25.10.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 272/7


Beroep ingesteld op 4 juli 2008 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Franse Republiek

(Zaak C-299/08)

(2008/C 272/08)

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: G. Rozet en D. Kukovec, gemachtigden)

Verwerende partij: Franse Republiek

Conclusies

vaststelling dat de Franse Republiek, met de vaststelling en handhaving van de bij besluit nr. 2006-975 van 1 augustus 2006 ingevoerde artikelen 73 en 74-IV van de code des marchés publics (wetboek overheidsopdrachten), voor zover daarbij is voorzien in een procedure voor „ontwerpopdrachten” (marchés de définition) op basis waarvan een aanbestedende dienst een opdracht voor uitvoering (marché d'exécution) (van diensten, leveringen of werken) kan gunnen aan een van de bedrijven waaraan de ontwerpopdracht was gegund, zonder een nieuwe oproep tot mededinging uit te schrijven, of hoogstens met een tot die bedrijven beperkte oproep tot mededinging, de krachtens de artikelen 2, 28 en 31 van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, op haar rustende verplichtingen niet nagekomen (1);

verwijzing van de Franse Republiek in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

Met haar beroep verwijt de Commissie verweerster dat zij toestaat dat opdrachten onderhands worden gegund — of middels een beperkte oproep tot mededinging — in gevallen waarin dat volgens richtlijn 2004/18/EG niet is toegestaan. Door onderscheid te maken tussen „ontwerpopdrachten” (marchés de définition) en „uitvoeringsopdrachten” (marchés d'exécution) en door onder bepaalde voorwaarden toe te staan dat laatstgenoemde opdrachten worden gegund aan een van de bedrijven waaraan de aanvankelijke ontwerpopdracht was gegund, zonder nieuwe oproep tot mededinging, of hoogstens met een tot alleen die bedrijven beperkte oproep tot mededinging, schendt de Franse regeling immers de fundamentele beginselen van gelijkheid en transparantie waarop richtlijn 2004/18/EG is gestoeld. Volgens de Commissie is het uiteraard onmogelijk dat het voorwerp en de criteria voor gunning van een uitvoeringsopdracht nauwkeurig kunnen worden vastgesteld op een tijdsip waarop het project zelf nog niet is omschreven. De ontwerpopdracht en de uitvoeringsopdracht zijn twee duidelijk te onderscheiden opdrachten met elk hun eigen voorwerp en gunningscriteria, en zij moeten om die redenen dus elk richtlijn 2004/18/EG naleven.


(1)  PB L 134, blz. 114.