Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

Prejudiciƫle vragen - Ontvankelijkheid - Vragen die zijn gesteld zonder precisering van feitelijk en juridisch kader en zonder vermelding van redenen die verwijzing naar Hof rechtvaardigen

(EG-Verdrag, art. 177; 's Hofs Statuut-EG, art. 20)

Samenvatting

Wegens het vereiste om tot een voor de nationale rechter nuttige uitlegging van het gemeenschapsrecht te komen, is het noodzakelijk dat deze een omschrijving geeft van het feitelijk en juridisch kader waarin de gestelde vragen moeten worden geplaatst, of althans de feiten uiteenzet waarop die vragen zijn gebaseerd.

De in de verwijzingsbeschikkingen verstrekte gegevens en gestelde vragen dienen niet enkel om het Hof in staat te stellen een bruikbaar antwoord te geven, doch ook om de regeringen der lidstaten en de andere belanghebbende partijen de mogelijkheid te bieden, overeenkomstig artikel 20 van 's Hofs Statuut-EG opmerkingen te maken. Het Hof dient erop toe te zien, dat deze mogelijkheid gewaarborgd blijft, in aanmerking genomen dat ingevolge genoemde bepaling alleen de verwijzingsbeschikkingen ter kennis van de belanghebbende partijen worden gebracht.

Een verzoek van een nationale rechter, waarin deze geen enkele aan bovengenoemde vereisten beantwoordende informatie verschaft met betrekking tot de situatie feitelijk en rechtens in de bij hem aanhangige zaken, en met betrekking tot de redenen waarom hij het Hof prejudiciƫle vragen meent te moeten stellen, is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.