Conclusie van advocaat-generaal Elmer van 2 oktober 1997. - Odette Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE tegen Athanasia Simou e.a.. - Verzoek om een prejudiciële beslissing: Eirinodikeio Echinou - Griekenland. - Gemeenschappelijke ordening der markten - Ruwe tabak - Regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden - Geldigheid van de verordeningen (EEG) nrs. 1114/88, 1251/89 en 1252/89 van de Raad en nr. 2046/90 van de Commissie. Zaak C-324/96.
Jurisprudentie 1998 bladzijde I-01333
1 In deze zaak heeft het Eirinodikeio Echinou (Griekenland) het Hof prejudiciële vragen gesteld over de geldigheid van enkele verordeningen in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor tabak.
De relevante bepalingen van gemeenschapsrecht
2 Verordening (EEG) nr. 727/70 van de Raad van 21 april 1970 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak(1) (hierna: "basisverordening"), hield in, dat premies werden toegekend aan personen die rechtstreeks van producenten van de Gemeenschap tabak kochten.
3 Bij verordening (EEG) nr. 1114/88 van de Raad van 25 april 1988 tot wijziging van de basisverordening(2) (hierna: "wijzigingsverordening") werd aan artikel 4 van de basisverordening een lid 5 toegevoegd, dat als volgt luidde:
"Elk jaar stelt de Raad volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten die in de Gemeenschap worden geteeld en waarvoor de prijzen en premies worden vastgesteld een gegarandeerde maximumhoeveelheid vast aan de hand van met name de eisen van de markt en de sociaal-economische en landbouwkundige omstandigheden van de betrokken gebieden. De totale maximumhoeveelheid voor de Gemeenschap wordt voor de oogst van 1988, 1989 en 1990 op telkens 385 000 ton tabaksbladeren vastgesteld.
Onverminderd (...) wordt per procent waarmede de productie van een soort of van een groep soorten de gegarandeerde maximumhoeveelheid overschrijdt, op de interventieprijs en de premie voor de betrokken soort of groep soorten een verlaging met 1 % toegepast (...)
De in de tweede alinea bedoelde verlaging bedraagt maximaal 5 % voor de oogst van 1988 en maximaal 15 % voor die van 1989 en 1990.
Met het oog op de toepassing van dit lid stelt de Commissie vóór 31 juli vast of de productie de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor een soort of groep soorten overschrijdt.
(...)"
4 Bij verordening (EEG) nr. 2268/88 van de Raad van 19 juli 1988 tot vaststelling van de voor de oogst 1988 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1975/87(3) (hierna: "verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988"), werden gegarandeerde maximumhoeveelheden vastgesteld voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten van de oogst 1988. Voor de soort Bright werd een gegarandeerde maximumhoeveelheid vastgesteld van 38 000 ton.
5 Bij verordening (EEG) nr. 1251/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot wijziging van de basisverordening(4) (hierna: "aanvullingsverordening") werd onder meer artikel 4, lid 5, eerste alinea, van de basisverordening aangevuld. De eerste overweging van de considerans van deze aanvullingsverordening luidt:
"Overwegende dat op grond van artikel 4, lid 5, van [de basisverordening] voor iedere tabakssoort of groep tabakssoorten die in de Gemeenschap wordt geteeld binnen een totale voor de gehele Gemeenschap geldende hoeveelheid een gegarandeerde maximumhoeveelheid wordt vastgesteld, bij overschrijding waarvan prijzen en premies in evenredigheid worden verlaagd; dat deze gegarandeerde maximumhoeveelheden jaarlijks voor een bepaalde oogst gelijktijdig met de prijzen en de premies worden vastgesteld; dat, om de aanplant te kunnen plannen, jaarlijks voor het volgende jaar de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor elke soort of groep soorten dient te worden vastgesteld; dat de hoeveelheden voor de oogsten van 1989 en 1990 derhalve gelijktijdig dienen te worden vastgesteld."
6 Artikel 4, lid 5, eerste alinea, van de basisverordening luidt thans als volgt (de aanvullingen zijn gecursiveerd):
"Elk jaar stelt de Raad voor de oogst van het volgende jaar(5) (...) voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten die in de Gemeenschap wordt geteeld en waarvoor de prijzen en premies worden vastgesteld, een gegarandeerde maximumhoeveelheid vast aan de hand van met name de marktverhoudingen, de sociaal-economische situatie en de situatie in de landbouw in de betrokken gebieden. De Raad stelt deze gegarandeerde hoeveelheden voor de oogst van 1990 gelijktijdig met die voor de oogst van 1989 vast. De totale maximumhoeveelheid voor de Gemeenschap wordt voor de oogst van 1988, 1989 en 1990 op telkens 385 000 ton tabaksbladeren vastgesteld."
7 Bij verordening (EEG) nr. 1252/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot vaststelling van de voor de oogst 1989 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 1577/86, (EEG) nr. 1975/87 en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988(6) (hierna: "verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989") werden gegarandeerde maximumhoeveelheden vastgesteld voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten van de oogsten 1989 en 1990. Voor de soorten Tsebelia en Mavra werd een gezamenlijke gegarandeerde maximumhoeveelheid vastgesteld van 30 000 ton.
8 Bij verordening (EEG) nr. 2158/89 van de Commissie van 18 juli 1989 tot bepaling van de werkelijke productie voor tabakssoorten van de oogst 1988 en tot vaststelling van de geldende prijzen en premies in het kader van de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden(7) (hierna: "controleverordening voor 1988"), werd vastgesteld, dat de productie van de soort Bright in 1988 de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor deze soort met 10,8 % had overschreden en werd de premie voor deze soort daarom verlaagd met 5 %, de maximale verlaging voor 1988.
9 Bij verordening (EEG) nr. 1331/90 van de Raad van 14 mei 1990 tot vaststelling van de voor de oogst 1990 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden 1989(8) (hierna: "verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1990"), werden gegarandeerde maximumhoeveelheden vastgesteld voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten van de oogsten 1990 en 1991.
10 Bij verordening (EEG) nr. 2046/90 van de Commissie van 18 juli 1990 tot bepaling van de werkelijke productie voor tabakssoorten van de oogst 1989 en tot vaststelling van de geldende prijzen en premies in het kader van de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden(9) (hierna: "controleverordening voor 1989"), werd geconstateerd, dat bij de productie van de soorten Tsebelia en Mavra in 1989 de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor deze soorten met 44,1 % was overschreden en werd de premie voor deze soorten daarom verlaagd met 15 %, de maximale verlaging voor 1989.
11 Bij verordening (EEG) nr. 1738/91 van de Raad van 13 juni 1991 tot vaststelling van de voor de oogst 1991 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1990(10) (hierna: "verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1991"), werden gegarandeerde maximumhoeveelheden vastgesteld voor elke tabakssoort of groep tabakssoorten van de oogst 1991.
Het procesverloop voor de nationale rechter en de prejudiciële vragen
12 In juli 1989 sloot de tabaksbewerker Odetti Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE (hierna: "Petridi") met een aantal tabaksproducenten contracten af voor de teelt van tabak van de soort Tsebelia van het oogstjaar 1989.
13 Ingevolge deze teeltcontracten kocht Petridi in mei 1990 de Tsebeliatabak van oogst 1989 van de tabaksproducenten. Petridi ontving daarop van het Nationale bureau voor tabak tegen zekerheidsstelling een voorschot van 100 % op de premie.(11) Wegens de overproductie van Tsebelia en Mavra in het oogstjaar 1989, die werd geconstateerd in de controleverordening voor 1989, en de daarop volgende verlaging van de premie met 15 %, werd Petridi in 1993 door het Nationale bureau voor tabak verzocht 15 % van het ontvangen bedrag terug te betalen.
14 Petridi diende daarop voor het Eirinodikeio Echinou een vordering in tegen 15 tabaksproducenten met wie zij teeltcontracten voor de oogst 1989 had gesloten. In haar definitieve conclusie vorderde zij vaststelling dat verweersters haar bepaalde bedragen verschuldigd waren. Zij stelde, dat de tabaksproducenten de werkelijke ontvangers van de tabakssteun waren en daarom in geval van premieverlaging de terugbetaling voor hun rekening moesten nemen. Verweersters betwistten de vordering.
15 Bij vonnis van 24 juli 1995 heeft het Eirinodikeio Echinou de behandeling van de zaak geschorst en het Hof onderstaande prejudiciële vragen gesteld. Een deel van de vragen is niet apart van de uiteenzetting van de feiten geformuleerd en moet daarom worden samengevat.
"1) Is [de wijzigingsverordening] geldig, gelet op het feit dat de Raad in artikel 1 daarvan de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de productie van tabaksbladeren voor de oogsten van 1988, 1989 en 1990 voor de gehele Gemeenschap heeft vastgesteld op 385 000 ton en tevens heeft bepaald dat voor elke procent waarmee de maximumhoeveelheid voor een bepaalde soort of groep tabakssoorten wordt overschreden de interventieprijzen en premiebedragen met 1 % worden verlaagd, alsmede dat die verlaging speciaal voor de oogst van 1989 maximaal 15 % bedraagt, en tevens gelet op het ontbreken van ieder onderscheid naar tabakssoort of naar individuele teler (de prijzen worden in het algemeen en zonder onderscheid verlaagd, ongeacht of een teler al dan niet teveel heeft geproduceerd)?
2 a) Aangezien verweersters echter niet alleen op 11 mei 1989 (publicatiedatum van de [verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989], maar ook op 3 mei 1989 [vaststellingsdatum van deze verordening], de Tsebeliatabak voor de oogst 1989 reeds hadden geplant, rijst de vraag, hoe het doel dat in de considerans van [de aanvullingsverordening] voor de gegarandeerde maximumhoeveelheden wordt genoemd, de planning van de aanplant, kon worden bereikt.
2 b) (...) de verwijzende rechter vraagt zich af of de [aanvullingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989] geldig zijn voor zover het de vaststelling van de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst 1989 van Tsebeliatabak betreft, en of de tenuitvoerlegging van deze verordeningen in strijd is met het algemene beginsel dat gemeenschapshandelingen geen terugwerkende kracht hebben, het beginsel van het gewettigd vertrouwen van de telers en kopers-bewerkers van tabak en het rechtszekerheidsbeginsel.
3) Bij een bevestigend antwoord op de voorgaande vraag, is dan, gelet op de constatering door de Commissie van overproductie en overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor Tsebelia en Mavra van de oogst 1989 met 44,1 % (bijlage I bij de [controleverordening voor 1989]), om welke reden de premie (voor Tsebelia 2,304 ECU) en de interventieprijs (voor Tsebelia 2,037 ECU) met het maximum van 15 % werden verlaagd (bijlage II bij de [controleverordening voor 1989]), de [controleverordening voor 1989] geldig, en kan, gelijk verzoekster stelt, een beroep worden gedaan op de clausule van de teeltcontracten die op basis van verordening (EEG) nr. 4263/88 van de Commissie zijn gesloten? Deze clausule (clausule 8, tweede en vooral derde alinea), die in de bijlage bij laatstgenoemde verordening staat en de verlaging van de overeengekomen prijzen betreft, is opgenomen in de teeltcontracten die verweersters met verzoekster zijn aangegaan. Zij luidt: $Onverminderd het bepaalde in de vorige alinea, komen koper en verkoper een nieuwe contractprijs overeen, indien een communautaire verordening de prijzen of de premie voor de in punt 1 van dit contract vermelde tabakssoort wijzigt. Wanneer deze prijzen of premies worden gewijzigd door de toepassing van artikel 4, lid 5, van [de basisverordening], wordt de contractprijs aangepast overeenkomstig de wijziging in de prijzen en premies.'
4) In verband met de beantwoording van de voorgaande vragen rijst ten slotte de vraag, of de redenen waarom het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in 1991 (zaak C-368/89) de verordening tot vaststelling van de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de tabakssoort Bright van de oogst 1988 ongeldig heeft verklaard, zich niet ook in casu voordoen, aangezien de Commissie hier dezelfde fout heeft gemaakt door de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de oogst 1989 te laat vast te stellen, waardoor noch het doel van tijdige planning van de aanplant, in verband met het bijzondere klimaat in de regio waar Tsebeliatabak wordt verbouwd, kon worden bereikt, noch het meer algemene doel van de gegarandeerde maximumhoeveelheden, het voorkomen van overproductie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan, zoals Mavra en Tsebelia.
5) Mocht het Hof oordelen, dat bedoelde verordeningen (van de Raad en de Commissie) geldig zijn, hoe moeten deze dan worden uitgelegd in verband met de vraag of de tabaksbewerker Odetti Nikou Petridi Anonymos Kapnemporiki AE, dan wel de tabaksproducenten het bedrag waarmee de premie is verlaagd, moeten terugbetalen?"
De geldigheid van de wijzigingsverordening
16 In de eerste plaats vraagt de verwijzende rechter, of de wijzigingsverordening ongeldig is, voor zover daarin voor de oogstjaren 1988, 1989 en 1990 een totale gegarandeerde maximumhoeveelheid van 385 000 ton wordt bepaald, en tegelijkertijd wordt vastgelegd dat tot een algemene procentuele verlaging van de interventieprijs en de premies zal worden overgegaan overeenkomend met de procentuele overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheden, ongeacht de omvang van de productie per teler en zonder onderscheid naar de verschillende tabakssoorten.
17 In het arrest Crispoltoni II(12) ging het eveneens om de wettigheid van de in de wijzigingsverordening getroffen regeling. Het Hof concludeerde, dat uit het onderzoek van de gestelde vragen niet van ongeldigheid van de wijzigingsverordening of de uitvoeringsverordeningen daarvan was gebleken. Mijns inziens heeft het Hof zich daarmee uitgesproken over hetzelfde middel als in casu tegen de geldigheid van de wijzigingsverordening is ingebracht. Ik geef het Hof daarom in overweging, de eerste vraag aldus te beantwoorden, dat uit het onderzoek van de wijzigingsverordening, gelet op de verwijzingsbeschikking en de overige gebleken feiten en omstandigheden van de zaak, niet van ongeldigheid daarvan is gebleken.
De geldigheid van de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 en de aanvullingsverordening
18 Met de tweede vraag, sub a en b, wenst de verwijzende rechter te vernemen, of de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 en de aanvullingsverordening ongeldig zijn.
19 Petridi, ondersteund door de Griekse regering, stelt onder meer, dat de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 na het planten van de oogst 1989 is vastgesteld en bekendgemaakt, en derhalve terugwerkende kracht heeft. De producenten konden de oogst 1989 niet meer plannen, hetgeen de aanvullingsverordening juist mogelijk wil maken. Het doel van de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989, de productie van de minst gevraagde soorten te beperken, kon daarom niet worden verwezenlijkt.
20 De Raad en de Commissie betogen, dat gezien het feit dat de gegarandeerde maximumhoeveelheid van 385 000 ton voor de jaren 1988, 1989 en 1990 dezelfde was, het de producenten duidelijk moet zijn geweest, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst 1989 van Mavra en Tsebelia ongeveer dezelfde zou zijn als die voor de oogst 1988. De producenten wisten, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor Tsebelia en Mavra in 1988 33 000 ton bedroeg, en de Commissie had op 3 april 1989 een voorstel bekendgemaakt voor een gegarandeerde maximumhoeveelheid voor 1989 van 30 000 ton. De verlaging met 3 000 ton is te verwaarlozen en de overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheid in 1989 zou ook zonder deze verlaging hebben geleid tot de maximale premieverlaging met 15 %.
21 Blijkens de uiteenzetting van Petridis worden de Griekse tabakssoorten in het zuiden van Griekenland eind januari, begin februari gezaaid en in het noorden uiterlijk de eerste tien dagen van maart. De jonge planten worden in het zuiden uitgeplant in maart en in het noorden in april. De oogst vindt plaats twee of drie maanden na het planten, dat wil zeggen van eind juni tot 15 augustus.
22 Uit de verwijzingsbeschikking blijkt voorts, dat de producenten van Tsebelia de tabak in maart 1989 hebben uitgeplant.
23 Zowel de aanvullingsverordening als de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 is evenwel eerst bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 11 mei 1989. Mijns inziens hebben de aanvullingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 dus terugwerkende kracht, voor zover zij gegarandeerde maximumhoeveelheden voorschrijven voor in 1989 geoogste Tsebeliatabak.
24 De onderhavige zaak vertoont grote gelijkenis met de zaak Crispoltoni I(13), die de geldigheid van de wijzigingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988 betrof. In die zaak had het uitplanten plaatsgevonden vóór eind april, terwijl de wijzigingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988 eerst op 29 april, respectievelijk 26 juli 1988 waren bekendgemaakt. Het Hof concludeerde daaruit, dat de wijzigingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988 terugwerkende kracht hadden, voor zover daarin een gegarandeerde maximumhoeveelheid werd vastgesteld voor in 1988 geoogste tabak van de soort Bright. Het Hof verklaarde vervolgens, dat het beginsel van de rechtszekerheid zich in het algemeen tegen terugwerkende kracht verzet, maar dat hiervan bij wijze van uitzondering kan worden afgeweken, indien dit voor het te bereiken doel noodzakelijk is en het rechtmatige vertrouwen van de betrokkenen naar behoren in acht wordt genomen. Het Hof overwoog vervolgens:
"Volgens de eerste overweging van de considerans van [de wijzigingsverordening] is de instelling van een gegarandeerde maximumhoeveelheid bedoeld om de toeneming van de tabaksproductie in de Gemeenschap binnen de perken te houden en tezelfder tijd de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan tegen te gaan. Voor de tabaksoogst van de soort Bright in 1988 kon dit doel evenwel niet worden bereikt met verordeningen die eind april en eind juli 1988 werden gepubliceerd. Op dat tijdstip waren immers de beslissingen over de aan te planten oppervlakte reeds genomen, had de aanplant reeds plaatsgevonden en was - volgens de verwijzingsbeschikking - de oogst reeds enige tijd bezig toen [de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988] werd gepubliceerd [punt 18].
De Raad heeft overigens ingezien dat de productie onmogelijk door in dergelijke omstandigheden vastgestelde maatregelen kon worden beperkt. Bij [de aanvullingsverordening] heeft hij namelijk bepaald, dat de maximumhoeveelheden elk jaar zouden worden vastgesteld voor de oogst van het volgende jaar, teneinde - aldus de eerste overweging van de considerans van de verordening - $de aanplant te kunnen plannen' [punt 19].
Aangezien in de motivering van de wijzigingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988 geen andere redenen worden vermeld, moet dus worden vastgesteld dat niet is voldaan aan de eerste voorwaarde op grond waarvan de terugwerkende kracht van deze verordeningen aanvaardbaar zou zijn, namelijk dat het te bereiken doel dit noodzakelijk maakt, zodat deze verordeningen ongeldig zijn voor zover daarin een gegarandeerde maximumhoeveelheid wordt vastgesteld voor in 1988 geoogste tabak van de soort Bright [punt 20].
Verder is met de bestreden regeling het gewettigd vertrouwen van de betrokken ondernemers geschonden. Hoewel zij rekening moesten houden met de mogelijkheid dat maatregelen zouden worden genomen om de toeneming van de tabaksproductie in de Gemeenschap binnen de perken te houden en de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan tegen te gaan, mochten zij niettemin ervan uitgaan dat eventuele maatregelen die consequenties zouden hebben voor hun investeringen, hun tijdig ter kennis zouden worden gebracht. In casu is dit evenwel niet gebeurd [punt 21].
Mitsdien moet op de prejudiciële vraag worden geantwoord, dat [de wijzigingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1988] ongeldig zijn, voor zover zij voorzien in een gegarandeerde maximumhoeveelheid voor in 1988 geoogste tabak van de soort Bright [punt 22]."
25 Het doel van de invoering van een gegarandeerde maximumhoeveelheid, de toeneming van de tabaksproductie in de Gemeenschap binnen de perken te houden en de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestonden, tegen te gaan, kon niet worden bereikt voor de oogst van Tsebeliatabak in 1989, evenals in de zojuist aangehaalde zaak, omdat op het tijdstip van bekendmaking van de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989, 11 mei 1989, het uitplanten al achter de rug was.
26 Anderzijds gaat het in de onderhavige zaak enkel om vaststelling van de gegarandeerde maximumhoeveelheid, terwijl het arrest Crispoltoni I mede de invoering van de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden zelf betrof. Toen de producenten in de onderhavige zaak de oogst 1989 planden, waren zij reeds enkele jaren met de regeling inzake gegarandeerde maximumhoeveelheden bekend en wisten zij, dat voor elk van de oogstjaren 1989, 1990 en 1991 gegarandeerde maximumhoeveelheden zouden worden vastgesteld binnen de totale gegarandeerde maximumhoeveelheid van 385 000 ton. Bovendien kenden de producenten bij het plannen van de oogst 1989 de gegarandeerde maximumhoeveelheden van de verschillende soorten voor 1988.
27 In punt 21 van het arrest Crispoltoni I merkte het Hof op, dat hoewel de producenten rekening moesten houden met de mogelijkheid dat maatregelen zouden worden genomen om de productie van soorten waarvoor afzetmoeilijkheden bestaan tegen te gaan, zij er niettemin van mochten uitgaan dat eventuele maatregelen die consequenties zouden hebben voor hun investeringen, hun tijdig ter kennis zouden worden gebracht.
28 In de zaak Crispoltoni II was gesteld, dat de wijzigingsverordening in strijd was met het vertrouwensbeginsel. Het Hof sprak zich daarover onder meer uit als volgt:
"De bestreden regeling houdt evenwel in, dat voor een bepaalde soort gegarandeerde maximumhoeveelheden worden vastgesteld waarvan de producenten vooraf op de hoogte zijn, dat steun voor hun gehele productie verzekerd is, en dat inzake de beperking van de prijzen en premies een maximum is vastgesteld, zodat zij voldoet aan de eisen die voortvloeien uit het beginsel van het gewettigd vertrouwen." (punt 61)
29 Het Hof beklemtoonde in dat arrest derhalve het belang, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de verschillende soorten vooraf waren vastgesteld.
30 In de zaak Crispoltoni II was voorts gesteld, dat de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1991 ongeldig was, omdat zij was bekendgemaakt op 26 juni 1991, terwijl het planten in april 1991 had plaatsgevonden. Het Hof sprak zich dienaangaande uit als volgt:
"In antwoord op de uiteenzetting van de verwijzende rechter kan worden volstaan met erop te wijzen dat, zoals de Raad en de Commissie hebben benadrukt, de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst van 1991 van de soort Burley I reeds was vastgesteld bij bijlage V bij [de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1990] [punt 71].
Ingevolge artikel 4 van [de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1991] is bijlage V bij deze verordening inmiddels namelijk in de plaats gekomen van bijlage V bij [de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1990], doch zij heeft de gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst van 1991 van de soort Burley I niet gewijzigd [punt 72].
Deze laatste verordening nu is gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 23 mei 1990, dit wil zeggen lang voordat de betrokken telers een beslissing voor de oogst van 1991 dienden te nemen [punt 73].
De gestelde schending van het vertrouwensbeginsel is dus niet bewezen [punt 74]."
31 Toen de producenten in de zaak Crispoltoni II de oogst 1991 planden, waren zij reeds enkele jaren met de regeling inzake de gegarandeerde maximumhoeveelheden bekend en wisten zij, dat voor elk van de oogstjaren 1989, 1990 en 1991 gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de verschillende soorten zouden worden vastgesteld binnen de totale gegarandeerde maximumhoeveelheid van 385 000 ton. Bovendien kenden de producenten bij het plannen van de oogst 1991 de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de verschillende soorten van de oogst 1990. Zoals gezegd benadrukte het Hof echter, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor de oogst 1991 van de soort Burley I waren bekendgemaakt op 23 mei 1990, dat wil zeggen lang voordat de betrokken telers een beslissing voor de oogst van 1991 dienden te nemen.
32 Mijns inziens moet dan ook worden geconcludeerd, dat niet alleen met betrekking tot de oogst 1988, waarbij de regeling inzake de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor het eerst werd toegepast, maar ook met betrekking tot de latere oogsten, voor de eerbiediging van het verbod van terugwerkende kracht en het vertrouwensbeginsel beslissend is, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden worden vastgesteld en bekendgemaakt voordat de producenten de oogst plannen die de Gemeenschap met de vaststelling van deze gegarandeerde maximumhoeveelheden wenst te beïnvloeden. De Raad had er dus voor moeten zorgen, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden werden vastgesteld ruim voordat de producenten de oogst van 1989 planden.
33 In de eerste overweging van de considerans van de aanvullingsverordening heet het "dat de hoeveelheden voor de oogsten van 1989 en 1990 derhalve gelijktijdig dienen te worden vastgesteld". Dit wordt uitgewerkt door invoeging in artikel 4, lid 5, eerste alinea, van de basisverordening van de volgende tekst: "De Raad stelt deze gegarandeerde hoeveelheden voor de oogst van 1990 gelijktijdig met die voor de oogst van 1989 vast."
34 De aanvullingsverordening werd vastgesteld op 3 mei 1989 en bekendgemaakt op 11 mei 1989, dat wil zeggen na het planten in maart 1989. De bepaling betreffende de gelijktijdige vaststelling van de hoeveelheden voor de oogsten van 1989 en 1990 betekent derhalve, dat de gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 na het planten zijn vastgesteld. De aanvullingsverordening heeft dus evenzeer terugwerkende kracht als de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989. Mijns inziens is de aanvullingsverordening dan ook op dezelfde gronden en in dezelfde mate ongeldig als de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989.
35 Om deze redenen geef ik het Hof in overweging, de tweede vraag, sub a en b, aldus te beantwoorden, dat de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 en de aanvullingsverordening ongeldig zijn, voor zover daarbij een gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst 1989 van tabak van de soorten Tsebelia en Mavra is vastgesteld.
De overige vragen
36 Gezien het antwoord op de tweede vraag, sub a en b, acht ik beantwoording van de vierde vraag niet noodzakelijk. De derde en de vijfde vraag behoeven blijkens hun bewoordingen alleen beantwoording, indien het antwoord op de tweede vraag luidt, dat de aanvullingsverordening en de verordening gegarandeerde maximumhoeveelheden voor 1989 geldig zijn. Ik geef het Hof daarom in overweging, beantwoording van de vragen 3, 4 en 5 achterwege te laten.
37 Derhalve geef ik het Hof in overweging, de vragen van het Eirinodikeio Echinou te beantwoorden als volgt:
"1) Uit het onderzoek van verordening (EEG) nr. 1114/88 van de Raad van 25 april 1988 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 727/70 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak, is, gelet op de verwijzingsbeschikking en de overige gebleken feiten en omstandigheden van de zaak, niet van ongeldigheid daarvan gebleken.
2) Verordening (EEG) nr. 1252/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot vaststelling van de voor de oogst 1989 geldende streefprijzen, interventieprijzen, premiebedragen voor kopers van tabaksbladeren, afgeleide interventieprijzen voor verpakte tabak, referentiekwaliteiten, productiegebieden en gegarandeerde maximumhoeveelheden, en tot wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 1577/86, (EEG) nr. 1975/87 en (EEG) nr. 2268/88, en verordening (EEG) nr. 1251/89 van de Raad van 3 mei 1989 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 727/70, zijn ongeldig voor zover daarbij een gegarandeerde maximumhoeveelheid voor de oogst van 1989 van tabak van de soorten Tsebelia en Mavra is vastgesteld."
(1) - PB L 94, blz. 1.
(2) - PB L 110, blz. 35.
(3) - PB L 199, blz. 20.
(4) - PB L 129, blz. 16.
(5) - (Deze voetnoot heeft voor het Nederlands geen belang.)
(6) - PB L 129, blz. 17.
(7) - PB L 207, blz. 15.
(8) - PB L 132, blz. 28.
(9) - PB L 187, blz. 23.
(10) - PB L 163, blz. 13.
(11) - Ingevolge artikel 6 van verordening (EEG) nr. 1726/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 betreffende de wijze van toekenning van de premie voor tabaksbladeren (PB L 191, blz. 1), ontstond het recht op premie (eerst) op het tijdstip dat de tabak de plaats verliet waar hij onder controle was geplaatst. Zie hierover meer in mijn conclusie van 15 mei 1997 in zaak C-244/95, Moskof, Jurispr. blz. I-6441).
(12) - Arrest van 5 oktober 1994, Crispoltoni e.a. (C-133/93, C-300/93 en C-362/93, Jurispr. blz. I-4863).
(13) - Arrest van 11 juli 1991 (C-368/89, Jurispr. blz. I-3695).