1. Harmonisatie van wetgevingen – Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening – Richtlijn 92/50 – Aanbestedende diensten – Publiekrechtelijke instelling
(Richtlijn 92/50 van de Raad, art. 1, sub b, tweede alinea, derde streepje)
2. Harmonisatie van wetgevingen – Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening – Richtlijn 92/50 – Werkingssfeer
(Richtlijn 92/50 van de Raad, art. 1, sub a‑iv)
1. Naar luid van de eerste alinea van artikel 1, sub b, van richtlijn 92/50 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, worden de publiekrechtelijke instellingen als „aanbestedende diensten” beschouwd. Volgens de tweede alinea ervan wordt onder „publiekrechtelijke instelling” verstaan iedere instelling die is opgericht met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang andere dan die van industriële of commerciële aard (eerste streepje), die rechtspersoonlijkheid heeft (tweede streepje) en waarvan ofwel de activiteiten in hoofdzaak door de Staat of de territoriale of andere publiekrechtelijke instellingen worden gefinancierd, ofwel het beheer is onderworpen aan toezicht door deze laatsten, ofwel de leden van de directie, de raad van bestuur of de raad van toezicht voor meer dan de helft door de Staat, de territoriale lichamen of andere publiekrechtelijke instellingen zijn aangewezen (derde streepje).
Wat het derde streepje betreft, moet de uitdrukking „in hoofdzaak door de Staat gefinancierd” aldus worden uitgelegd, dat er sprake is van een dergelijke financiering wanneer de activiteiten van publiekrechtelijke omroeporganisaties met rechtspersoonlijkheid die een taak van openbaar belang hebben, die onafhankelijk zijn van de staat, zelfbesturend zijn en dusdanig zijn georganiseerd dat beïnvloeding door de overheid is uitgesloten en die geen deel uitmaken van de staatsorde, hoofdzakelijk worden gefinancierd door een bijdrage ten laste van bezitters van een ontvangtoestel, die wordt opgelegd, berekend en geïnd overeenkomstig de bepalingen van daartoe gesloten overeenkomsten tussen de federale overheid en de deelstaten en die niet volgt uit een overeenkomst tussen deze instellingen en de verbruikers.
Daarenboven vereist de voorwaarde „door de staat gefinancierd”, in geval van financiering van deze activiteiten van publiekrechtelijke omroeporganisaties op de wijze als uiteengezet, niet dat de staat of andere overheden rechtstreeks tussenkomen bij de plaatsing door dergelijke instellingen van overheidsopdrachten die geen verband houden met het volbrengen van de eigenlijke taak van openbare dienstverlening van deze instellingen. Immers, voor zover, rekening houdend met de wijze van financiering ervan, het bestaan van de betrokken publiekrechtelijke omroeporganisaties zelf van de staat afhangt, is het criterium van afhankelijkheid van deze organisaties tegenover de staat vervuld, zonder dat het noodzakelijk is dat de overheid een concrete invloed kan uitoefenen op de verschillende beslissingen van de betrokken organisaties inzake de plaatsing van opdrachten.
(cf. punten 41, 50, 54-55, 60, dictum1-2)
2. Artikel 1, sub a‑iv, van richtlijn 92/50 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, naar luid waarvan deze richtlijn niet van toepassing is op overheidsopdrachten die diensten met betrekking tot de eigenlijke taak van televisie-omroeporganisaties betreffen, te weten de ontwikkeling en de productie van programma’s, moet aldus worden uitgelegd dat alleen overheidsopdrachten met betrekking tot de in die bepaling vermelde diensten buiten de werkingssfeer van deze richtlijn vallen.
Aangezien voornoemde bepaling een uitzondering vormt op het hoofddoel van de gemeenschapsrechtelijke regels betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten, te weten het vrije verkeer van diensten en de openstelling voor een zo groot mogelijke mededinging, moet zij beperkend worden uitgelegd. Derhalve zijn alleen de overheidsopdrachten voor de in artikel 1, sub a‑iv, van deze richtlijn vermelde diensten uitgesloten van de werkingssfeer van richtlijn 92/50, te weten de opdrachten betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de coproductie van programmamateriaal door omroeporganisaties en overeenkomsten betreffende zendtijd. Overheidsopdrachten voor diensten die niet in verband staan met activiteiten die betrekking hebben op de vervulling van de eigenlijke openbaredienstopdracht van de publiekrechtelijke omroeporganisaties, zijn daarentegen volledig onderworpen aan de gemeenschapsrechtelijke regels.
(cf. punten 62, 64, 67, dictum 3)