Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 25 november 1999. - Jean-Claude Martinez en Charles de Gaulle tegen Europees Parlement. - Kort geding - Handeling van het Parlement houdende uitlegging van een bepaling van zijn Reglement van orde - Politieke fractie - Ontvankelijkheid - Fumus boni juris - Spoedeisendheid - Belangenafweging. - Zaak T-222/99 R.
Jurisprudentie 1999 bladzijde II-03397
1 Kort geding - Voorwaarden voor ontvankelijkheid - Ontvankelijkheid van beroep in hoofdzaak - Irrelevant - Grenzen
(Art. 242 EG; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
2 Beroep tot nietigverklaring - Voor beroep vatbare handelingen - Handelingen van Parlement die buiten zijn interne sfeer rechtsgevolgen in leven beogen te roepen
(Art. 230 EG)
3 Kort geding - Opschorting van tenuitvoerlegging - Opschorting van tenuitvoerlegging van handeling van Parlement houdende uitlegging van bepaling van zijn reglement - Onmogelijkheid voor bepaalde afgevaardigden om fractie te vormen - Ernstige en onherstelbare schade - Afweging van betrokken belangen
(Art. 242 EG; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
1 Om de zaak ten gronde niet te prejudiciëren, mag de ontvankelijkheid van het beroep in de hoofdzaak in beginsel niet in het kader van een kort geding worden onderzocht. Wanneer evenwel wordt gesteld, dat het beroep in de hoofdzaak waarmee het verzoek in kort geding verband houdt, kennelijk niet-ontvankelijk is, kan het noodzakelijk zijn het bestaan vast te stellen van elementen die het aannemelijk maken dat dat beroep ontvankelijk is.
2 Ingevolge artikel 230, eerste alinea, EG, bepalende dat het Hof, onder meer, de wettigheid nagaat van de handelingen van het Europees Parlement die beogen rechtsgevolgen ten aanzien van derden te hebben, kunnen handelingen die het Parlement in de sfeer van het EG-Verdrag verricht en die inbreuk zouden kunnen maken op de bevoegdheden van de lidstaten of van de andere instellingen of die de aan de bevoegdheid van het Parlement gestelde grenzen zouden kunnen overschrijden, aan het toezicht van de communautaire rechter worden onderworpen. Daarentegen kunnen handelingen die enkel de interne organisatie van de werkzaamheden van het Parlement betreffen, geen voorwerp van een beroep tot nietigverklaring zijn. Tot deze categorie behoren handelingen van het Parlement die hetzij geen rechtsgevolgen teweeg brengen, hetzij dit slechts doen binnen het Parlement zelf met betrekking tot de organisatie van zijn werkzaamheden en die volgens de in zijn reglement geregelde verificatieprocedures kunnen worden getoetst.
3 Het doel van de kortgedingprocedure bestaat erin, de volle werking van het arrest ten gronde te waarborgen. Met het oog daarop dienen de verlangde maatregelen spoedeisend te zijn in die zin, dat het ter voorkoming van ernstige en onherstelbare schade voor de belangen van de verzoeker noodzakelijk is, dat zij vóór de uitspraak ten gronde worden getroffen en effect sorteren.
Aan leden van het Europees Parlement zou ernstige schade worden berokkend, indien een handeling van het Parlement houdende uitlegging van een bepaling van zijn reglement, die hen verhindert een fractie te vormen, niet werd opgeschort. Zij zouden dan immers niet de aan fracties toekomende rechten en voordelen kunnen genieten en, bijgevolg, niet in staat zijn zich als vertegenwoordigers van de volken der in de Gemeenschap verenigde staten te doen horen onder dezelfde voorwaarden als de tot een fractie behorende leden. Die schade zou des te ernstiger zijn, omdat de periode van instructie en afdoening van de zaak ten gronde, tijdens welke de betrokken leden zich in een discriminatoire situatie zouden kunnen bevinden, samen kan vallen met een niet te verwaarlozen gedeelte van de beperkte duur van hun mandaat. Die schade is tevens onherstelbaar, omdat de eventuele nietigverklaring van de betrokken handeling aan het einde van de procedure ten gronde, in die situatie geen verandering meer zou kunnen brengen.
Voorzover bovendien opschorting van de tenuitvoerlegging van die handeling tot gevolg zou hebben dat de betrokken fractie dezelfde behandeling krijgt als andere gemengde fracties, kan zij niet nadelig zijn voor de organisatie van de diensten van het Europees Parlement.