1. Beroep wegens niet-nakoming - Niet-inachtneming van beschikking van Commissie inzake steunmaatregel van staat - Verweermiddelen - Betwisting van wettigheid van beschikking - Niet-ontvankelijkheid - Grenzen - Non-existente handeling
[EG-Verdrag, art. 93, lid 2, tweede alinea, 169, 179 en 175 (thans art. 88, lid 2, tweede alinea, EG, 226 EG, 227 EG en 232 EG) en art. 173 (thans, na wijziging, art. 230 EG)]
2. Beroep wegens niet-nakoming - Niet-inachtneming van beschikking van Commissie inzake steunmaatregel van staat - Verweermiddelen - Volstrekte onmogelijkheid van uitvoering - Grenzen
[EG-Verdrag, art. 93, lid 2 (thans art. 88, lid 2, EG)]
3. Steunmaatregelen van de staten - Beschikking waarin Commissie vaststelt dat steun onverenigbaar is met gemeenschappelijke markt - Moeilijkheden bij uitvoering - Verplichting van Commissie en lidstaat, samen te werken bij zoeken naar oplossing die Verdrag eerbiedigt
[EG-Verdrag, art. 5 en 93, lid 2, eerste alinea (thans art. 10 EG en 88, lid 2, eerste alinea, EG)]
4. Steunmaatregelen van de staten - Begrip - Tussenkomst waardoor lasten van onderneming worden verlicht - Geen overdracht van overheidsmiddelen aan begunstigde - Staatsgarantie voor onderneming die lening afsluit
[EG-Verdrag, art. 92, lid 1, (thans, na wijziging, art. 87, lid 1, EG)]
5. Steunmaatregelen van de staten - Terugvordering van onwettige steun - Toepassing van nationaal recht - Voorwaarden en grenzen - Inaanmerkingneming van belang van Gemeenschap
[EG-Verdrag, art. 93, lid 2, eerste alinea (thans art. 88, lid 2, eerste alinea, EG)]
1. In het door het Verdrag geschapen stelsel van rechtsmiddelen wordt onderscheiden tussen de beroepen van de artikelen 169 en 170 van het Verdrag (thans de artikelen 226 en 227 EG), bedoeld om te doen vaststellen dat een lidstaat zijn verplichtingen niet is nagekomen, en die van de artikelen 173 van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 230 EG) en 175 van het Verdrag (thans artikel 232 EG), bedoeld om de wettigheid van het handelen of nalaten van de gemeenschapsinstellingen te doen toetsen. Deze rechtsmiddelen hebben verschillende oogmerken en zijn aan verschillende regels onderworpen. Nu geen enkele verdragsbepaling uitdrukkelijk in die mogelijkheid voorziet, kan een lidstaat zich niet op de onwettigheid van een tot hem gerichte beschikking beroepen als verweer in een procedure wegens niet-nakoming van diezelfde beschikking. Dit zou slechts anders kunnen zijn, indien de betrokken handeling zulke ernstige en kennelijke gebreken vertoonde, dat zij als non-existent moet worden aangemerkt.
Deze vaststelling geldt eveneens in het kader van een op artikel 93, lid 2, tweede alinea, van het Verdrag (thans artikel 88, lid 2, tweede alinea, EG) gebaseerd beroep wegens niet-nakoming.
( cf. punten 34-36 )
2. Het enige verweermiddel dat een lidstaat tegen een door de Commissie krachtens artikel 93, lid 2, van het Verdrag (thans artikel 88, lid 2, EG) ingesteld beroep wegens niet-nakoming kan aanvoeren, is de volstrekte onmogelijkheid om de beschikking correct uit te voeren. De vrees voor binnenlandse, zelfs onoverwinnelijke moeilijkheden, kan echter niet rechtvaardigen, dat een lidstaat de krachtens het gemeenschapsrecht op hem rustende verplichtingen niet nakomt.
Inzonderheid de financiƫle moeilijkheden die onwettige steun ontvangende ondernemingen zouden kunnen ondervinden als gevolg van de intrekking van die steun, kunnen voor de betrokken lidstaat niet worden beschouwd als een geval van volstrekte onmogelijkheid van uitvoering van de beschikking van de Commissie waarbij de onverenigbaarheid van die steun met de gemeenschappelijke markt is vastgesteld en de terugvordering ervan is gelast.
Deze vaststelling geldt eveneens voor het gestelde risico dat de lidstaat aansprakelijk wordt gesteld voor de eenzijdige intrekking van een garantie verleend aan een onderneming die bij particuliere banken een lening heeft afgesloten.
( cf. punten 39, 52-53 )
3. Een lidstaat die bij de uitvoering van een steunbeschikking van de Commissie op onvoorziene en onvoorzienbare moeilijkheden stuit, of zich bewust wordt van gevolgen die de Commissie niet voor ogen heeft gehad, moet die problemen aan laatstgenoemde voorleggen en daarbij passende wijzigingen van de betrokken beschikking voorstellen. Op grond van het met name in artikel 5 van het Verdrag (thans artikel 10 EG) tot uitdrukking gebrachte beginsel dat de lidstaten en de gemeenschapsinstellingen over en weer tot loyale samenwerking verplicht zijn, moeten in een dergelijk geval de Commissie en de lidstaat te goeder trouw samenwerken om met volledige inachtneming van de verdragsbepalingen, inzonderheid die betreffende de steunmaatregelen, de moeilijkheden te overwinnen.
( cf. punt 40 )
4. Het begrip steun is algemener dan het begrip subsidie, want het omvat niet enkel positieve prestaties, zoals subsidies zelf, maar eveneens maatregelen die, in verschillende vormen, de lasten verlichten, die normaliter op het budget van een onderneming drukken en daardoor - zonder subsidies in de strikte zin van het woord te zijn - van gelijke aard zijn en identieke gevolgen hebben. Hieruit volgt dat om een maatregel als steun in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag (thans, na wijziging, artikel 87, lid 1, EG) te kunnen aanmerken, er geen overdracht van overheidsmiddelen aan de begunstigde behoeft te hebben plaatsgevonden. Dit is het geval met een staatsgarantie voor een onderneming die bij particuliere banken een lening heeft afgesloten.
( cf. punten 44-45 )
5. Bij gebreke van communautaire bepalingen betreffende de procedure van terugvordering van onwettig verleende steun, moet die terugvordering in beginsel volgens de relevante nationale bepalingen geschieden, doch die bepalingen moeten aldus worden toegepast dat de door het gemeenschapsrecht verlangde terugvordering niet in de praktijk onmogelijk wordt gemaakt en het belang van de Gemeenschap daarbij ten volle in aanmerking wordt genomen.
( cf. punt 55 )