Zaak C-32/11
Allianz Hungária Biztosító Zrt. e.a.
tegen
Gazdasági Versenyhivatal
(verzoek van de Magyar Köztársaság Legfelsőbb Bírósága om een prejudiciële beslissing)
„Mededinging — Artikel 101, lid 1, VWEU — Toepassing van soortgelijke nationale regeling — Bevoegdheid van het Hof — Bilaterale overeenkomsten tussen verzekeringsmaatschappij en autoreparatiebedrijven met betrekking tot uurtarieven voor reparaties — Verhoging van tarieven afhankelijk van aantal verzekeringsovereenkomsten dat door bemiddeling van deze als tussenpersoon voor verzekeringsmaatschappij handelende reparatiebedrijven wordt gesloten — Begrip ‚overeenkomst die naar de strekking ervan de mededinging beperkt’”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 maart 2013
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van nationale rechter – Beoordeling van noodzaak en relevantie van gestelde vragen
(Art. 267 VWEU)
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van het Hof – Uitlegging verzocht wegens toepasselijkheid op interne situatie van bepaling van recht van de Unie die door nationaal recht van toepassing is verklaard – Bevoegdheid tot geven van die uitlegging
(Art. 267 VWEU)
Prejudiciële vragen – Ontvankelijkheid – Voorwaarden – Vragen die verband houden met reëel geschil of voorwerp van geding – Verzoek waarbij aan het Hof voldoende nadere gegevens over feitelijke en juridische context worden verstrekt – Strekking
(Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23)
Mededinging – Mededingingsregelingen – Aantasting van mededinging – Beoordelingscriteria – Mededinging beperkend doel – Vaststelling toereikend – Onderscheid tussen inbreuken naar strekking en inbreuken naar gevolg
(Art. 101, lid 1, VWEU)
Mededinging – Mededingingsregelingen – Aantasting van mededinging – Beoordelingscriteria – Inhoud en doel van mededingingsregeling en economische en juridische context daarvan – Voornemen van partijen bij overeenkomst om mededinging te beperken – Criterium niet noodzakelijk – Inaanmerkingneming van dergelijk voornemen door mededingingsautoriteiten of nationale rechterlijke instanties en rechterlijke instantie van de Unie – Toelaatbaarheid – Mededingingsregeling die negatieve gevolgen kan hebben voor mededinging
(Art. 101, lid 1, VWEU)
Mededinging – Mededingingsregelingen – Overeenkomsten tussen ondernemingen – Aantasting van mededinging – Bilaterale overeenkomsten tussen autoverzekeraars en autodealers of een vereniging die deze autodealers vertegenwoordigt, over door die verzekeraars te betalen uurtarief voor reparaties aan bij hen verzekerde voertuigen – Band tussen vergoeding voor reparatie van beschadigde voertuigen en vergoeding voor bemiddeling inzake autoverzekeringen – Mededinging beperkend doel – Beoordelingscriteria – Individueel en concreet onderzoek door nationale rechterlijke instantie van inhoud en doel van overeenkomsten en van economische en juridische context ervan
(Art. 101, lid 1, VWEU)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punt 19)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 20-23)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 26-28)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 33-35)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 36-38)
Artikel 101, lid 1, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat overeenkomsten waarbij autoverzekeraars bilaterale afspraken maken met autodealers die een reparatiebedrijf hebben, of met een vereniging die deze autodealers vertegenwoordigt, over het door de verzekeringsmaatschappij te betalen uurtarief voor reparaties aan bij haar verzekerde voertuigen en dat tarief onder meer afhankelijk maken van het aantal en het percentage verzekeringsovereenkomsten dat de dealer als tussenpersoon voor die verzekeringsmaatschappij heeft afgesloten, kunnen worden aangemerkt als „naar hun strekking” de mededinging beperkend in de zin van deze bepaling wanneer na een individueel en concreet onderzoek van de inhoud en het doel van deze overeenkomsten en de economische en juridische context ervan blijkt dat zij naar hun aard schadelijk zijn voor de goede werking van de normale mededinging op een van de twee betrokken markten.
(cf. punt 51 en dictum)
Zaak C-32/11
Allianz Hungária Biztosító Zrt. e.a.
tegen
Gazdasági Versenyhivatal
(verzoek van de Magyar Köztársaság Legfelsőbb Bírósága om een prejudiciële beslissing)
„Mededinging — Artikel 101, lid 1, VWEU — Toepassing van soortgelijke nationale regeling — Bevoegdheid van het Hof — Bilaterale overeenkomsten tussen verzekeringsmaatschappij en autoreparatiebedrijven met betrekking tot uurtarieven voor reparaties — Verhoging van tarieven afhankelijk van aantal verzekeringsovereenkomsten dat door bemiddeling van deze als tussenpersoon voor verzekeringsmaatschappij handelende reparatiebedrijven wordt gesloten — Begrip ‚overeenkomst die naar de strekking ervan de mededinging beperkt’”
Samenvatting – Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 14 maart 2013
Prejudiciële vragen — Bevoegdheid van nationale rechter — Beoordeling van noodzaak en relevantie van gestelde vragen
(Art. 267 VWEU)
Prejudiciële vragen — Bevoegdheid van het Hof — Uitlegging verzocht wegens toepasselijkheid op interne situatie van bepaling van recht van de Unie die door nationaal recht van toepassing is verklaard — Bevoegdheid tot geven van die uitlegging
(Art. 267 VWEU)
Prejudiciële vragen — Ontvankelijkheid — Voorwaarden — Vragen die verband houden met reëel geschil of voorwerp van geding — Verzoek waarbij aan het Hof voldoende nadere gegevens over feitelijke en juridische context worden verstrekt — Strekking
(Art. 267 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 23)
Mededinging — Mededingingsregelingen — Aantasting van mededinging — Beoordelingscriteria — Mededinging beperkend doel — Vaststelling toereikend — Onderscheid tussen inbreuken naar strekking en inbreuken naar gevolg
(Art. 101, lid 1, VWEU)
Mededinging — Mededingingsregelingen — Aantasting van mededinging — Beoordelingscriteria — Inhoud en doel van mededingingsregeling en economische en juridische context daarvan — Voornemen van partijen bij overeenkomst om mededinging te beperken — Criterium niet noodzakelijk — Inaanmerkingneming van dergelijk voornemen door mededingingsautoriteiten of nationale rechterlijke instanties en rechterlijke instantie van de Unie — Toelaatbaarheid — Mededingingsregeling die negatieve gevolgen kan hebben voor mededinging
(Art. 101, lid 1, VWEU)
Mededinging — Mededingingsregelingen — Overeenkomsten tussen ondernemingen — Aantasting van mededinging — Bilaterale overeenkomsten tussen autoverzekeraars en autodealers of een vereniging die deze autodealers vertegenwoordigt, over door die verzekeraars te betalen uurtarief voor reparaties aan bij hen verzekerde voertuigen — Band tussen vergoeding voor reparatie van beschadigde voertuigen en vergoeding voor bemiddeling inzake autoverzekeringen — Mededinging beperkend doel — Beoordelingscriteria — Individueel en concreet onderzoek door nationale rechterlijke instantie van inhoud en doel van overeenkomsten en van economische en juridische context ervan
(Art. 101, lid 1, VWEU)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punt 19)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 20-23)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 26-28)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 33-35)
Zie de tekst van de beslissing.
(cf. punten 36-38)
Artikel 101, lid 1, VWEU moet aldus worden uitgelegd dat overeenkomsten waarbij autoverzekeraars bilaterale afspraken maken met autodealers die een reparatiebedrijf hebben, of met een vereniging die deze autodealers vertegenwoordigt, over het door de verzekeringsmaatschappij te betalen uurtarief voor reparaties aan bij haar verzekerde voertuigen en dat tarief onder meer afhankelijk maken van het aantal en het percentage verzekeringsovereenkomsten dat de dealer als tussenpersoon voor die verzekeringsmaatschappij heeft afgesloten, kunnen worden aangemerkt als „naar hun strekking” de mededinging beperkend in de zin van deze bepaling wanneer na een individueel en concreet onderzoek van de inhoud en het doel van deze overeenkomsten en de economische en juridische context ervan blijkt dat zij naar hun aard schadelijk zijn voor de goede werking van de normale mededinging op een van de twee betrokken markten.
(cf. punt 51 en dictum)