BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Eerste kamer)
19 augustus 1998
Zaak T-160/97
H. Gevaert
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Ambtenaren — Arrest van Gerecht — Verzoek om herindeling in rang — Exceptie van niet-ontvankelijkheid — Nieuw en wezenlijk feit — Ontvankelijkheid”
Volledige Franse tekst II-1363
Betreft:
Beroep tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 26 augustus 1996 houdende afwijzing van het door verzoeker ingediende verzoek tot herziening van zijn indeling in de rang.
Beslissing:
Verwerping.
Resumé van de beschikking
Bij besluit van het tot aanstelling bevoegd gezag (TABG) van de Commissie van 18 januari 1995 wordt verzoeker aangesteld als ambtenaar op proef in het ambt van adjunct-assistent met voorlopige indeling in de rang B 5, salaristrap 3, per1 september 1994. Bij besluit van het TABG van 6 juni 1995 wordt verzoeker per 1 juni 1995 in vaste dienst aangesteld in zijn ambt.
Op 5 oktober 1995 wijst het Gerecht zijn arrest in de zaak Alexopoulou/Commissie (T-17/95, JurAmbt. blz. II-683) (arrest Alexopoulou).
Ter uitvoering van dat arrest brengt de Commissie bij besluit van 7 februari 1996 een wijziging aan in haar besluit van 1 september 1983 inzake de criteria voor de indeling in rang en salaristrap bij de aanwerving.
Op 24 juni 1996 dient verzoeker bij het TABG een verzoek tot herziening van zijn indeling in de rang in. Bij besluit van 26 augustus 1996 (bestreden besluit) wijst de Commissie dat verzoek af op grond dat het meer dan drie maanden na het aanvankelijke indelingsbesluit is ingediend. Op 25 november 1996 dient verzoeker een klacht in tegen het bestreden besluit. Op 3 februari 1997 neemt de Commissie een uitdrukkelijk besluit tot afwijzing van de klacht.
De ontvankelijkheid
Verzoeker heeft niet binnen de in artikel 90, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen (Statuut) gestelde termijn van drie maanden een klacht ingediend tegen het besluit van het TABG van 18 januari 1995 betreffende zijn indeling bij de aanwerving. Bijgevolg is verzoekers indeling in de rang definitief geworden vanaf het verstrijken van de klachttermijn, te weten vanaf 31 augustus 1995, daar verzoeker de ontvangst van het besluit van het TABG heeft bevestigd op 31 mei 1995 (punt 33).
Een ambtenaar kan de voorwaarden van zijn aanvankelijke aanstelling niet betwisten nadat deze definitief is geworden (punt 34).
Referentie: Hof 1 december 1983, Blomefield/Commissie, 190/82, Jurispr blz. 3981. punt 10; Gerecht 15 december 1995, Progoulis/Commissie, T-131/95, JurAmbt. blz. II-907, punt 38; Gerecht 11 juli 1997, Chauvin/Commissie, T-16/97, Jurispr. blz. II-681, punt 34
Het besluit van 7 februari 1996 is naar zijn aard en juridische draagwijdte geen nieuw feit dat de heroverweging van een niet binnen de termijn bestreden besluit rechtvaardigt.
Referentie Hof 21 februari 1974, Schots-Kortner e.a/Raad, Commissie en Parlement, 15/73-33/73,52/73. 53/73, 57/73-109/73. 116/73, 117/73, 123/73, 132/73. 135/73. 136/73 en 137/73. Jurispr. blz. 177, punt 39; Hof 8 maart 1988, Brown/Hof van Justitie, 125/87, Jurispr. blz. 1619, punt 14; Chauvin/Commissie, reeds aangehaald, punt 46
Aangezien de bevoegdheid van de administratie om een ambtenaar bij zijn aanwerving in de hoogste rang van de aanvangsloopbaan en de middenloopbaan aan te stellen als een uitzondering op de algemene indelingsregels moet worden gezien, is de vaststelling van het besluit van 7 februari 1996 voor verzoeker geen bezwarende handeling en evenmin een nieuw feit (punt 44).
Referentie: Hof 6 oktober 1982, Williams/Rekenkamer.9/81, Jurispr. blz. 3301, punt 14; Hof 21 januari 1987, Powell/Commissie, 219/84, Jurispr. blz. 339, punt 8; Alexopoulou/Commissie, reeds aangehaald, punten 20, 21 en 24; Chauvin/Commissie, reeds aangehaald, punt 50
Het arrest Alexopoulou is geen nieuw en wezenlijk feit op grond waarvan verzoeker na het verstrijken van de klachttermijn een verzoek tot herindeling kan indienen (punt 49).
Referentie: Chauvin/Commissie, reeds aangehaald, punten 39-45
Dictum:
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.