Trefwoorden
Onderwerp
Dictum

Trefwoorden

Vervoer – Zeevervoer – Vrij verrichten van diensten – Cabotage in zeevervoer (Verordening nr. 3577/92 van de Raad, art. 6, lid 3) (cf. punten 18, 22, dictum 1)

2. Vervoer – Zeevervoer – Veiligheidsvoorschriften en normen voor passagiersschepen (Richtlijn 98/18 van de Raad, art. 5, lid 2, et 6, punt 3 sub a‑c, f en g) (cf. punten 27‑31, dictum 2)

Onderwerp

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing – Symvoulio tis Epikrateias – Uitlegging van de artikelen 1, lid 2, 4 en 6, lid 3, van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer) (PB L 364, blz. 7) – Mogelijkheid voor particulieren om met een beroep op de verordening de geldigheid aan de orde te stellen van een nationale regeling die vóór het einde van de in de verordening vervatte uitzonderingsregeling was vastgesteld – Uitlegging van de artikelen 5, lid 2, 6, lid 3, sub a, b, c, f en g, van richtlijn 98/18/EG van de Raad van 17 maart 1998 inzake veiligheidsvoorschriften en ‑normen voor passagiersschepen (PB L 144, blz. 1) – Verenigbaarheid van een nationale regeling die diensten op gebied van zeevervoer door schepen die bepaalde leeftijd hebben bereikt, verbiedt

Dictum

Dictum

1) Gelet op het bepaalde in artikel 6, lid 3, van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de lidstaten (cabotage in het zeevervoer), moet deze verordening aldus worden uitgelegd dat zij particulieren vóór 1 januari 2004 geen rechten kan toekennen op het gebied van cabotage met de Griekse eilanden voor geregelde passagiers‑ en veerdiensten en voor diensten met schepen van minder dan 650 bruto ton.

2) De artikelen 5, lid 2, en 6, lid 3, sub a tot en met c, f en g, van richtlijn 98/18/EG van de Raad van 17 maart 1998 inzake veiligheidsvoorschriften en ‑normen voor passagiersschepen, moeten aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die in absolute termen verbiedt dat schepen die een bepaalde leeftijd hebben bereikt, voor binnenlandse reizen worden gebruikt wanneer de betrokken lidstaat geen maatregelen heeft getroffen ter verbetering van de veiligheidsvoorschriften volgens de procedure van artikel 7, lid 4, van deze richtlijn.