Beschikking van het Hof (Vijfde kamer) van 26 maart 2010 – Eis.de/BBY Vertriebsgesellschaft

(Zaak C‑91/09)

„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Merken – Internet – Adverteren via trefwoorden (‚keyword advertising’) – Tonen van advertentie van concurrent van houder van merk aan hand van trefwoord dat gelijk is aan dat merk – Richtlijn 89/104/EEG – Artikel 5, lid 1, sub a”

Harmonisatie van wetgevingen – Merken – Richtlijn 89/104 – Recht van merkhouder om zich te verzetten tegen gebruik door derde van zelfde teken voor zelfde waren – Reclame in kader van zoekmachineadvertentiedienst op internet – Voorwaarde van recht van houder (Richtlijn 89/104 van de Raad, art 5, lid 1, sub a) (cf. punt 28)

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing – Bundesgerichtshof Karlsruhe – Uitlegging van artikel 5, lid 1, sub a, van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (PB 1989, L 40, blz. 1) – Registratie van een teken dat gelijk is aan een merk, bij een dienstverlener die een internetzoekmachine exploiteert, teneinde te bewerkstelligen dat wanneer dat teken als zoekwoord wordt ingegeven, er op het scherm automatisch reclame verschijnt voor dezelfde producten of diensten als die waarvoor het betrokken merk is ingeschreven („keyword advertising”) – Ontbreken toestemming van de merkhouder – Kwalificatie van deze benutting van het merk als „gebruik” in de zin van genoemde bepaling

Dictum

 

Artikel 5, lid 1, sub a, van de Eerste richtlijn (89/104/EEG) van de Raad van 21 december 1988 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, moet in die zin worden uitgelegd dat de houder van een merk een adverteerder kan verbieden om aan de hand van een trefwoord dat gelijk is aan dat merk en dat door die adverteerder zonder toestemming van de merkhouder is geselecteerd in het kader van een zoekmachineadvertentiedienst op internet, reclame te maken voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor dat merk is ingeschreven, wanneer die reclame het de gemiddelde internetgebruiker onmogelijk of moeilijk maakt te weten of de waren of diensten waarop de advertentie betrekking heeft, afkomstig zijn van de merkhouder of een economisch met hem verbonden onderneming, dan wel, integendeel, van een derde.