61997B0238

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer - uitgebreid) van 16 juni 1998. - Comunidad Autónoma de Cantabria tegen Raad van de Europese Unie. - Steunmaatregelen van de staten - Scheepsbouw - Verordening tot instelling van afwijkende regeling - Scheepswerven in herstructurering - Beroep van regionaal lichaam - Ontvankelijkheid. - Zaak T-238/97.

Jurisprudentie 1998 bladzijde II-02271


Samenvatting

Trefwoorden


Beroep tot nietigverklaring - Natuurlijke of rechtspersonen - Handelingen die hen rechtstreeks en individueel raken - Verordening van Raad betreffende steunverlening aan scheepswerven die worden geherstructureerd - Beroep van regionale autoriteit van lidstaat, op grond dat in verordening met name genoemde scheepswerf op haar grondgebied is gelegen - Niet-ontvankelijkheid

(EG-Verdrag, art. 173, tweede en vierde alinea; verordening nr. 1013/97 van de Raad)

Samenvatting


Ook wanneer een scheepswerf met name wordt genoemd in verordening nr. 1013/97, waarbij de Raad de Commissie machtigt, tot de regering van bepaalde lidstaten gerichte beschikkingen vast te stellen houdende voorwaardelijke goedkeuring van nieuwe steunmaatregelen ten gunste van bepaalde scheepswerven op hun grondgebied, kan de regionale autoriteit op wier grondgebied die scheepswerf is gelegen, niet in haar beroep tegen die verordening worden ontvangen.

Die autoriteit kan zich immers niet op de tweede alinea van artikel 173 van het Verdrag beroepen, omdat uit de algemene opzet van het Verdrag duidelijk blijkt, dat met de term lidstaat in de bepalingen betreffende de beroepen in rechte enkel wordt gedoeld op de regeringsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en niet tevens op de regeringen van regio's of autonome gemeenschappen, ongeacht de omvang van de hun toegekende bevoegdheden.

Indien een dergelijke autoriteit al de vereiste rechtspersoonlijkheid bezit om procesbevoegd te zijn ingevolge de vierde alinea van artikel 173 van het Verdrag, is het eventuele algemeen belang dat zij, als derde, mogelijkerwijs heeft bij het verkrijgen van een resultaat dat gunstig is voor de economische bloei van een bepaalde onderneming en, bijgevolg, voor de werkgelegenheid in de streek waar die onderneming actief is, op zich niet voldoende om die autoriteit te kunnen beschouwen als individueel te zijn geraakt, in de zin van artikel 173, vierde alinea, door de bepalingen van de betrokken verordening.

Een dergelijke autoriteit wordt evenmin rechtstreeks geraakt door de betrokken verordening, omdat de vaststelling ervan op zich niet leidt tot de door haar gestelde gevolgen voor de werkgelegenheid in de regio en de sociaal-economische repercussies hiervan. Die gevolgen zouden zich alleen kunnen voordoen wanneer eerst bij een beschikking van de Commissie de uitbetaling van de steun wordt goedgekeurd op voorwaarde dat op de in de regio gelegen scheepswerf geen verbouwingen plaatsvinden, en vervolgens deze scheepswerf maatregelen treft die losstaan van de beschikking van de Commissie, namelijk overgaat tot ontslagen.