22.12.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 399/5


Arrest van het Hof (Achtste kamer) van 25 oktober 2012 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Förvaltningsrätt i Falun — Zweden) — Daimler AG (C-318/11), Widex A/S (C-319/11)/Skatteverket

(Gevoegde zaken C-318/11 en C-319/11) (1)

(Gemeenschappelijk stelsel van belasting over toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 170 en 171 - Achtste btw-richtlijn - Artikel 1 - Richtlijn 2008/9/EG - Artikel 3, sub a - Regeling voor teruggaaf van belasting over toegevoegde waarde aan niet in binnenland gevestigde belastingplichtigen - In lidstaat gevestigde belastingplichtige die in andere lidstaat uitsluitend technische tests of onderzoek verricht)

2012/C 399/07

Procestaal: Zweeds

Verwijzende rechter

Förvaltningsrätt i Falun

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Daimler AG (C-318/11), Widex A/S (C-319/11)

Verwerende partij: Skatteverket

Voorwerp

(C-318/11)

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Förvaltningsrätten i Falun — Uitlegging van de artikelen 170 en 171 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) en van de artikelen 1 en 2 van de Achtste richtlijn (79/1072/EEG) van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen (PB L 331, blz. 11) alsook van de artikelen 2, 3 en 5 van richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PB L 44, blz. 23) — In lidstaat A gevestigde automobielproducent, die in lidstaat B een aantal verwervingen deed, om via een in deze lidstaat gevestigde dochteronderneming zijn voertuigen in winteromstandigheden op weerstand te testen voor verkoop ervan in lidstaat A — 100 %-dochteronderneming van automobielproducent met als hoofddoel de moedermaatschappij lokalen, testpistes en diensten in verband met de testactiviteit in lidstaat B ter beschikking te stellen, die noodzakelijk zijn voor de commerciële activiteiten van de moedermaatschappij in de lidstaat waar zij is gevestigd — Al dan niet bestaan van een vaste inrichting van de automobielproducent in lidstaat B

(C-319/11)

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Förvaltningsrätten i Falun — Uitlegging van de artikelen 170 en 171 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) en van de artikelen 1 en 2 van de Achtste richtlijn (79/1072/EEG) van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen (PB L 331, blz. 11) — In lidstaat A gevestigde hoortoestellen vervaardigende vennootschap, die in lidstaat B goederen en diensten heeft gekocht voor de activiteiten van haar in deze lidstaat gevestigde afdeling voor audiologisch onderzoek waarvan het personeel door deze vennootschap is tewerkgesteld — Al dan niet bestaan van een vaste inrichting van de hoortoestellen vervaardigende vennootschap in lidstaat B

Dictum

1)

Een in een lidstaat gevestigde belastingplichtige ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde die in een andere lidstaat uitsluitend technische tests of onderzoek verricht met uitzondering van belastbare handelingen, kan niet worden geacht in deze andere lidstaat te beschikken over een „vaste inrichting van waaruit de handelingen worden verricht” in de zin van artikel 1 van de Achtste richtlijn (79/1072/EEG) van de Raad van 6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/98/EG van de Raad van 20 november 2006, en artikel 3, sub a, van richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn.

2)

Aan deze uitlegging wordt in een situatie als die van het hoofdgeding in zaak C-318/11 niet afgedaan door de omstandigheid dat de belastingplichtige in de lidstaat van zijn verzoek om teruggaaf een 100 %-dochteronderneming heeft die nagenoeg uitsluitend tot doel heeft om voor hem verschillende diensten in verband met de technische tests te verrichten.


(1)  PB C 269 van 10.9.2011.