Beschikking van het Gerecht (Zevende kamer) van 8 september 2008 – Rath / BHIM – Grandel (Epican Forte)

(Zaak T‑373/06)

„Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure – Aanvraag voor gemeenschapswoordmerk Epican Forte – Ouder gemeenschapswoordmerk EPIGRAN – Relatieve weigeringsgrond – Verwarringsgevaar – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 – Kennelijk ongegrond beroep”

Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b) (cf. punten 32‑33, 65-66)

Voorwerp

Beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het BHIM van 5 oktober 2006 (zaak R 1069/2005-1) inzake een oppositieprocedure tussen Dr. Grandel GmbH en Matthias Rath

Gegevens betreffende de zaak

Aanvrager van het gemeenschapsmerk:

Matthias Rath

Betrokken gemeenschapsmerk:

woordmerk Epican Forte voor waren van de klassen 5, 30 en 32 – aanvraag nr. 2525251

Houder van het merk of teken op basis waarvan oppositie is ingesteld:

Dr. Grandel GmbH

Merk of teken op basis waarvan oppositie is ingesteld:

woordmerk EPIGRAN, oorspronkelijk ingeschreven voor waren van de klassen 1, 3 en 5, thans enkel nog voor waren van klasse 3 (gemeenschapsmerk nr. 560292), waarbij de oppositie uitsluitend was gericht tegen de inschrijving voor waren van klasse 5

Beslissing van de oppositieafdeling:

toewijzing van de oppositie en gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag

Beslissing van de kamer van beroep:

gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de oppositieafdeling


Dictum

1)

Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard.

2)

Matthias Rath wordt verwezen in zijn eigen kosten alsmede in die van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM) en van Dr. Grandel GmbH.