|
28.1.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 25/19 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 november 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Højesteret — Denemarken) — Partrederiet Sea Fighter/Skatteministeriet
(Zaak C-505/10) (1)
(Richtlijn 92/81/EEG - Accijns op minerale oliën - Vrijstelling - Begrip „vaart” - Brandstof gebruikt voor graafmachine die op vaartuig is geïnstalleerd en onafhankelijk van motor van dat vaartuig werkt)
(2012/C 25/31)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Højesteret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Partrederiet Sea Fighter
Verwerende partij: Skatteministeriet
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Højesteret — Uitlegging van artikel 8, lid 1, sub c, van richtlijn 92/81/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën (PB L 316, blz. 12) — Vrijstelling van minerale oliën die worden gebruikt als brandstof voor de vaart — Begrip „voor de vaart” — Minerale oliën die worden gebruikt als brandstof voor een graafmachine die vast is aangebracht op een vaartuig maar die over een eigen motor en brandstoftank beschikt en dus onafhankelijk van de scheepsmotor van het vaartuig werkt
Dictum
Artikel 8, lid 1, sub c, van richtlijn 92/81/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën, zoals gewijzigd bij richtlijn 94/74/EG van de Raad van 22 december 1994, moet aldus worden uitgelegd, dat minerale oliën die worden geleverd om te worden gebruikt door een graafmachine die vast is aangebracht op een vaartuig, maar die over een eigen motor en brandstoftank beschikt en dus onafhankelijk van de scheepsmotor van het vaartuig werkt, niet van het accijnsrecht zijn vrijgesteld.