Zaak C-33/11
A Oy
(verzoek van de Korkein hallinto-oikeus om een prejudiciële beslissing)
„Zesde richtlijn — Vrijstellingen — Artikel 15, punt 6 — Vrijstelling voor levering van luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op betaald internationaal vervoer — Levering van luchtvaartuigen aan ondernemer die deze aan dergelijke maatschappij ter beschikking stelt — Begrip ‚betaald internationaal vervoer’ — Chartervluchten”
Samenvatting van het arrest
Recht van Europese Unie — Uitlegging — Meertalige teksten — Inaanmerkingneming van verschillende taalversies
Harmonisatie van de belastingwetgeving — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde — Vrijstellingen voorzien in Zesde richtlijn — Autonome begrippen van recht van Unie
(Richtlijn 77/388 van de Raad)
Harmonisatie van de belastingwetgeving — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde — Beginsel van fiscale neutraliteit — Strekking
(Richtlijn 77/388 van de Raad)
Harmonisatie van de belastingwetgeving — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde — Vrijstellingen voorzien in Zesde richtlijn — Vrijstelling voor bepaalde handelingen betreffende luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op betaald internationaal vervoer — Begrip „betaald internationaal vervoer” — Internationale chartervluchten ter voldoening aan vraag van ondernemingen en particulieren — Daaronder begrepen
(Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 15, punt 6)
Harmonisatie van de belastingwetgeving — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde — Vrijstellingen voorzien in Zesde richtlijn — Vrijstelling voor bepaalde handelingen betreffende luchtvaartuigen die worden gebruikt door luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op betaald internationaal vervoer — Werkingssfeer — Verwerving van luchtvaartuig door ondernemer om dit uitsluitend door dergelijke luchtvaartmaatschappij te laten gebruiken — Daaronder begrepen — Doorberekening van kosten van gebruik van luchtvaartuig aan aandeelhouder van koper, die dit luchtvaartuig hoofdzakelijk gebruikt voor zijn eigen zakelijke en/of particuliere doeleinden, waarbij luchtvaartmaatschappij het zelf kan inzetten voor andere vluchten — Geen invloed — Grenzen — Verbod van misbruik
(Richtlijn 77/388 van de Raad, art. 15, punt 6)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punt 24)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 31, 47)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 32-33, 48)
Het begrip „betaald internationaal vervoer” in de zin van artikel 15, punt 6, van de Zesde richtlijn (77/388) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/111, moet aldus worden uitgelegd dat het ook internationale chartervluchten ter voldoening aan de vraag van ondernemingen en particulieren omvat.
(cf. punt 35, dictum 1)
Artikel 15, punt 6, van de Zesde richtlijn (77/388) betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting, zoals gewijzigd bij richtlijn 92/111, moet aldus worden uitgelegd dat de daarin neergelegde vrijstelling ook geldt voor de levering van een luchtvaartuig aan een ondernemer die zelf niet behoort tot de luchtvaartmaatschappijen welke zich hoofdzakelijk toeleggen op het betaalde internationale vervoer in de zin van dit artikel, maar die dit luchtvaartuig koopt om het uitsluitend door een dergelijke maatschappij te laten gebruiken.
Het feit dat de koper van het luchtvaartuig de kosten van het gebruik ervan in rekening brengt aan een particulier die zijn aandeelhouder is en die dit luchtvaartuig hoofdzakelijk gebruikt voor zijn eigen zakelijke en/of particuliere doeleinden, waarbij de luchtvaartmaatschappij het ook kan inzetten voor andere vluchten, is niet van invloed op die uitlegging.
Het staat echter aan de nationale rechter om, conform de bewijsregels van het nationale recht en voor zover de doeltreffendheid van het recht van de Unie niet wordt aangetast, na te gaan of in het bij hem aanhangig gemaakte geding eventueel sprake is van de bestanddelen van misbruik. De regeling van de Unie mag immers niet zo ruim worden toegepast dat zij misbruiken van ondernemers zou dekken, dat wil zeggen handelingen die niet zijn verricht in het kader van normale handelstransacties, maar uitsluitend met het doel om de door het recht van de Unie toegekende voordelen onverschuldigd te verkrijgen.
(cf. punten 57, 62, 65-66, dictum 2 en 3)