Gevoegde zaken C-328/99 en C-399/00
Italiaanse Republiek en SIM 2 Multimedia SpA
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
«Beroep tot nietigverklaring – Beschikking 2000/536/EG – Staatssteun ten gunste van Seleco SpA»
|
| Conclusie van advocaat-generaal L. A. Geelhoed van 27 september 2001 |
|
I - 0000 |
|
|
|
|
|
|
| Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 8 mei 2003 |
|
I - 0000 |
|
|
|
|
|
Samenvatting van het arrest
- 1..
- Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Met staatsmiddelen bekostigde steun – Steun aan privaatrechtelijke vennootschap die grotendeels in handen is van overheidsinstantie – Middelen van onderneming die constant onder controle van staat staan – Daaronder begrepen
(Art. 87, lid 1, EG)
- 2..
- Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Financiële bijstand van lidstaat aan openbare of particuliere onderneming – Beoordeling aan hand van criterium van particuliere investeerder – Inaanmerkingneming van context waarin steun is verleend
(Artikel 87, lid 1, EG)
- 3..
- Steunmaatregelen van de staten – Begrip – Toepassing van criterium van particuliere investeerder – Beoordelingsvrijheid van Commissie – Rechterlijke toetsing – Grenzen
(Art. 87, lid 1, EG)
- 4..
- Steunmaatregelen van de staten – Terugvordering van onwettige steun – Verplichting voortvloeiend uit onwettigheid – Doel – Herstel van vroegere toestand
(Art. 88, lid 2, EG)
- 5..
- Steunmaatregelen van de staten – Terugvordering van onwettige steun – Wijze van terugvordering – Gedrag van particuliere schuldeiser – Verplichting gebruik te maken van alle beschikbare juridische middelen, met inbegrip van vereffening van steunontvanger
(Art. 88, lid 2, EG)
- 6..
- Steunmaatregelen van de staten – Terugvordering van onwettige steun – Bepaling van schuldenaar in geval van overdracht van activa aan dochtermaatschappij – Criterium economische continuïteit van onderneming
(Art. 88, lid 2, EG)
- 1.
De financiële middelen van een privaatrechtelijke vennootschap, die grotendeels in handen is van een overheidsinstantie en
onder de zeggenschap staat van laatstgenoemde, kunnen als staatsmiddelen in de zin van artikel 87, lid 1, EG worden aangemerkt,
aangezien zij constant onder staatscontrole, en derhalve ter beschikking van de bevoegde nationale autoriteiten staan. cf. punt 33
- 2.
Het begrip staatssteun in de zin van artikel 87 EG omvat niet alleen positieve prestaties zoals met name subsidies, leningen
of deelnames in het kapitaal van ondernemingen, maar ook maatregelen die, in verschillende vormen, de lasten verlichten die
normaliter op het budget van een onderneming drukken en daardoor ─ zonder nog subsidies in de strikte zin van het woord te
zijn ─ van gelijke aard zijn en identieke gevolgen hebben. Uit het beginsel van gelijke behandeling van de openbare en de particuliere sector volgt evenwel dat wanneer kapitaal onder
met normale marktvoorwaarden overeenkomende omstandigheden, al dan niet rechtstreeks, door de staat ter beschikking van een
onderneming wordt gesteld, dit niet als staatssteun kan worden aangemerkt. Om uit te maken of de deelneming van de overheid in het kapitaal van een onderneming, in welke vorm ook, staatssteun kan zijn,
moet dus worden beoordeeld of een particuliere investeerder die qua omvang vergelijkbaar is met de organen die de overheidssector
beheren, in vergelijkbare omstandigheden ertoe zou kunnen worden gebracht, een even grote kapitaalinbreng te doen, mede gelet
op de ten tijde van de inbreng beschikbare informatie en te verwachten evolutie. cf. punten 35-38
- 3.
Wanneer het om de beoordeling van een ingewikkelde economische situatie gaat, dient de rechterlijke toetsing van een handeling
van de Commissie waarbij deze aan de hand van het criterium van de particuliere investeerder nagaat of de deelneming van de
overheid in het kapitaal van een onderneming staatssteun uitmaakt, beperkt te blijven tot de vraag of de procedure- en motiveringsvoorschriften
in acht zijn genomen, of de feiten op grond waarvan de betwiste keuze is gemaakt, juist zijn vastgesteld, en of er geen sprake
is van een kennelijk onjuiste beoordeling van deze feiten dan wel van misbruik van bevoegdheid. cf. punt 39
- 4.
De opheffing van onwettige staatssteun door terugvordering ervan, is het logische gevolg van de vaststelling dat de staatssteun
onwettig is. cf. punten 53, 66
- 5.
Met het oog op een correcte tenuitvoerlegging van een beschikking van de Commissie waarbij de terugvordering van met de gemeenschappelijke
markt onverenigbare staatssteun wordt gelast, dient de lidstaat zich te gedragen als een particuliere schuldeiser. Hij dient
onverwijld de steun te doen terugbetalen, met gebruikmaking van alle beschikbare juridische middelen, met inbegrip van de
confiscatie van de activa van de steunontvanger en, zo nodig, de vereffening ervan. cf. punten 68-69
- 6.
Een onderneming in moeilijkheden kan niet bij voorbaat de mogelijkheid om saneringsmaatregelen te nemen worden ontzegd op
grond dat de terugvordering van met de gemeenschappelijke markt onverenigbare staatssteun dit zou vereisen. Als echter een onderneming die in moeilijkheden verkeert en op het punt staat failliet te worden verklaard, tijdens het formele
onderzoek van de steun die haar individueel aanbelangt, zomaar een dochteronderneming zou mogen oprichten om er vervolgens
de meest rendabele bestanddelen van haar bedrijfskapitaal aan over te dragen vóór de afsluiting van het onderzoek, dan zou
daarmee worden aanvaard dat elke vennootschap deze bestanddelen aan het vermogen van de moederonderneming kan onttrekken wanneer
staatssteun wordt teruggevorderd, met het risico dat de terugvordering van de steun weinig of niets meer uithaalt. Om te vermijden dat ieder nuttig effect van de beschikking teniet wordt gedaan en de verstoring van de markt aanhoudt, kan
de Commissie zich verplicht zien te eisen dat de terugvordering niet beperkt blijft tot de oorspronkelijke onderneming, maar
uitgebreid wordt tot de onderneming die met de overgedragen productiemiddelen de activiteit van de oorspronkelijke onderneming
voortzet. Dit geldt wanneer op grond van bepaalde elementen van de overdracht een economische continuïteit tussen de beide
ondernemingen kan worden geconstateerd. cf. punten 76-78