Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Beschrijvend karakter en ontbreken van onderscheidend vermogen van teken – Verband tussen desbetreffende bepalingen

(Verordening van de Raad nr. 40/94, art. 7, lid 1, sub b en c)

2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken zonder onderscheidend vermogen – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar – Woordteken CELLTECH

(Verordening van de Raad nr. 40/94, art. 7, lid 1, sub b en c)

Samenvatting

1. Een woordmerk dat kenmerken van waren of diensten beschrijft in de zin van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk, mist daardoor noodzakelijkerwijs elk onderscheidend vermogen voor deze waren of diensten in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van deze verordening

Om aan te tonen dat een merk waarvoor niet de weigeringsgrond van artikel 7, lid 1, sub c, van de verordening geldt, niettemin onderscheidend vermogen mist in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, moet het Bureau voor harmonisatie binnen de Interne markt (merken, tekeningen en modellen) evenwel uiteenzetten waarom het meent dat het merk geen onderscheidend vermogen heeft.

(cf. punten 23‑24)

2. Het woordteken CELLTECH, waarvan inschrijving als gemeenschapsmerk is gevraagd voor „farmaceutische, diergeneeskundige en hygiënische middelen, samenstellingen en substanties”, „chirurgische, medische, tandheelkundige en diergeneeskundige toestellen en instrumenten” en „onderzoek‑ en ontwikkelingsdiensten; diensten op het gebied van consultancy; allemaal met betrekking tot biologische, medische en chemische wetenschappen”, behorend tot respectievelijk de klassen 5, 10 en 42 als bedoeld in de Overeenkomst van Nice, mist geen onderscheidend vermogen in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk vanuit het oogpunt van de gemiddelde Engelse consument en van alle medisch gespecialiseerden, ongeacht hun moedertaal, aangezien enerzijds niet is aangetoond dat het aangevraagde merk niet kan worden ingeschreven wegens de weigeringsgrond van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 doordat het beschrijvend is voor de waren en diensten waarvoor de inschrijving is aangevraagd, en anderzijds geen andere redenen zijn uiteengezet waarom genoemd merk niettemin onderscheidend vermogen zou missen in de zin van dezelfde bepaling, sub b, en het merk, in zijn geheel beschouwd, het doelpubliek niet in staat zou stellen om de betrokken waren en diensten te onderscheiden van die welke een andere commerciële oorsprong hebben.

(cf. punten 31, 41, 44‑45)