|
26.1.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 26/3 |
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 27 november 2012 — Italiaanse Republiek/Europese Commissie, Republiek Litouwen, Helleense Republiek
(Zaak C-566/10 P) (1)
(Hogere voorziening - Regeling van taalgebruik - Aankondigingen van algemene vergelijkende onderzoeken voor aanwerving van administrateurs en assistenten - Volledige bekendmaking in drie officiële talen - Taal van examen - Keuze van tweede taal uit drie officiële talen)
2013/C 26/04
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri, gemachtigde, P. Gentili, avvocato dello Stato)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Currall en J. Baquero Cruz, gemachtigden, bijgestaan door A. Dal Ferro, avvocato), Republiek Litouwen, Helleense Republiek (vertegenwoordigers: A. Samoni-Rantou, S. Vodina en G. Papagianni, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 13 september 2010, Italië/Commissie (gevoegde zaken T-166/07 en T-285/07), houdende afwijzing van een vordering tot nietigverklaring van de kennisgevingen van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/94/07 (PB 2007, C 45 A, blz. 3), EPSO/AST/37/07 (PB 2007, C 45 A, blz. 15) en EPSO/AD/95/07 (PB 2007, C 103 A, blz. 7)
Dictum
|
1) |
Het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 13 september 2010, Italië/Commissie (T-166/07 en T-285/07), wordt vernietigd. |
|
2) |
De aankondigingen van algemeen vergelijkend onderzoek EPSO/AD/94/07 voor de vorming van een aanwervingsreserve van administrateurs (AD 5) voor het werkgebied informatie, communicatie en media, EPSO/AST/37/07 voor de vorming van een aanwervingsreserve van assistenten (AST 3) voor het werkgebied communicatie en informatie en EPSO/AD/95/07 voor de vorming van een aanwervingsreserve (AD 5) voor het werkgebied informatie (bibliotheek/documentatie) worden nietig verklaard. |
|
3) |
De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten die de Italiaanse Republiek en haarzelf in beide instanties zijn opgekomen. |
|
4) |
De Helleense Republiek en de Republiek Litouwen dragen hun eigen kosten. |