13.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 63/25


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tartu Ringkonnakohus (Estland) op 15 december 2009 — AS Rakvere Piim, AS Maag Piimatööstus/Veterinaar- ja Toiduamet

(Zaak C-523/09)

2010/C 63/42

Procestaal: Ests

Verwijzende rechter

Tartu Ringkonnakohus

Partijen in het hoofdgeding

Verzoeksters en appellantes: AS Rakvere Piim, AS Maag Piimatööstus

Verweerder en verweerder in hoger beroep: Veterinaar- ja Toiduamet

Prejudiciële vragen

Dient artikel 27, lid 4, sub a, van verordening (EG) nr. 882/2004 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn, aldus te worden uitgelegd, dat het zich niet ertegen verzet dat van een ondernemer voor de in bijlage IV, afdeling A, bij deze verordening genoemde activiteiten ook dan een vergoeding ter hoogte van een van de in bijlage IV, afdeling B, bij deze verordening vastgestelde minimumbedragen wordt geïnd, wanneer de kosten die de bevoegde autoriteiten in verband met de in bijlage VI bij deze verordening vermelde zaken hebben gedragen, deze minimumbedragen niet overschrijden?

Is een lidstaat onder de in de voorgaande vraag genoemde voorwaarden bevoegd om voor de in bijlage IV, afdeling A, bij deze verordening genoemde activiteiten vergoedingen vast te stellen die lager zijn dan de in bijlage IV, afdeling B, bij deze verordening vastgestelde minimumbedragen, wanneer de kosten die de bevoegde autoriteiten in verband met de in bijlage VI bij deze verordening vermelde zaken hebben gedragen, deze minimumbedragen niet overschrijden, zonder dat de voorwaarden van artikel 27, lid 6, van de verordening zijn vervuld?


(1)  PB L 165, blz. 1.