Beschikking van het Gerecht (Vierde kamer) van 30 maart 2006 − Korkmaz e.a. / Commissie
(Zaak T‑2/04)
„Ontvankelijkheid – Beroep tot nietigverklaring – Handeling waartegen beroep kan worden ingesteld – Stilzwijgende weigering van Commissie om voorstel bij Raad in te dienen – Beroep wegens nalaten – Verzuim waartegen beroep kan worden ingesteld – Verzuim voorstel bij Raad in te dienen – Discretionaire bevoegdheid – Bevel”
1. Beroep tot nietigverklaring – Handelingen waartegen beroep kan worden ingesteld – Begrip – Handelingen die bindende rechtsgevolgen sorteren (Art. 230, eerste alinea, EG) (cf. punten 33‑45)
2. Beroep wegens nalaten – Natuurlijke of rechtspersonen (Art. 232, derde alinea, EG) (cf. punten 62‑65)
Voorwerp
| Primair, verzoek tot nietigverklaring van het periodieke verslag van de Commissie van 5 november 2003 inzake de vorderingen op het gebied van de toetreding van Turkije, voor zover dit een beschikking van de Commissie bevat houdende weigering een aanbeveling tot de Raad te richten inzake steunverlening aan Turkije vóór toetreding; subsidiair, verzoek tot vaststelling van nalaten dienaangaande en, in elk geval, verzoek om tot verweerster een bevel te richten |
Dictum
|
|
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. |
|
|
Cemender Korkmaz, Corner House Research en The Kurdish Human Rights Project worden verwezen in de kosten. |