van 18 april 2013

  1. Prejudiciële vragen — Bevoegdheid van het Hof — Grenzen — Bevoegdheid van nationale rechter — Juridische kwalificatie van het beroep in het hoofdgeding

    (Art. 267 VWEU)

  2. Recht van de Europese Unie — Rechtstreekse werking — Nationale belastingen die onverenigbaar zijn met het recht van de Unie — Teruggaaf — Modaliteiten — Toepassing van nationaal recht — Grenzen — Eerbiediging van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het effectiviteitsbeginsel van het recht van de Unie — Nationale regeling die toegekende rente beperkt tot rente vanaf de dag volgend op die van het verzoek tot teruggaaf — Ontoelaatbaarheid

  1.  Het is niet de taak van het Hof om het door de verzoeker in het hoofdgeding ingestelde beroep juridisch te kwalificeren. In casu staat het aan de verzoeker in het hoofdgeding om onder toezicht van de verwijzende rechterlijke instantie de aard en de grondslag van zijn vordering te preciseren.

    (cf. punt 19)

  2.  Het Unierecht moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling, volgens welke de rente die bij teruggaaf van in strijd met het Unierecht geheven belasting wordt toegekend, slechts loopt vanaf de dag die volgt op die waarop om teruggaaf van deze belasting is verzocht.

    Bij ontbreken van een Unieregeling is het immers een aangelegenheid van het interne recht van elke lidstaat om de voorwaarden vast te stellen waaronder deze rente moet worden betaald, met name de rentevoet en de wijze waarop de rente wordt berekend, mits het gelijkwaardigheidsbeginsel en het effectiviteitsbeginsel worden geëerbiedigd.

    Een nationale regeling die pas rente toekent vanaf de dag die volgt op die waarop om teruggaaf van de ten onrechte geïnde belasting is verzocht, voldoet echter niet aan het effectiviteitsbeginsel, dat verlangt dat in geval van teruggaaf van belasting die door een lidstaat in strijd met het Unierecht is geïnd, de nationale voorschriften inzake met name de berekening van de eventueel verschuldigde rente niet ertoe leiden dat de belastingplichtige geen passende vergoeding krijgt voor het verlies dat hij als gevolg van de onverschuldigde betaling van belasting heeft geleden. Dit verlies hangt immers onder meer af van de duur van de onbeschikbaarheid van het in strijd met het Unierecht ten onrechte betaalde bedrag en doet zich in beginsel dus voor in de periode tussen de datum van de onverschuldigde betaling van de betrokken belasting en de datum van teuggaaf van deze belasting.

    (cf. punten 23, 26-29 en dictum)