|
21.5.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 152/20 |
Beschikking van de president van het Gerecht van 2 maart 2011 — 1. garantovaná/Commissie
(Zaak T-392/09 R)
(Kort geding - Mededinging - Beschikking van Commissie waarbij geldboete wordt opgelegd - Bankgarantie - Verzoek om opschorting van tenuitvoerlegging - Fumus boni juris - Financiële schade - Uitzonderlijke omstandigheden - Spoedeisendheid - Belangenafweging - Gedeeltelijke en voorwaardelijke opschorting)
2011/C 152/36
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: 1. garantovaná a.s. (Bratislava, Slowakije) (vertegenwoordigers: aanvankelijk M. Powell, solicitor, A. Sutton en G. Forwood, barristers, vervolgens M. Powell en G. Forwood)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: J. Bourke en N. von Lingen, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging van beschikking C(2009) 5791 def. van de Commissie van 22 juli 2009 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/39.396 — Reagentia op basis van calciumcarbid en magnesium voor de staal- en gasindustrie)
Dictum
|
1) |
Het verzoek tot interventie van Jaroslav Červenka, Milan Hošek, Roman Murar, Adrián Vološin, Milan Kasanický en Peter Fratič wordt afgewezen. |
|
2) |
De verplichting van verzoekster, 1. garantovaná a.s., om ten gunste van de Europese Commissie een bankgarantie te stellen ter voorkoming van de onmiddellijke invordering van de geldboete die haar is opgelegd bij artikel 2 van beschikking C(2009) 5791 def. van de Commissie van 22 juli 2009 inzake een procedure op grond van artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/39.396 — Reagentia op basis van calciumcarbid en magnesium voor de staal- en gasindustrie), totdat een van de volgende twee gebeurtenissen heeft plaatsgevonden:
en op voorwaarde dat:
|
|
3) |
De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden. |