28.1.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 25/15


Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 24 november 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division (Patents Court) (Verenigd Koninkrijk)) — Georgetown University, University of Rochester, Loyola University of Chicago/Comptroller-General of Patents, Designs and Trade Marks

(Zaak C-422/10) (1)

(Geneesmiddelen voor menselijk gebruik - Aanvullend beschermingscertificaat - Verordening (EG) nr. 469/2009 - Artikel 3 - Voorwaarden voor verkrijging van certificaat - Begrip „door van kracht zijnd basisoctrooi beschermd product” - Criteria - Bestaan van bijkomende of andere criteria voor geneesmiddel dat meer dan één werkzame stof bevat of voor vaccin tegen meerdere ziekten („combinatievaccin” of „multivalent vaccin”))

(2012/C 25/24)

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division (Patents Court) (Verenigd Koninkrijk)

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Georgetown University, University of Rochester, Loyola University of Chicago

Verwerende partij: Comptroller-General of Patents, Designs and Trade Marks

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice (Chancery Division) — Uitlegging van artikel 3, sub b, van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 152, blz. 1) — Voorwaarden voor de verkrijging van het certificaat — Mogelijkheid van afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat voor een werkzame stof of een samenstelling van werkzame stoffen in een situatie waarin de werkzame stof of de samenstelling van werkzame stoffen wordt beschermd door een van kracht zijnd basisoctrooi in de zin van artikel 3, sub a, van de verordening

Dictum

Artikel 3, sub b, van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen moet aldus worden uitgelegd dat het, mits tevens is voldaan aan de overige voorwaarden ervan, niet eraan in de weg staat dat de bevoegde diensten voor de industriële eigendom van een lidstaat een aanvullend beschermingscertificaat afgeven voor een werkzame stof die is vermeld in de conclusies van het basisoctrooi waarop een beroep wordt gedaan, wanneer het geneesmiddel waarvan de vergunning voor het in de handel brengen wordt aangevoerd ter ondersteuning van de aanvraag voor een aanvullend beschermingscertificaat, niet alleen deze werkzame stof maar ook nog andere werkzame stoffen bevat.


(1)  PB C 301 van 6.11.2010.