1 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Rundvlees - Interventiemechanismen - Aankoop via openbare inschrijving - Banden tussen inschrijvers - Artikel 9 van verordening nr. 859/89 - Uitlegging - Beginsel van onafhankelijkheid van offertes - Draagwijdte
(Verordeningen van de Commissie nr. 859/89, art. 9, 12, lid 2, en 15, en nr. 2456/93, art. 11)
2 Landbouw - EOGFL - Goedkeuring van rekeningen - Weigering uitgaven ten laste te brengen die gevolg zijn van onregelmatigheden bij toepassing van gemeenschapsregeling - Betwisting door betrokken lidstaat - Bewijslast - Verdeling tussen Commissie en lidstaat
3 Landbouw - EOGFL - Goedkeuring van rekeningen - Weigering uitgaven ten laste te brengen die gevolg zijn van onregelmatigheden bij toepassing van gemeenschapsregeling - Raming van financiële effecten - Betwisting door betrokken lidstaat - Bewijslast
4 Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Financiering door EOGFL - Vereveningsregeling voor opslagkosten van suiker - Verplichting van lidstaten doeltreffend stelsel van administratieve controles en controles ter plaatse op te zetten - Niet-betrouwbare controles - Weigering ten laste te brengen van Fonds
(EG-Verdrag, art. 5; verordening nr. 729/70 van de Raad, art 8, lid 1; verordening nr. 1998/78 van de Commissie, art. 19)
5 Landbouw - Gemeenschappelijke ordening der markten - Suiker - Vergoeding van opslagkosten - Verplichte bijdrage van fabrikanten - Beginsel van financiële neutraliteit - Draagwijdte
(Verordening nr. 1358/77 van de Raad, art. 6, lid 2)
6 Landbouw - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Financiering door EOGFL - Beginselen - Uitgaven in overeenstemming met communautaire voorschriften - Bewijslast - Verdeling tussen Commissie en betrokken lidstaat
(Verordening nr. 729/70 van de Raad, art. 2 en 3)
1 Ten aanzien van interventiemaatregelen in de sector rundvlees, en in het bijzonder de regeling voor aankopen via openbare inschrijving, bepaalt artikel 9, lid 1, van verordening nr. 859/89, dat de inschrijver zich ertoe moet verbinden alle toepasselijke voorschriften na te leven, en lid 2, dat de betrokkenen slechts één offerte per categorie en per inschrijving mogen indienen. Daar het rechtszekerheidsvereiste inhoudt, dat een regeling de belanghebbenden in staat moet stellen exact de omvang van hun verplichtingen te kennen, biedt de formulering van laatstbedoelde bepaling geen steun voor de uitlegging, dat gelet op een verschil in betekenis tussen de woorden "belanghebbenden" en "inschrijvers", laatstgenoemden bij een inschrijving slechts één offerte mogen indienen wanneer zij tot dezelfde groep behoren. Bij een dergelijke uitlegging zou artikel 11 van verordening nr. 2456/93 - waarbij bepalingen inzake banden tussen inschrijvers in de communautaire regelgeving zijn opgenomen - in feite met terugwerkende kracht worden toegepast.
Het beginsel van de onafhankelijkheid van de offertes - een wezenlijk vereiste voor het regelmatige verloop en de doeltreffendheid van elke inschrijvingsprocedure - dat ten grondslag ligt aan de artikelen 9, lid 6 (vertrouwelijke behandeling van de offertes), 12, lid 2 (verbod de uit de inschrijving voortvloeiende rechten en verplichtingen over te dragen), 9, lid 4, sub c (de verplichting van elke inschrijver om een zekerheid te stellen), en 15 (de verplichting van elke inschrijver de betaling persoonlijk te ontvangen) van verordening nr. 859/89, verbiedt daarentegen niet, dat verschillende bedrijven van één groep gelijktijdig aan een inschrijving deelnemen, maar wel dat zij onderling overleg plegen over de voorwaarden van hun onderscheiden offertes, daar anders het verloop van de procedure wordt vervalst.
2 Ter zake van de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid door het EOGFL dient de Commissie een schending van de voorschriften van de gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten te bewijzen, wanneer zij een door een lidstaat gedeclareerde uitgave niet in aanmerking wil nemen. De beschikking waarbij de Commissie het ontbreken van controles of gebreken in de door de betrokken lidstaat verrichte controles vaststelt, moet zij derhalve motiveren. De betrokken lidstaat kan de bevindingen van de Commissie niet ontkrachten door middel van loutere beweringen die niet worden gestaafd met bewijzen waaruit het bestaan van een betrouwbaar en operationeel controlesysteem blijkt. Indien de lidstaat niet slaagt in het bewijs dat de bevindingen van de Commissie onjuist zijn, kan er op grond daarvan ernstig aan worden getwijfeld, of er wel een afdoende en doelmatig stelsel van toezichts- en controlemaatregelen is ingevoerd.
3 Wanneer de Commissie in het kader van haar taak de EOGFL-rekeningen goed te keuren op een met het gemeenschapsrecht strijdige nationale maatregel stuit die tot een verhoging van de EOGFL-uitgaven heeft geleid, en zij, in plaats van alle betrokken uitgaven af te wijzen, heeft getracht om de financiële effecten van de onrechtmatige handeling te berekenen door na te gaan, wat de situatie op de betrokken markt zou zijn geweest zonder die inbreuk, dient de lidstaat te bewijzen dat deze berekeningen niet correct zijn.
4 Uit artikel 8, lid 1, van verordening nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid; en artikel 19 van verordening nr. 1998/78 houdende vaststelling van de wijze van toepassing van de vereveningsregeling voor opslagkosten in de sector suiker, bezien in samenhang met de in artikel 5 van het Verdrag neergelegde verplichting tot loyale samenwerking met de Commissie, met name met betrekking tot een juist gebruik van de communautaire middelen, volgt dat de lidstaten verplicht zijn een stelsel van administratieve controles en controles ter plaatse op te zetten waarmee kan worden verzekerd, dat de financiële transacties in overeenstemming met de communautaire voorschriften zijn. Wanneer de Commissie vaststelt, dat een dergelijk stelsel ontbreekt of wanneer wegens het ingevoerde stelsel twijfels blijven bestaan omtrent de naleving van de voor de terugbetaling van de uitgaven geldende voorwaarden, is de Commissie gerechtigd haar goedkeuring aan bepaalde door de betrokken lidstaat gedane uitgaven te onthouden.
5 Uit artikel 6, lid 2, van verordening nr. 1358/77 blijkt, dat de vereveningsregeling voor opslagkosten in de sector suiker op het beginsel van financiële neutraliteit berust, in die zin dat de geïnde bijdragen moeten overeenkomen met de betaalde vergoedingen. Dit evenwicht moet evenwel op communautaire schaal worden bereikt, en niet op het niveau van de lidstaat of van de betrokken onderneming.
6 Ingevolge de artikelen 2 en 3 van verordening nr. 729/70 mag de Commissie slechts bedragen die overeenkomstig de in de verschillende sectoren landbouwproducten opgestelde voorschriften zijn betaald, ten laste van het EOGFL brengen, en blijven alle overige betaalde bedragen, met name de bedragen waarvan de nationale autoriteiten ten onrechte hebben aangenomen dat zij deze in het kader van de gemeenschappelijke marktordening mochten betalen, ten laste van de lidstaten.
De Commissie moet dus aantonen, dat de communautaire voorschriften zijn geschonden, maar de lidstaat dient in voorkomend geval te bewijzen, dat de Commissie een vergissing heeft begaan met betrekking tot de daaraan te verbinden financiële consequenties.