1. Beroep tot nietigverklaring — Beroep tegen beschikking die slechts bevestiging vormt van eerdere niet binnen termijnen aangevochten beschikking — Niet-ontvankelijkheid — Begrip bevestigende beschikking — (Art. 230 EG)
2. Beroep tot nietigverklaring — Bevoegdheid van gemeenschapsrechter — Conclusies strekkende tot bevel aan instelling — Niet-ontvankelijkheid — (Art. 230 EG en 233 EG)
3. Procedure — Kosten — Begroting — Invorderbare kosten — Begrip — In aanmerking te nemen factoren — Kosten van procedure voor Europese ombudsman — Daarvan uitgesloten — (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 91, sub b)
1. Een beroep tot nietigverklaring van een beschikking die slechts een bevestiging vormt van een eerdere niet binnen de termijnen aangevochten beschikking, is niet-ontvankelijk. Van een zuiver bevestigende beschikking is sprake, wanneer zij geen enkel nieuw element bevat vergeleken met een eerdere handeling en niet is voorafgegaan door een heronderzoek van de situatie van de adressaat van die eerdere handeling.
Dienaangaande kan het feit dat de Commissie, in een beschikking tot afwijzing van de aanvraag van een niet-gouvernementele organisatie om ondertekening van een kaderpartnerschapsovereenkomst met het Bureau voor humanitaire hulp van de Europese Gemeenschap, weigert om tegen personeelsleden van deze instelling disciplinaire maatregelen te treffen geen nieuw element vormen. Deze weigering onderscheidt zich immers duidelijk van de afwijzing van verzoekers aanvraag om ondertekening van de kaderpartnerschapsovereenkomst. Een ander uitgangspunt zou erop neerkomen dat een onderneming, eenvoudig door een verzoek om disciplinaire maatregelen tegen personeelsleden van de voor een besluit verantwoordelijke instelling in te dienen, de termijn voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring van dit besluit zou kunnen verlengen.
cf. punten 36, 41-42
2. Het Gerecht kan geen bevelen tot de instellingen richten of zich in hun plaats stellen.
In een beroep tot nietigverklaring krachtens artikel 230 EG is de bevoegdheid van de gemeenschapsrechter beperkt tot toetsing van de wettigheid van de bestreden handeling. Stelt hij vast dat de handeling onwettig is, dan verklaart hij haar nietig. Het is dan aan de betrokken instelling om overeenkomstig artikel 233 EG de maatregelen te nemen die de uitvoering van het nietigverklaringsarrest meebrengt.
cf. punten 48-49
3. Volgens artikel 91, sub b, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht worden als invorderbare kosten aangemerkt " de door partijen in verband met de procedure gemaakte noodzakelijke kosten, in het bijzonder de reis- en verblijfkosten en het honorarium van de gemachtigde, raadsman of advocaat" . Uit deze bepaling volgt dat de invorderbare kosten zijn beperkt tot, enerzijds, de kosten die in verband met de procedure voor het Gerecht zijn gemaakt en, anderzijds, de daartoe noodzakelijke kosten. Met " procedure" wordt in deze bepaling alleen de procedure voor het Gerecht bedoeld. Een verzoeker kan dus in het kader van een beroep tot nietigverklaring hoe dan ook geen vergoeding van de kosten van de procedure voor de Europese ombudsman door de Commissie verkrijgen.
cf. punt 51