1. Sociale politiek – Bescherming van veiligheid en gezondheid van werknemers –Richtlijn 2003/10 betreffende minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia (lawaai)
(Richtlijn 2003/10 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3 en 5‑7)
2. Sociale politiek – Bescherming van veiligheid en gezondheid van werknemers –Richtlijn 2003/10 betreffende minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot blootstelling van werknemers aan risico’s van fysische agentia (lawaai)
(Richtlijn 2003/10 van het Europees Parlement en de Raad, art. 5)
1. Richtlijn 2003/10 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai), zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/30, moet aldus worden uitgelegd dat een werkgever in een onderneming waarin de werknemers dagelijks aan lawaai boven 85 dB(A) – gemeten zonder rekening te houden met het effect van individuele gehoorbeschermers – worden blootgesteld, niet voldoet aan de verplichtingen van deze richtlijn door het enkele feit dat hij de werknemers dergelijke gehoorbeschermers ter beschikking stelt door middel waarvan de dagelijkse blootstelling aan lawaai tot onder 80 dB(A) kan worden teruggebracht, aangezien deze werkgever een programma van technische of organisatorische maatregelen moet uitvoeren om deze blootstelling aan lawaai tot onder 85 dB(A) – gemeten zonder rekening te houden met het effect van individuele gehoorbeschermers – terug te brengen.
(cf. punt 34, dictum 1)
2. Richtlijn 2003/10 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (lawaai), zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/30, moet aldus worden uitgelegd dat zij niet vereist dat een werkgever een salaristoeslag betaalt aan werknemers die aan lawaai boven 85 dB(A) – gemeten zonder rekening te houden met het effect van individuele gehoorbeschermers – worden blootgesteld, om de enkele reden dat hij geen programma van technische of organisatorische maatregelen heeft uitgevoerd om de dagelijkse blootstelling aan lawaai te beperken. Het nationale recht moet echter voorzien in passende instrumenten die ervoor zorgen dat een werknemer die aan lawaai boven 85 dB(A) – gemeten zonder rekening te houden met individuele gehoorbeschermers – wordt blootgesteld, de nakoming door de werkgever van de preventieve verplichtingen van artikel 5, lid 2, van die richtlijn kan doen gelden.
(cf. punt 43, dictum 2)