Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Regels van richtlijn 89/104 betreffende beperkte rechtsgevolgen van nationaal merk – Inaanmerkingneming bij procedure voor inschrijving van merk dat uit familienaam bestaat – Daarvan uitgesloten

(Verordening nr.  40/94 van de Raad; richtlijn 89/104 van de Raad, art. 6, lid 1, sub a)

2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk – Aangevraagd merk dat uit één of meer familienamen bestaat – Beoordeling van verwarringsgevaar aan hand van zelfde criteria als die welke gelden voor andere categorieën merken

(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b)

3. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk – Beeldmerk dat woorden „Julián Murúa Entrena” bevat – Woordmerk MURÚA

(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b)

Samenvatting

1. Met artikel 6, lid 1, sub a, van richtlijn 89/104 inzake merken, dat ziet op de beperkingen van het aan een nationaal merk verbonden recht van de houder, waar het bepaalt dat hij een derde niet mag verbieden in het economisch verkeer gebruik te maken van zijn naam of adres, voorzover er sprake is van gebruik volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid of handel, kan geen rekening worden gehouden bij de procedure voor inschrijving van een gemeenschapsmerk dat één of meer persoonsnamen bevat, aangezien het derden niet het recht verleent om hun naam of adres als merk te gebruiken.

(cf. punten 45‑46)

2. Een teken dat de voornaam en de familienamen van een natuurlijke persoon bevat kan niet als gemeenschapsmerk worden ingeschreven indien het in strijd is met een relatieve weigeringsgrond voor inschrijving na oppositie door de houder van een ouder merk.

De criteria om te beoordelen of tussen een dergelijk gemeenschapsmerk waarvoor inschrijving is aangevraagd en een ouder merk gevaar van verwarring bestaat in de zin van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94, zijn, bij ontbreken van een andersluidende bepaling in deze verordening, immers dezelfde als die welke gelden voor de andere categorieën van merken.

(cf. punten 49‑50)

3. Bij het Spaanse publiek bestaat gevaar voor verwarring tussen het beeldteken met, in het bovenste deel ervan, een tekening van een landbouweigendom met bomen en wijnvelden eromheen en, in het onderste deel, wapenschilden met daarboven de woorden „Julián Murúa Entrena” (die als voornaam en familienamen worden opgevat), waarvoor de inschrijving als gemeenschapsmerk is aangevraagd voor „wijnen” van klasse 33 in de zin van de Overeenkomst van Nice, en het woordmerk MURÚA (dat als familienaam wordt gezien), dat in Spanje reeds eerder was ingeschreven voor „alle wijnsoorten” van dezelfde klasse, aangezien de door de conflicterende merken geïdentificeerde waren gelijk zijn en ook de conflicterende tekens overeenstemmen, omdat het dominerende bestanddeel van het woordteken van het aangevraagde merk en het enige element van het oudere merk gelijk zijn, zodat de gemiddelde Spaanse consument die te maken krijgt met een product van het aangevraagde merk, kan denken dat dit product en een product van het oudere merk dezelfde commerciële herkomst hebben.

(cf. punten 76, 78)