Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Internationale overeenkomsten – Sluiting – Voorafgaand advies van Hof

(Art. 300, lid 6, EG; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 107, lid 2)

2. Internationale overeenkomsten – Sluiting – Bevoegdheid van Gemeenschap – Exclusief karakter

3. Internationale overeenkomsten – Sluiting – Bevoegdheid van Gemeenschap – Exclusief karakter

(Art. 65 EG)

4. Internationale overeenkomsten – Sluiting – Bevoegdheid van Gemeenschap – Exclusief karakter

5. Internationale overeenkomsten – Sluiting – Bevoegdheid van Gemeenschap – Nieuw verdrag betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ter vervanging van huidig verdrag van Lugano – Exclusief karakter

(Verordening nr. 44/2001 van de Raad)

Samenvatting

1. Het advies van het Hof op grond van artikel 300, lid 6, EG kan worden ingewonnen over vragen die betrekking hebben op de bevoegdheidsverdeling tussen de Gemeenschap en de lidstaten ter zake van de sluiting van een bepaald akkoord met derde staten.

(cf. punt 112)

2. Aangezien de Gemeenschap geen andere dan de haar toegekende bevoegdheden heeft, moet het bestaan van een bevoegdheid die in het Verdrag niet eens uitdrukkelijk is voorzien en exclusief is, worden gebaseerd op de gevolgtrekkingen uit een concreet onderzoek van de verhouding tussen het beoogde akkoord en het geldende gemeenschapsrecht waaruit blijkt dat het sluiten van een dergelijk akkoord de gemeenschapregels kan aantasten.

In bepaalde gevallen volstaan het onderzoek en de vergelijking van het door de gemeenschapsregels en het door het beoogde akkoord bestreken gebied om uit te sluiten dat er sprake is van aantasting van de gemeenschapsregels.

Het is echter niet noodzakelijk dat het door het internationale akkoord bestreken gebied en dat van de communautaire regeling elkaar volledig dekken. Wanneer moet worden bepaald of is voldaan aan het in advies 2/91 genoemde criterium dat is vervat in de formule „een gebied dat goeddeels reeds wordt bestreken door communautaire regelgeving”, moet het onderzoek niet enkel worden gebaseerd op de reikwijdte van de betrokken regels, maar eveneens op de aard en de inhoud ervan. Tevens dient niet alleen rekening te worden gehouden met de huidige stand van het gemeenschapsrecht op het betrokken gebied, maar ook met de verwachte ontwikkeling indien deze op het tijdstip van dat onderzoek voorspelbaar is.

Het is dus van wezenlijk belang een uniforme en coherente toepassing van de gemeenschapsregels en een goede werking van het daarbij ingestelde systeem te verzekeren, teneinde de volle werking van het gemeenschapsrecht te garanderen.

(cf. punten 124‑128)

3. In het kader van een internationaal akkoord betekent een eventueel initiatief om tegenstrijdigheden tussen het gemeenschapsrecht en dat akkoord te vermijden niet dat niet vóór het sluiten van het beoogde akkoord moet worden uitgemaakt of het de gemeenschapsregels kan aantasten.

In dit verband vormt het feit dat een internationaal akkoord een zogenoemde „ontkoppelingsclausule” bevat, volgens welke dat akkoord de toepassing van de relevante gemeenschapsrechtelijke bepalingen door de lidstaten onverlet laat, geen garantie dat er geen sprake is van aantasting van de gemeenschapsregels door de bepalingen van het akkoord dankzij een afbakening van de respectieve werkingssfeer van de twee soorten bepalingen, maar kan het er integendeel op wijzen dat de gemeenschapsregels wél zijn aangetast. Een dergelijk mechanisme ter voorkoming van elk conflict bij de uitvoering van het akkoord is op zich geen beslissend gegeven voor de beantwoording van de vraag of de Gemeenschap over een exclusieve bevoegdheid beschikt om dat akkoord te sluiten dan wel of deze bevoegdheid bij de lidstaten ligt. Deze vraag dient vóór de sluiting van dat akkoord te worden beantwoord.

(cf. punten 129‑130)

4. De rechtsgrondslag waarop de gemeenschapsregels zijn gebaseerd en meer in het bijzonder de voorwaarde betreffende de goede werking van de interne markt als bedoeld in artikel 65 EG, zijn als zodanig irrelevant voor het onderzoek of een internationaal akkoord gemeenschapsregels aantast. De rechtsgrondslag van een interne regeling wordt immers bepaald door het hoofdbestanddeel ervan, terwijl de regel waarvan de aantasting wordt onderzocht, slechts een bijkomstig bestanddeel van deze regeling kan zijn. De exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap heeft met name tot doel de doeltreffendheid van het gemeenschapsrecht en de goede werking van de bij deze regels ingestelde systemen te verzekeren, ongeacht de eventuele grenzen die zijn gesteld in de verdragsbepaling waarop de instellingen zich voor de vaststelling van die regels hebben gebaseerd.

(cf. punt 131)

5. Een internationale regeling die regels bevat aan de hand waarvan conflicten tussen verschillende, door verscheidene rechtsorden opgestelde bevoegdheidsregels kunnen worden opgelost met gebruikmaking van variërende aanknopingscriteria, kan een bijzonder ingewikkeld systeem vormen, dat om coherent te zijn, zo omvattend mogelijk moet zijn. De geringste leemte in deze regels zou immers kunnen leiden tot een gelijktijdige bevoegdheid van verschillende gerechten om eenzelfde geding te beslechten, doch tevens tot het geheel ontbreken van rechterlijke bescherming, wanneer geen enkel gerecht bevoegd kan worden geacht om het geding te beslechten.

In de internationale akkoorden die door de lidstaten of de Gemeenschap met derde staten zijn gesloten, geven deze collisieregels noodzakelijkerwijs criteria voor de bevoegdheid van de gerechten niet alleen van derde staten maar ook van de lidstaten, en bijgevolg betreffen zij de gebieden die zijn geregeld bij verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

Deze verordening bevat een stelsel van regels dat een omvattend systeem vormt. Deze regels zijn niet alleen van toepassing op de verhoudingen tussen de verschillende lidstaten, aangezien zij procedures aanhangig bij de gerechten van verschillende lidstaten betreffen, en beslissingen van de gerechten van een lidstaat met het oog op de erkenning en tenuitvoerlegging ervan in een andere lidstaat, maar tevens op de verhoudingen tussen een lidstaat en een derde staat.

Vanwege het omvattende en coherente stelsel van bevoegdheidsregels dat in verordening nr. 44/2001 is gegeven, zou dus elk internationaal akkoord waarbij eveneens een omvattend stelsel van collisieregels wordt gegeven, zoals het nieuwe verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, dat het huidige verdrag van Lugano beoogt te vervangen, de bevoegdheidsregels daarvan kunnen aantasten.

Bovendien kunnen de gemeenschapsregels betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen niet los worden gezien van de regels betreffende de bevoegdheid van de gerechten, tezamen waarmee zij een omvattend en coherent systeem vormen, zodat het nieuwe verdrag van Lugano de uniforme en coherente toepassing van de gemeenschapsregels, zowel wat de rechterlijke bevoegdheid als wat de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen betreft, en de goede werking van het bij deze regels ingestelde omvattende systeem aantast.

Voorts geven verschillende bepalingen van het beoogde akkoord, zoals de uitzonderingen op de ontkoppelingsclausule die daarin op het gebied van de bevoegdheid van de gerechten zijn opgenomen, en het beginsel zelf dat rechterlijke beslissingen die zijn gegeven door gerechten van staten die geen lid zijn van de Gemeenschap, in de lidstaten zonder procedure worden erkend, er blijk van dat er sprake kan zijn van aantasting van de gemeenschapsregels door het beoogde akkoord.

Bijgevolg valt de sluiting van het nieuwe verdrag van Lugano volledig onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap.

(cf. punten 141‑142, 144, 151, 156‑160, 168, 170, 172‑173 en dictum)