Arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 19 november 2008 – Rautaruukki / BHIM (RAUTARUUKKI)
(Zaak T‑269/06)
„Gemeenschapsmerk – Aanvraag voor gemeenschapswoordmerk RAUTARUUKKI – Absolute weigeringsgronden – Beschrijvend karakter – Geen onderscheidend vermogen – Artikel 7, lid 1, sub b en c, en artikel 7, lid 3, van verordening (EG) nr. 40/94 – Bewijsaanbiedingen”
1. Gemeenschapsmerk – Beroepsprocedure – Beroep bij gemeenschapsrechter – Bevoegdheid van Gerecht (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 135, lid 4; verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 63) (cf. punten 20‑21)
2. Procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten (Statuut van het Hof van Justitie, art. 21; reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1, sub c) (cf. punten 33‑35)
3. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken zonder onderscheidend vermogen, beschrijvende merken of merken die gebruikelijk zijn geworden (Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 3) (cf. punten 50‑51)
Voorwerp
| Beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het BHIM van 20 juli 2006 (zaak R 48/2006-4) inzake de inschrijving van het woordteken RAUTARUUKKI als gemeenschapsmerk |
Gegevens betreffende de zaak
|
Aanvrager van het gemeenschapsmerk: |
Rautaruukki Oyj |
|
Betrokken gemeenschapsmerk: |
woordmerk RAUTARUUKKI voor waren van onder meer klasse 6 – aanvraag nr. 3 608 081 |
|
Beslissing van de onderzoeker: |
weigering van inschrijving |
|
Beslissing van de kamer van beroep: |
verwerping van het beroep |
Dictum
|
1) |
Het beroep wordt verworpen. |
|
2) |
Rautaruukki Oyj wordt verwezen in de kosten. |