|
31.8.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 252/11 |
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 6 juni 2013 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Wien — Oostenrijk) — Bundeswettbewerbsbehörde/Donau Chemie AG, Donauchem GmbH, DC Druck-Chemie Süd GmbH & Co KG, Brenntag Austria Holding GmbH, Brenntag CEE GmbH, ASK Chemicals GmbH, voorheen Ashland-Südchemie-Kernfest GmbH, ASK Chemicals Austria GmbH, voorheen Ashland Südchemie Hantos GmbH
(Zaak C-536/11) (1)
(Mededinging - Inzage in dossier - Gerechtelijke procedure inzake boeten wegens schending van artikel 101 VWEU - Derde ondernemingen die schadevordering willen indienen - Nationale regeling die inzage in dossier afhankelijk stelt van toestemming van alle partijen bij geding - Doeltreffendheidsbeginsel)
2013/C 252/16
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Wien
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bundeswettbewerbsbehörde
Verwerende partijen: Donau Chemie AG, Donauchem GmbH, DC Druck-Chemie Süd GmbH & Co KG, Brenntag Austria Holding GmbH, Brenntag CEE GmbH, ASK Chemicals GmbH, voorheen Ashland-Südchemie-Kernfest GmbH, ASK Chemicals Austria GmbH, voorheen Ashland Südchemie Hantos GmbH
in tegenwoordigheid van: Bundeskartellanwalt, Verband Druck & Medientechnik
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Oberlandesgericht Wien — Uitlegging van de bepalingen van Unierecht betreffende kartels — Inzage in het dossier — Nationale regeling die, in administratieve mededingingsprocedures, de toegang van derden tot het dossier afhankelijk stelt van de toestemming van alle partijen in de procedure, zonder mogelijkheid tot afweging van alle betrokken belangen, terwijl een dergelijke belangafweging wat de toegang tot het dossier betreft wel plaatsvindt in vergelijkbare civiele gedingen en strafgedingen
Dictum
Het Unierecht, inzonderheid het doeltreffendheidsbeginsel, verzet zich tegen een bepaling van nationaal recht op grond waarvan inzage in de stukken van het dossier van een nationale procedure over de toepassing van artikel 101 VWEU, waaronder de stukken die zijn overgelegd in het kader van een clementieprogramma, door derden die geen partij zijn bij deze procedure en voornemens zijn een schadevordering in te stellen tegen karteldeelnemers, enkel afhankelijk is gesteld van de toestemming van alle partijen bij deze procedure, zonder dat de nationale rechter de mogelijkheid is gelaten om de betrokken belangen te wegen.