|
1.6.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 156/3 |
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 9 april 2013 — Europese Commissie/Ierland
(Zaak C-85/11) (1)
(Niet-nakoming - Fiscale bepalingen - Richtlijn 2006/112/EG - Artikelen 9 en 11 - Nationale wettelijke regeling volgens welke niet-belastingplichtige personen kunnen worden opgenomen in groep van personen die als één btw-plichtige kunnen worden aangemerkt)
2013/C 156/03
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordiger: R. Lyal, gemachtigde)
Verwerende partij: Ierland (vertegenwoordigers: D. O’Hagen, gemachtigde, G. Clohessy SC, N. Travers, BL)
Interveniënten aan de zijde van de verwerende partij: Tsjechische Republiek (vertegenwoordigers: M. Smolek en T. Müller, gemachtigden), Koninkrijk Denemarken (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Vang, vervolgens V. Pasternak Jørgensen, gemachtigden), Republiek Finland (vertegenwoordigers: H. Leppo en M. S. Hartikainen, gemachtigden), Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: H. Walker, gemachtigde, bijgestaan door M. Hall, barrister)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 9 en 11 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347, blz. 1) — Nationale wettelijke regeling op grond waarvan niet-belastingplichtigen in een btw-groep kunnen worden opgenomen
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten. |
|
3) |
De Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland alsmede het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland dragen hun eigen kosten. |