|
5.6.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 148/2 |
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 15 april 2010 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Handens tingsrätt — Zweden) — Strafzaak tegen Lars Sandström
(Zaak C-433/05) (1)
(Richtlijnen 94/25/EG en 2003/44/EG - Harmonisatie van wetgevingen - Pleziervaartuigen - Verbod om waterscooters buiten openbare vaarwegen te gebruiken - Artikelen 28 EG en 30 EG - Maatregelen van gelijke werking - Toegang tot markt - Belemmering - Bescherming van milieu - Evenredigheid - Richtlijn 98/34/EG - Artikel 8 - Wijziging van nationale wettelijke bepaling - Verplichte kennisgeving - Voorwaarden)
2010/C 148/03
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Handens tingsrätt
Partij in de strafzaak
Lars Sandström
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Handens tingsrätt — Uitlegging van de artikelen 28 tot en met 30 EG en van richtlijn 2003/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003 tot wijziging van richtlijn 94/25/EG inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen (PB L 214, blz. 18) — Verbod om waterscooters elders dan op openbare waterwegen te gebruiken
Dictum
|
1. |
Richtlijn 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen, zoals gewijzigd bij richtlijn 2003/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 juni 2003, verzet zich niet tegen een nationale regeling die, om redenen van milieubescherming, het gebruik van waterscooters buiten de aangewezen vaarwegen verbiedt. |
|
2. |
De artikelen 34 VWEU en 36 VWEU verzetten zich niet tegen een dergelijke nationale regeling, op voorwaarde dat:
De verwijzende rechter dient na te gaan of in het hoofdgeding aan die voorwaarden is voldaan. |
|
3. |
Artikel 8, lid 1, van richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften, moet aldus worden uitgelegd dat een wijziging aan een ontwerp voor een technisch voorschrift dat overeenkomstig de eerste alinea van deze bepaling reeds aan de Commissie is meegedeeld en ten opzichte van het meegedeelde ontwerp slechts een versoepeling van de gebruiksvoorwaarden van het betrokken product inhoudt en derhalve de eventuele invloed van het technisch voorschrift op het handelsverkeer beperkt, geen significante wijzing van het ontwerp vormt in de zin van de derde alinea van deze bepaling en niet vooraf behoeft te worden meegedeeld aan de Commissie. Bij gebreke van een dergelijke verplichting tot voorafgaande mededeling, staat het feit dat een niet-significante wijziging van een technisch voorschrift niet vóór de vaststelling hiervan aan de Commissie is meegedeeld, niet in de weg aan toepassing van deze regel. |