1. Handelingen van de instellingen - Richtlijnen - Uitvoering door lidstaten - Richtlijn die voor particulieren rechten in leven beoogt te roepen - Vereisten van duidelijkheid en rechtszekerheid - Uitvoering zonder optreden van wetgever - Ontoelaatbaarheid - Uitvoering bij wege van administratieve praktijken - Ontoereikendheid
[EG-Verdrag, art. 189 (thans art. 249 EG)]
2. Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - Ontbreken van nadelige gevolgen van gestelde niet-nakoming - Irrelevant
[EG-Verdrag, art. 169 (thans art. 226 EG)]
3. Beroep wegens niet-nakoming - Onderzoek van gegrondheid door Hof - In aanmerking te nemen situatie - Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
[EG-Verdrag, art. 169 (thans art. 226 EG)]
4. Lidstaten - Verplichtingen - Verplichting tot bestraffing van overtredingen van gemeenschapsrecht - Omvang
[EG-Verdrag, art. 5 (thans art. 10 EG)]
1. Elke lidstaat moet uitvoering geven aan richtlijnen op een wijze die ten volle voldoet aan de door de communautaire wetgever gestelde vereisten van rechtsduidelijkheid en -zekerheid, zulks in het belang van de in de lidstaten gevestigde betrokkenen. Daartoe moeten de bepalingen van een richtlijn worden uitgevoerd met een onbetwistbare dwingende kracht en met de vereiste specificiteit, nauwkeurigheid en duidelijkheid.
Derhalve zijn eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, niet te beschouwen als een geldige uitvoering van de verplichting tot implementatie die rust op de lidstaten tot wie richtlijnen gericht zijn.
( cf. punten 27-28 )
2. Het niet voldoen aan een door het gemeenschapsrecht opgelegde verplichting levert op zich reeds niet-nakoming op, zodat de omstandigheid dat dit niet-voldoen geen nadelige gevolgen heeft gehad, niet van belang is.
( cf. punt 34 )
3. In het kader van een beroep krachtens artikel 169 van het Verdrag (thans artikel 226 EG) moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en kan het Hof geen rekening houden met sedertdien opgetreden wijzigingen.
( cf. punt 45 )
4. Wanneer een gemeenschapsregeling geen specifieke sanctie stelt op overtreding van de bepalingen ervan, of daartoe verwijst naar nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, zijn de lidstaten ingevolge artikel 5 van het Verdrag (thans artikel 10 EG) gehouden alle passende maatregelen te treffen om de toepassing en de doeltreffendheid van het gemeenschapsrecht te verzekeren. Daartoe dienen de lidstaten erop toe te zien dat overtredingen van het gemeenschapsrecht onder gelijke materiƫle en formele voorwaarden worden bestraft als vergelijkbare en even ernstige overtredingen van nationaal recht. Zij zijn daarbij weliswaar vrij in hun keuze van de op te leggen sancties, doch deze moeten hoe dan ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
( cf. punt 46 )