18.2.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 49/4


Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 21 december 2011 — ACEA SpA/Iride SpA, voorheen AEM SpA, Europese Commissie

(Zaak C-319/09 P) (1)

(Hogere voorziening - Staatssteun - Regeling van steun voor nutsbedrijven - Belastingvrijstellingen - Beschikking waarbij steunregeling onverenigbaar met gemeenschappelijke markt wordt verklaard - Beroep tot nietigverklaring - Ontvankelijkheid - Procesbevoegdheid - Procesbelang - Artikel 87 EG - Begrip „steun” - Artikel 88 EG - Begrip „nieuwe steun” - Verordening (EG) nr. 659/1999 - Artikelen 1 en 14 - Rechtmatigheid van bevel tot terugvordering - Motiveringsplicht)

2012/C 49/06

Procestaal: Italiaans

Partijen

Rekwirante: ACEA SpA (vertegenwoordigers: L. Radicati di Brozolo, A. Giardina en T. Ubaldi, advocaten)

Andere partijen in de procedure: Europese Commissie (vertegenwoordigers: E. Righini, V. Di Bucci en D. Grespan, gemachtigden), Iride SpA, voorheen AEM SpA (vertegenwoordigers: L. Radicati di Brozolo, M. Merola, T. Ubaldi en A. Santa Maria, advocaten)

Voorwerp

Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Achtste kamer — uitgebreid) van 11 juni 2009, ACEA/Commissie (T-297/02), houdende afwijzing van een verzoek om nietigverklaring van de artikelen 2 en 3 van beschikking 2003/193/EG van de Commissie van 5 juni 2002 inzake de steunmaatregel betreffende belastingvrijstellingen en leningen tegen gunstige voorwaarden die Italië heeft verstrekt ten gunste van nutsbedrijven waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft (PB 2003, L 77, blz. 21)

Dictum

1)

De principale en de incidentele hogere voorziening worden afgewezen.

2)

ACEA SpA wordt verwezen in de kosten van de principale hogere voorziening.

3)

De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten van de incidentele hogere voorziening.

4)

Iride SpA draagt haar eigen kosten.


(1)  PB C 267 van 7.11.2009.