Harmonisatie van wetgevingen - Cosmetische producten - Verpakking en etikettering - Richtlijn 76/768 - Maatregelen tegen reclame waardoor aan cosmetische producten kenmerken worden toegeschreven die deze niet bezitten - Overeenstemming met evenredigheidsbeginsel - Regeling die alle reclame betreffende niet expliciet op lijst voorkomende stoffen verbiedt - Ontoelaatbaarheid
(Richtlijn 76/768 van de Raad, art. 6, lid 3)
Ofschoon de lidstaten ingevolge artikel 6, lid 3, van richtlijn 76/768 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake cosmetische producten verplicht zijn, alle nodige maatregelen te treffen om te waarborgen dat bij het etiketteren, het ten verkoop aanbieden van en het maken van reclame voor cosmetische producten de tekst, de benamingen, merken en afbeeldingen of andere al dan niet figuratieve tekens niet worden gebruikt om aan deze producten kenmerken toe te schrijven die deze niet bezitten, dienen de maatregelen die zij treffen om aan deze bepaling uitvoering te geven, in overeenstemming te zijn met het evenredigheidsbeginsel.
Genoemde bepaling verzet zich derhalve tegen de toepassing van een nationale regeling die voor een cosmetisch product dat bestemd is om in aanraking te worden gebracht met de slijmvliezen, reclame volgens welke het product de vorming van tandsteen en het ontstaan van parodontose tegengaat, verbiedt wanneer in de samenstelling van het product geen van de werkzame stoffen voorkomt die in die regeling worden genoemd als stoffen waarmee een dergelijk resultaat kan worden bereikt, en de belanghebbende geen vergunning heeft verkregen om andere stoffen te gebruiken.
Het is immers mogelijk dat een dergelijke regeling, voor zover zij niet alle werkzame stoffen noemt die de vorming van tandsteen of het ontstaan van parodontose kunnen tegengaan, reclame voor bepaalde tandpasta's verbiedt, zonder dat die reclame misleidend is voor de consument, en het vereiste van een vergunning, die nodig is om van dat verbod te worden vrijgesteld, levert een belemmering van het vrije verkeer van het in geding zijnde product op, die in geen enkel opzicht gerechtvaardigd is.