|
3.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 225/17 |
Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 20 juni 2013 — Europese Commissie/Koninkrijk der Nederlanden
(Zaak C-635/11) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijn 2005/56/EG - Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen - Artikel 16, lid 2, sub a en b - Uit grensoverschrijdende fusie ontstane vennootschap - Werknemers die werkzaam zijn in lidstaat waar vennootschap is gevestigd of in andere lidstaten - Medezeggenschapsrechten - Niet dezelfde rechten)
2013/C 225/28
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Enegren en M. van Beek, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk der Nederlanden (vertegenwoordigers: C. Schillemans en C. Wissels, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Verzuim om binnen de gestelde termijn de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 16, lid 2, sub b, van richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PB L 310, blz. 1) — Werknemersmedezeggenschap
Dictum
|
1) |
Het Koninkrijk der Nederlanden heeft niet voldaan aan de verplichtingen die krachtens artikel 16, lid 2, sub b, van richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen op hem rusten, doordat het niet alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld die nodig zijn om te verzekeren dat de werknemers van in andere lidstaten gelegen vestigingen van een vennootschap die uit een grensoverschrijdende fusie is ontstaan en haar statutaire zetel in Nederland heeft, dezelfde medezeggenschapsrechten hebben als de werknemers die in Nederland werkzaam zijn. |
|
2) |
Het Koninkrijk der Nederlanden wordt verwezen in de kosten. |