Beschikking van het Hof (Achtste kamer) van 13 november 2008 – Gargani / Parlement
(Zaak C‑25/08 P)
„Hogere voorziening – Beroep ingesteld door voorzitter van commissie Juridische zaken van Parlement tegen ‚handeling’ van voorzitter van Parlement die heeft geleid tot indiening van opmerkingen namens Parlement in zaak betreffende verzoek om prejudiciële beslissing – Beroepstermijn”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste toepassing van artikel 230, vijfde alinea, EG, betreffende beroepstermijn (Art. 230, vijfde alinea, EG) (cf. punten 19‑26)
2. Hogere voorziening – Rechtsoverweging die niet noodzakelijk is ter onderbouwing van dictum van beschikking – Afwijzing (cf. punten 24‑25)
Voorwerp
| Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 21 november 2007, Gargani/Parlement (T‑94/06), waarbij het Gerecht kennelijk als niet-ontvankelijk heeft verworpen het door de voorzitter van de commissie Juridische zaken van het Europees Parlement ingestelde beroep tot vaststelling van de onrechtmatigheid van het besluit van de voorzitter van het Parlement om namens het Parlement overeenkomstig artikel 23, tweede alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie in het kader van een prejudiciële procedure schriftelijke opmerkingen in te dienen tegen het advies van de commissie Juridische zaken in en met weigering om de kwestie aan de plenaire vergadering voor te leggen |
Dictum
|
1) |
De hogere voorziening wordt afgewezen. |
|
2) |
wordt verwezen in de kosten. |