BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer)
van 5 maart 2004
Zaak T-281/03
Xanthippi Liakoura
tegen
Raad van de Europese Unie
„Ambtenaren – Beoordelingsrapport – Beroep dat kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk rechtens volledig ongegrond is”
Volledige Franse tekst II - 0000
Betreft: Beroep tot nietigverklaring van bepaalde beoordelingen in verzoeksters beoordelingsrapport over de periode 1999/2001.
Beslissing: Het beroep wordt verworpen op grond dat het ten dele kennelijk niet-ontvankelijk en, voor het overige, kennelijk rechtens volledig ongegrond is. Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Beroep – Voorwerp – Bevel aan administratie – Niet-ontvankelijkheid
(Ambtenarenstatuut, art. 91)
2. Ambtenaren – Beroep – Procesbelang – Geen
(Ambtenarenstatuut, art. 91)
3. Ambtenaren – Beoordeling – Beoordelingsrapport – Beoordelingsvrijheid van beoordelaars – Rechterlijke toetsing – Grenzen
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
4. Ambtenaren – Beoordeling – Interne richtlijn van instelling betreffende beoordelingsprocedure – Rechtsgevolgen
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
1. Het Gerecht is niet bevoegd in het kader van de wettigheidtoetsing op grond van artikel 91 van het Statuut bevelen te geven, zodat een vordering dat een instelling wordt gelast een vertaling in het beoordelingsrapport van een ambtenaar op te nemen, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
(cf. punt 22)
Referentie: Hof 27 april 1989, Turner/Commissie, 192/88, Jurispr. blz. 1017; Gerecht 16 december 1997, Richter/Commissie, T‑19/97, JurAmbt. blz. I‑A‑379 en II‑1019, punt 60
2. Een ambtenaar heeft geen procesbelang meer bij een vordering tot nietigverklaring wanneer hij op het tijdstip van de instelling van het beroep reeds het doel heeft bereikt dat hij met de inleiding van de precontentieuze procedure voor ogen had.
(cf. punten 36‑38)
3. De beoordelaars hebben een zeer grote beoordelingsvrijheid bij hun waardering van het werk van degenen die zij moeten beoordelen en de rechter dient, behoudens in geval van een kennelijke vergissing of onredelijkheid, niet in deze beoordeling te treden. De facultatieve toelichting bij de beoordelingen in de gespecificeerde tabel heeft tot doel deze beoordelingen te motiveren, zodat de ambtenaar met volledige kennis van zaken de gegrondheid ervan kan beoordelen en het Gerecht, zo nodig, zijn rechterlijke controle kan uitoefenen.
(cf. punten 40 en 41)
Referentie: Hof 1 juni 1983, Seton/Commissie, 36/81, 37/81 en 218/81, Jurispr. blz. 1789, punt 23; Gerecht 9 maart 1999, Hubert/Commissie, T‑212/97, JurAmbt. blz. I‑A‑41 en II‑185, punt 142
4. De beoordelingsgids van een instelling heeft de waarde van een interne richtlijn die de instelling moet toepassen, tenzij zij beslist er door middel van een gemotiveerd en gedetailleerd besluit van af te wijken.
(cf. punt 42)
Referentie: Hof 1 december 1983, Blomefield/Commissie, 190/82, Jurispr. blz. 3981, punt 20; Gerecht 24 januari 1991, Latham/Commissie, T‑63/89, Jurispr. blz. II‑19, punt 5; Gerecht 21 oktober 1992, Maurissen/Rekenkamer, T‑23/91, Jurispr. blz. II‑2377, punten 41 en volgende