7.11.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 267/8


Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 17 september 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie/T. Sahin

(Zaak C-242/06) (1)

(Associatieovereenkomst EEG-Turkije - Vrij verkeer van werknemers - Invoering van legesheffing voor verkrijging van verblijfsvergunning in gastlidstaat - Schending van standstillbepaling van artikel 13 van besluit nr. 1/80 van associatieraad)

2009/C 267/13

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Raad van State

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

Verwerende partij: T. Sahin

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State — Uitlegging van artikel 13 van besluit nr. 1/80 van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de Associatie, dat is vastgesteld door de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, juncto artikel 59 van het Aanvullend Protocol dat namens de Gemeenschap is goedgekeurd en bevestigd bij verordening (EEG) nr. 2760/72 van de Raad van 19 december 1972 (PB L 293, blz. 1) — Verplichting tot betaling van leges ter zake van afdoening van aanvraag om verlenging van verblijfsvergunning — Niet tijdig aangevraagde verlenging

Dictum

Artikel 13 van besluit nr. 1/80 van 19 september 1980 betreffende de ontwikkeling van de associatie, genomen door de Associatieraad die is ingesteld bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, moet aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan de invoering, na de datum van inwerkingtreding van dit besluit ten aanzien van de betrokken lidstaat, van een nationale wettelijke regeling zoals die in het hoofdgeding, waarin voor de verlening of verlenging van een verblijfsvergunning leges wordt geheven, wanneer het bedrag van die leges voor Turkse staatsburgers onevenredig is aan het bedrag dat wordt gevraagd van gemeenschapsburgers.


(1)  PB C 212 van 2.9.2006.