CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL

C. O. LENZ

van 14 maart 1996 ( *1 )

1. 

In de onderhavige niet-nakomingsprocedure verwijt de Commissie de Helleense Republiek, richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening ( 1 ), niet binnen de gestelde termijn in nationaal recht te hebben omgezet.

2. 

Ingevolge artikel 44 van de richtlijn waren de Lid-Staten verplicht, de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking te doen treden om vóór 1 juli 1993 aan de richtlijn te voldoen. Bovendien waren de Lid-Staten verplicht, de Commissie onverwijld van de omzetting in kennis te stellen.

3. 

Daar de Commissie geen dergelijke mededeling van de Helleense Republiek had ontvangen, stelde zij deze laatste bij brief van 9 augustus 1993 in de gelegenheid, binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen te maken. Deze brief bleef onbeantwoord. Daarop deed de Commissie de Helleense Republiek op 6 mei 1994 een met redenen omkleed advies toekomen, waarin zij de geadresseerde verzocht, haar verplichting tot omzetting van de richtlijn binnen twee maanden na te komen. Daar ook deze brief onbeantwoord bleef, heeft de Commissie op 29 september 1995 krachtens artikel 169 EG-Verdrag beroep ingesteld bij het Hof.

4. 

Verweerster betwist niet, dat de betrokken richtlijn niet in nationaal recht is omgezet. Zij concludeert niettemin tot verwerping van het beroep. Dienaangaande voert zij aan, dat met het oog op de omzetting van de richtlijn in november 1994 een commissie is opgericht die met de voorbereiding van de nodige wetgeving is belast. Een ministerie zou bovendien reeds een ontwerp van presidentieel decreet, dat is bedoeld om de bepalingen van de richtlijn in nationaal recht om te zetten, hebben opgesteld en aan genoemde commissie hebben voorgelegd. Bovendien zou dat ministerie reeds op 27 augustus 1993 de tekst van de richtlijn bij circulaire aan alle instellingen van de publieke sector hebben meegedeeld. Deze circulaire zou instructies voor de voorlopige toepassing van de richtlijn hebben bevat.

5. 

Deze argumenten zijn niet overtuigend. Wanneer — zoals de Griekse regering stelt— de nodige maatregelen om de richtlijn in nationaal recht om te zetten, thans in voorbereiding zijn, bevestigt dit enkel dat de omzetting niet binnen de gestelde termijn heeft plaatsgevonden. De Helleense Republiek kan zich ook niet met goed gevolg op voormelde ministeriële circulaire beroepen. Zoals het Hof reeds meermaals heeft vastgesteld, zijn „eenvoudige administratieve praktijken, die naar hun aard volgens goeddunken van de administratie kunnen worden gewijzigd en waaraan onvoldoende bekendheid is gegeven, niet te beschouwen als een correcte uitvoering van de verplichtingen die het Verdrag oplegt”. ( 2 )

6. 

Mitsdien geef ik in overweging vast te stellen dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening, de krachtens het EG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Bovendien geeft ik in overweging, de Helleense Republiek in de kosten te verwijzen.


( *1 ) Oorspronkelijke taal: Duits.

( 1 ) PB 1992, L 209, blz. 1.

( 2 ) Zie bij voorbeeld arrest van 26 januari 1994 (zaak C-38I/92, Commissie/Ierland, Jurispr. 1994, blz. I-215, r. o. 7).