4.4.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 82/5


Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 12 februari 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landesarbeitsgericht Düsseldorf — Duitsland) — Dietmar Klarenberg/Ferrotron Technologies GmbH

(Zaak C-466/07) (1)

(Sociale politiek - Richtlijn 2001/23/EG - Overgang van ondernemingen - Behoud van rechten van werknemers - Begrip „overgang’ - Overdracht krachtens overeenkomst van een onderdeel van vestiging aan andere onderneming - Als organisatorische eenheid blijven bestaan na overdracht)

(2009/C 82/08)

Procestaal: Duits

Verwijzende rechter

Landesarbeitsgericht Düsseldorf

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Dietmar Klarenberg

Verwerende partij: Ferrotron Technologies GmbH

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Landesarbeitsgericht Düsseldorf — Uitlegging van artikel 1, lid 1, sub a en sub b, van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen (PB L 82, blz. 16) — Toepasselijkheid van richtlijn 2001/23/EG op een overdracht krachtens overeenkomst van een onderdeel van een vestiging aan een andere onderneming, die het overgedragen onderdeel in haar organisatorische structuur invoegt en niet als organisatorisch zelfstandig onderdeel laat voortbestaan — Begrip „overgang” in de zin van richtlijn 2001/23/EG

Dictum

Artikel 1, lid 1, sub a en b, van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, dient aldus te worden uitgelegd dat deze richtlijn eveneens kan worden toegepast in een situatie waarin het overgedragen onderdeel van de onderneming of de vestiging niet als organisatorische eenheid blijft bestaan, op voorwaarde dat de functionele band tussen de verschillende overgegane productiefactoren wordt gehandhaafd en deze de verkrijger de mogelijkheid biedt om deze productiefactoren te gebruiken om dezelfde of een soortgelijke economische activiteit voort te zetten, hetgeen door de verwijzende rechter moet worden nagegaan.


(1)  PB C 8 van 8.12.2008.