++++
1. Kort geding ° Voorwaarden voor ontvankelijkheid ° Ontvankelijkheid van beroep in hoofdzaak ° Irrelevantie ° Grenzen
(EG-Verdrag, art. 185 en 186; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
2. Kort geding ° Wijziging van verzoek in loop van procedure ° Verruiming van strekking van gevraagde maatregel ° Ontoelaatbaarheid
3. Kort geding ° Voorwaarden voor ontvankelijkheid ° Opschorting van tenuitvoerlegging ° Verzoek strekkende tot handhaving van maatregel tot verlenging waartegen in hoofdzaak beroep tot nietigverklaring is ingesteld
(EG-Verdrag, art. 185)
4. Kort geding ° Opschorting van tenuitvoerlegging ° Voorwaarden ° Ernstige en onherstelbare schade ° Financiële schade
(EG-Verdrag, art. 185; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 104, lid 2)
1. Weliswaar moet het probleem van de ontvankelijkheid van het beroep in de hoofdzaak in beginsel niet worden onderzocht in het kader van het kort geding, teneinde de grond van de zaak niet te prejudiciëren, doch indien gesteld is dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, dient de rechter in kort geding niettemin vast te stellen dat op grond van bepaalde elementen voorshands met een zekere mate van waarschijnlijkheid tot de ontvankelijkheid van het beroep kan worden geconcludeerd.
2. Een in de loop van de procedure ingediend verzoek van verzoeker, dat volgens zijn zeggen het voorwerp van het oorspronkelijke verzoek beperkt, maar dat in werkelijkheid de strekking van de aanvankelijk gevraagde maatregel verruimt, kan door de rechter in kort geding niet worden toegewezen.
3. Een verzoek in kort geding is in beginsel alleen dan ontvankelijk, wanneer het past in het kader van de uitspraak die aan het einde van de procedure in de hoofdzaak kan worden gedaan. Dat is niet het geval met een verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging, dat strekt tot handhaving van een maatregel tot verlenging, waartegen in de hoofdzaak beroep tot nietigverklaring is ingesteld.
4. Aan de voorwaarde voor toekenning van opschorting van tenuitvoerlegging, in verband met het bestaan van een risico van ernstige en onherstelbare schade, is niet voldaan, wanneer de verzoekende onderneming slechts stelt zuiver financiële schade te hebben geleden, zonder gegevens aan te voeren waaruit blijkt, dat de schade zo groot is, dat zij in haar bestaan wordt bedreigd, en dat de schade dus niet volledig kan worden vergoed indien het beroep in de hoofdzaak wordt toegewezen.