1. Prejudiciƫle vragen - Bevoegdheid van Hof - Grenzen - Kennelijk irrelevante vraag - Bevoegdheid van nationale rechter - Vaststelling en beoordeling van feiten van geding - Toepassing van door Hof uitgelegde bepalingen
[EG-Verdrag, art. 177 (thans art. 234 EG)]
2. Milieu - Verwijdering van afvalstoffen - Richtlijn 91/689 - Gevaarlijke afvalstoffen - Begrip - Afvalstoffen voorkomend op overeenkomstig procedure van artikel 18 van richtlijn 75/442 opgestelde lijst - Afvalstoffen die door lidstaat als gevaarlijk zijn aangemerkt - Draagwijdte van kwalificatie - Verplichting, Commissie in kennis te stellen
(Richtlijnen van de Raad 75/442, art. 18, en 91/689, art. 1, lid 4, en bijlage III)
3. Milieu - Verwijdering van afvalstoffen - Richtlijn 91/689 - Gevaarlijke afvalstoffen - Begrip - Kwalificatie door lidstaten van andere dan op lijst van beschikking 94/904 voorkomende afvalstoffen als gevaarlijk - Toelaatbaarheid - Verplichting, Commissie in kennis te stellen
(Richtlijn 91/689 van de Raad, art. 1, lid 4; beschikking 94/904 van de Raad)
4. Milieu - Verwijdering van afvalstoffen - Richtlijn 91/689 - Gevaarlijke afvalstoffen - Lijst van gevaarlijke afvalstoffen vastgesteld bij beschikking 94/904 - Noodzaak om oorsprong van afvalstof vast te stellen om deze in concreet geval als gevaarlijk aan te merken - Geen
(Richtlijn 91/689 van de Raad, art. 1, lid 4, en bijlage III; beschikking 94/904 van de Raad)
1. In het kader van de procedure van artikel 177 van het Verdrag (thans artikel 234 EG) is het uitsluitend een zaak van de nationale rechter aan wie het geschil is voorgelegd en die de verantwoordelijkheid draagt voor de te geven rechterlijke beslissing om, gelet op de bijzonderheden van elk geval, te oordelen over de noodzaak van een prejudiciƫle beslissing voor het wijzen van zijn vonnis alsmede over de relevantie van de vragen die hij aan het Hof voorlegt. Een verzoek van een nationale rechter kan alleen worden afgewezen wanneer duidelijk blijkt dat de gevraagde uitlegging van het gemeenschapsrecht of het gevraagde onderzoek van de geldigheid van een communautair voorschrift geen verband houdt met de realiteit of met het voorwerp van het hoofdgeding.
In het kader van deze procedure, die op een duidelijke scheiding van de taken van de nationale rechterlijke instanties en het Hof berust, behoort elke beoordeling van de feiten evenwel tot de bevoegdheid van de nationale rechter. Het Hof is dus niet bevoegd, over de feiten van het hoofdgeding te beslissen of de communautaire voorschriften die het heeft uitgelegd, op nationale maatregelen of situaties toe te passen, aangezien dit tot de uitsluitende bevoegdheid van de nationale rechter behoort.
( cf. punten 27, 31-32 )
2. Onder gevaarlijke afvalstoffen" in de zin van artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689 moeten worden verstaan de afvalstoffen die op de volgens de procedure van artikel 18 van richtlijn 75/442 opgestelde lijst staan, alsmede alle andere afvalstoffen waarvan een lidstaat meent, dat deze een van de in bijlage III bij richtlijn 91/689 vermelde eigenschappen bezitten.
Deze afvalstoffen gelden dan enkel als gevaarlijk voor het grondgebied van de lidstaten die tot deze kwalificatie zijn overgegaan. Dergelijke gevallen moeten de lidstaten aan de Commissie meedelen, zodat deze overeenkomstig de procedure van artikel 18 van richtlijn 75/442 aan een heronderzoek kunnen worden onderworpen met het oog op aanpassing van de lijst van gevaarlijke afvalstoffen.
( cf. punten 45, 48-49 )
3. Richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen staat niet eraan in de weg dat de lidstaten, met inbegrip van - binnen het kader van hun bevoegdheden - de rechtsprekende instanties, andere afvalstoffen als gevaarlijk kwalificeren dan die van de lijst van gevaarlijke afvalstoffen vastgesteld bij beschikking 904/94 tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van de richtlijn, en aldus verdergaande beschermingsmaatregelen nemen om het onbeheerd achterlaten of het ongecontroleerd lozen of verwijderen van afvalstoffen te verbieden. Een dergelijk geval dient door de naar nationaal recht bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 1, lid 4, tweede streepje, van richtlijn 91/689 aan de Commissie te worden meegedeeld.
( cf. punt 51, dictum 1 )
4. Artikel 1, lid 4, van richtlijn 91/689 betreffende gevaarlijke afvalstoffen en beschikking 94/904 tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig deze bepaling, moeten aldus worden uitgelegd dat de vaststelling van de oorsprong van een afvalstof geen noodzakelijke voorwaarde is om deze in een concreet geval als gevaarlijk aan te merken.
Reeds uit de bewoordingen van deze bepaling blijkt immers dat voor het begrip gevaarlijke afvalstof" beslissend is, of de afvalstof een of meer van de in bijlage III bij deze richtlijn opgesomde eigenschappen bezit. De opneming in de lijst van gevaarlijke afvalstoffen" moge dan al op de oorsprong van de afvalstof berusten, deze laatste is niet het enige criterium voor de kwalificatie gevaarlijk, maar slechts een van de factoren die de lijst van gevaarlijke afvalstoffen in aanmerking neemt".
( cf. punten 56-57, dictum 2 )