CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL

M. B. ELMER

van 9 maart 1995 ( *1 )

1. 

In de onderhavige zaak wordt het Hof verzocht uitspraak te doen over een vraag betreffende de uitlegging van de communautaire voorschriften inzake de etikettering van wijn en champagne.

De feiten

2.

De vraag is gerezen in een strafzaak tegen M. Voisine (verdachte in de hoofdzaak, hierna: „verdachte”), die terechtstaat wegens overtreding van artikel 11 van de Franse wet van 1 augustus 1905 betreffende fraude en vervalsing inzake produkten of diensten (loi sur les fraudes et falsifications en matière de produits ou de services). Zij zou als zaakvoerster van de SARL „Bouteilles en fête” de consument hebben misleid, meer bepaald door in strijd met de communautaire wetgeving 1425 flessen bordeauxwijn en 60 flessen champagne te hebben verkocht in de steden Vendôme, Romorantin, Blois en Azay-le-Rideau; op deze flessen waren foto's aangebracht van de steden waar de flessen werden verkocht, alsmede een korte tekst over de geschiedenis van de betrokken stad.

Blijkens de stukken berust de vervolging onder meer op bevindingen van de departementale directie mededinging, consumptie en fraudebestrijding van Loir-et-Cher, volgens welke deze vermeldingen de koper konden misleiden met betrekking tot de oorsprong van de wijn of het wijnstokras, aangezien de vermelde plaatsnamen konden worden opgevat als oorsprongsbenamingen en, voor wat betreft de stad „Romorantin”, konden worden verward met het wijnstokras „Romorantin”.

In de strafrechtelijke procedure voor het Tribunal de police de Bordeaux betoogde verdachte, dat de communautaire bepalingen enkel voorschriften bevatten over de etikettering van wijn. De afbeeldingen van steden en dergelijke die door middel van zeefdrukken of afgietsels waren aangebracht op de flessen van de door haar verkochte „Bouteilles en fête”, zouden geen deel uitmaken van het etiket, doch van de versiering van de fles.

De verwijzingsbeschikking

3.

Bij het Tribunal de police rees twijfel over de vraag, of het begrip „etiket” in de hierna genoemde communautaire bepalingen aldus moet worden uitgelegd, dat het slechts de vermeldingen omvat die het produkt kenmerken, dan wel of het zich uitstrekt tot alle vermeldingen op de fles. Bijgevolg heeft het Tribunal het Hof verzocht om beantwoording van de volgende vraag:

„Staat de definitie van ‚etikettering ’ in artikel 38 van verordening (EEG) nr. 2392/89 in de weg aan het aanbrengen van een versiering of reclame die geen verband houdt met de wijn als zodanig?”

Het gemeenschapsrecht

4.

Verordening (EEG) nr. 2392/89 van de Raad van 24 juli 1989 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost ( 1 ) (hierna: „verordening”), is vastgesteld op basis van verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt. ( 2 )

In de vijfde overweging van de considerans van de verordening wordt vermeld dat het, om te sterk uiteenlopende interpretaties te voorkomen, „nuttig is gebleken tamelijk volledige voorschriften voor de omschrijving van de produkten vast te stellen (...); dat om de doeltreffendheid van deze voorschriften te waarborgen bovendien het beginsel moet worden vastgelegd dat voor de omschrijving van wijn en druivemost geen andere aanduidingen mogen worden gebruikt dan die welke bij of krachtens die voorschriften zijn vastgesteld”.

In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte vermeldingen, die nodig zijn om het produkt te identificeren, en facultatieve vermeldingen, die veeleer bedoeld zijn om de intrinsieke kenmerken van dat produkt nader te bepalen of de aandacht te vestigen op de kwaliteit ervan.

Hoofdstuk I, afdeling B, betreffende „de omschrijving van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn” (in de verordening en hierna afgekort tot: „v. q. p. r. d.”) bevat een afdeling B I, betreffende „Etikette-ring”.

Artikel 11, lid 1, noemt de verplichte vermeldingen die de omschrijving op de etikettering moet behelzen, waaronder de vermelding van het bepaalde gebied waaruit de wijn afkomstig is (sub a), en voor recipiënten met een nominaal volume van 60 liter of minder: de naam of de firma van de bottelaar, de gemeente of het gedeelte van de gemeente en de Lid-Staat waar de bottelaar zijn hoofdzetel heeft (sub d, eerste alinea).

Artikel 11, lid 2, bevat regels volgens welke de omschrijving op de etikettering mag worden aangevuld met de aldaar genoemde gegevens, waaronder „een merk, zulks overeenkomstig de voorwaarden van artikel 40” (sub c).

Volgens artikel 12, lid 1, van de verordening mogen — behoudens enkele uitzonderingen, die voor het antwoord op de gestelde vraag niet van belang zijn — uitsluitend de in artikel 11 bedoelde vermeldingen voor de omschrijving van v. q. p. r. d. op de etikettering worden gebruikt.

In artikel 38, lid 1, wordt onder „etikettering” verstaan „het geheel van omschrijvingen en andere vermeldingen, tekens, afbeeldingen of merken, die het produkt kenmerken en die voorkomen op dezelfde recipiënt, met inbegrip van de sluiting, dan wel op de aan de recipiënt hangende label”.

Het artikel bepaalt voorts:

„Van de etikettering maken geen deel uit de vermeldingen, tekens, merken en dergelijke die

zijn vastgesteld in de fiscale bepalingen van de Lid-Staten,

verwijzen naar de fabrikant of het volume van de recipiënt en die op onuitwisbare wijze rechtstreeks op de recipiënt zijn aangebracht,

worden gebruikt voor de controle op het bottelen en in nog vast te stellen voorschriften nader worden omschreven,

worden gebruikt om het produkt te identificeren door middel van een cijfercode en/of een machinaal leesbaar symbool,

betrekking hebben op de prijs van het betrokken produkt,

worden geregeld in de voorschriften van de Lid-Staten met betrekking tot de controle op kwantiteit of kwaliteit van produkten die stelselmatig en officieel worden gekeurd.”

In titel III, „algemene bepalingen”, wordt in artikel 40, lid 1, aangegeven, dat de omschrijving en de aanbiedingsvorm van de produkten waarop de verordening betrekking heeft, alsmede alle vormen van reclame voor deze produkten niet onjuist en van dien aard mogen zijn dat zij aanleiding kunnen geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij zijn bestemd, met name ten aanzien van de in artikel 11 genoemde vermeldingen en de eigenschappen van produkten, waaronder aard, oorsprong of herkomst.

Artikel 40, lid 2, heeft betrekking op „merken” en luidt als volgt:

„2.

Wanneer de omschrijving, de aanbiedingsvorm en de reclame met betrekking tot de produkten waarop deze verordening betrekking heeft, met merken zijn aangevuld, mogen deze merken geen woorden, delen van woorden, tekens of afbeeldingen bevatten:

a)

die aanleiding kunnen geven tot verwarring of tot misleiding van de personen voor wie zij zijn bestemd, in de zin van lid 1,

of

b)

die

door de personen voor wie zij zijn bestemd, kunnen worden verward met de volledige omschrijving of met een gedeelte van de omschrijving van een tafelwijn, een v. q. p. r. d. (...)of

gelijk zijn aan de omschrijving van een dergelijk produkt, zonder dat de voor de bereiding van bovengenoemde eindprodukten gebruikte produkten aanspraak kunnen maken op een dergelijke omschrijving of aanbiedingsvorm.

Bovendien mogen voor de omschrijving van een tafelwijn, een v. q. p. r. d. of een ingevoerde wijn op de etikettering geen merken worden gebruikt waarin woorden, delen van woorden, tekens of afbeeldingen voorkomen die:

(...)

b)

(...) onjuiste aanduidingen bevatten, met name ten aanzien van de geografische oorsprong, een wijnstokras, het oogstjaar of een vermelding betreffende een hogere kwaliteit;

(...)”

5.

Met betrekking tot mousserende wijn behelst artikel 13 van verordening (EEG) nr. 3309/85 van de Raad van 18 november 1985 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd ( 3 ), voorschriften die overeenkomen met die van artikel 40 van verordening nr. 2392/89.

6.

Verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie van 16 oktober 1990 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost ( 4 ), bevat in artikel 1, lid 1, respectievelijk lid 2, nadere voorschriften over de plaats waar de verplichte respectievelijk facultatieve etiketteringsgegevens moeten worden aangebracht. Deze gegevens kunnen hetzij op hetzelfde etiket of in bepaalde gevallen op verscheidene etiketten worden aangebracht, hetzij rechtstreeks op de recipiënt worden gedrukt.

De procedure voor het Hof

7.

Verdachte betoogt, dat de verkochte flessen voldoen aan het etiketteringsvereiste van artikel 11, lid 1, van verordening nr. 2392/89. Onder etikettering moet volgens artikel 38 van die verordening worden verstaan „het geheel van omschrijvingen en andere vermeldingen, tekens, afbeeldingen of merken, die het produkt kenmerken”. De versiering op de fles heeft haars inziens daarentegen niets te maken met de wijn als zodanig, maar kan bij voorbeeld bestaan in familiefoto's, een firmalogo, een clubinsigne of een afbeelding van een localiteit. De doorsneeconsument kan daardoor derhalve niet worden misleid of geloven, dat de wijn afkomstig is van het wijnstokras Romorantin, enkel omdat op de fles het Olympisch stadion van Romorantin staat afgebeeld.

8.

Het Institut national des appellations d'origine (hierna: „INAO”), dat in de hoofdzaak als civiele partij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, merkt op, dat de definitie van het begrip etikettering in artikel 38 van verordening nr. 2392/89 algemeen is, zodat de etikettering alle vermeldingen op een fles omvat, die in elk opzicht aan de vereisten van de verordening moeten voldoen. Volgens artikel 40 van verordening nr. 2392/89 en artikel 13 van verordening nr. 3309/85, aldus het INAD, mag het gebruik van „merken” als de in geding zijnde derhalve niet misleidend zijn. De nationale rechterlijke instanties beschikken dienaangaande over een zekere beoordelingsvrijheid.

9.

De Franse regering wijst erop, dat geen onderscheid kan worden gemaakt tussen de etikettering en de andere aspecten die de flessen kenmerken. Het begrip etikettering in de relevante communautaire bepalingen verwijst, gelijk ook blijkt uit verordening nr. 3201/90, niet alleen naar het etiket in de traditionele zin van het woord, maar ook naar andere vormen van bedrukken van flessen, bij voorbeeld bedrukken door middel van zeefdruk of afgietsels. De gedetailleerde opsomming in de artikelen 11 en 12 van verordening nr. 2392/89 van de elementen die onder het begrip etikettering vallen, is weliswaar uitputtend, maar belet aan de andere kant niet, dat een versiering of een andere vermelding zonder verband met de wijn als zodanig op de fles kan worden aangebracht, mits aan de in artikel 40 van de verordening vermelde voorwaarden voor merken is voldaan. Hieruit volgt, aldus de Franse regering, dat een merk geen aanleiding mag geven tot misleiding van de consument, wat stellig het geval zou kunnen zijn indien de geografische vermelding op de versiering verschilt van het gebied waar de wijn vandaan komt.

10.

De Commissie wijst erop, dat blijkens zowel de vijfde overweging van de considerans als artikel 12 van verordening nr. 2392/89 de opsomming in artikel 11 van de elementen die onder het begrip etikettering moeten of kunnen vallen, uitputtend is. De rode draad die door de gehele communautaire regeling ter zake loopt, is het belang van de consument bij zowel voorlichting als bescherming tegen misleiding, en de vereisten die aan de etikettering worden gesteld, strekken zich derhalve uit tot elke vermelding op de fles. Artikel 40 van de verordening werkt als een soort filter voor deze vermeldingen teneinde misleiding en verwarring tegen te gaan.

Naar de opvatting van de Commissie blijkt uit de onderhavige zaak, waarom de consument tegen misleiding moet worden beschermd. In casu werd vervolging ingesteld wegens het in de handel brengen van, onder meer, flessen bordeauxwijn die waren voorzien van de plaatsnaam Romorantin. Deze stad ligt in het departement Loir-et-Cher, en niet in de streek Bordeaux. Romorantin is tevens de naam van een wijnstokras dat wordt gebruikt voor de produktie van Loirewijn, welk wijnstokras niet mag worden gebruikt voor de produktie van bordeauxwijnen.

Standpunt

11.

Verordening nr. 2392/89 is een codificatie van een aantal wijzigingen van verordening (EEG) nr. 355/79 van de Raad van 5 februari 1979. In eerdere uitspraken over de desbetreffende bepalingen van verordening nr. 355/79 verklaarde het Hof het volgende:

„Deze bepalingen hebben hetzelfde doel, namelijk bij de handel in wijn alle praktijken uit te schakelen die een valse schijn kunnen wekken, om het even of die praktijken bij de handel of bij de consumenten verwarring met bepaalde andere produkten doen ontstaan, dan wel de onjuiste indruk wekken van een in werkelijkheid niet bestaande oorsprong of in werkelijkheid niet bestaande kenmerken.” ( 5 )

In de zaak Prantl ( 6 ) oordeelde het Hof het volgende (r. o. 29):

„(...) er zij op gewezen dat de communautaire voorschriften betreffende de etikettering van wijnen (...) als een speciale regeling ter voorkoming van de gevreesde verwarring zijn te beschouwen”.

Zoals advocaat-generaal Mischo in zijn conclusie in de zaak Keller ( 7 ) opmerkte, is het „duidelijk, dat hoe beperkter en eenvormiger de aanduidingen zijn die op het etiket mogen voorkomen, hoe kleiner de kans op verwarring bij de verbruiker en hoe eenvoudiger de controle is”.

12.

Voornoemde communautaire bepalingen rechtvaardigen naar mijn mening niet, dat onderscheid wordt gemaakt tussen etikettering en versiering. Het was duidelijk de bedoeling, moeilijkheden wegens verwarring of misleiding tegen te gaan door een uitputtende opsomming te geven van de vermeldingen die op wijnflessen en dergelijke mogen voorkomen, met als enige uitzondering de uitdrukkelijk in artikel 38, lid 1, opgesomde vermeldingen. In dit verband wijs ik op de zeer ruime formulering van deze bepaling: „het geheel van omschrijvingen en andere vermeldingen, tekens, afbeeldingen of merken, die het produkt kenmerken en die voorkomen op dezelfde recipiënt, met inbegrip van de sluiting, dan wel op de aan de recipiënt hangende label”.

Het is welhaast onmogelijk, aan de woorden „die het produkt kenmerken” een bijzondere beperking toe te dichten, daar elke vermelding op de recipiënt en dergelijke het produkt kenmerkt en van andere produkten onderscheidt. Door verschillende plaatsnamen, afbeeldingen en dergelijke op haar „Bouteilles en fête” aan te brengen, probeert verdachte juist dit produkt te kenmerken op een manier die het van andere produkten onderscheidt.

Het maakt derhalve niet uit, of de etikettering geschiedt in de vorm van opplakken van een strookje papier, een afgietsel, een zeefdruk of anderszins, zoals overigens ook blijkt uit artikel 1 van verordening nr. 3201/90.

Derhalve mag op een recipiënt met wijn slechts een versiering worden aangebracht, voor zover de daarop voorkomende vermeldingen ingevolge de artikelen 11 en 12 van verordening nr. 2392/89 zijn toegestaan. Voor de beantwoording van de gestelde vraag moet vooral worden gewezen op de in artikel 11, lid 2, geboden mogelijkheid om overeenkomstig de voorwaarden van artikel 40, lid 2, een merk toe te voegen.

13.

De voorschriften inzake merken in artikel 40, lid 2, van de verordening beogen te voorkomen, dat de consument door de vermeldingen op de etikettering wordt misleid omtrent de oorsprong of de eigenschappen van de wijn, of ertoe wordt gebracht de geografische oorsprongsbenamingen te verwarren. Centraal in de communautaire bepalingen staat derhalve de bescherming van de consument tegen vermeldingen die aanleiding kunnen geven tot verwarring of die voor het overige de personen voor wie zij zijn bestemd, kunnen misleiden. Er zij op gewezen, dat er geen gevaar voor verwarring of misleiding ontstaat op grond dat bepaalde omschrijvingen —in casu bij voorbeeld Romorantin— zuiver feitelijk gezien geen verband houden met de wijn zelf. Het probleem is daarentegen, dat de consument ertoe kan worden gebracht te geloven, dat er een verband bestaat tussen een bepaalde vermelding en het produkt, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is.

14.

Ik ben het met de Commissie eens, dat de vermelding „Romorantin” een voorbeeld is van een geval dat de consument kan misleiden en tot verwarring kan leiden. Uiteraard zijn er ook gevallen denkbaar, waarin merken niet misleidend zijn, bij voorbeeld wanneer ter gelegenheid van een zilveren bruiloft flessen worden verkocht met de naam en de beeltenis van het zilveren bruidspaar erop en met vermelding van de data van het huwelijk respectievelijk de zilveren bruiloft. Er moet echter op worden gewezen, dat het enorm moeilijk is, algemeen uit te stippelen welke vermeldingen misleidend kunnen zijn of aanleiding kunnen geven tot verwarring, en welke niet. Dat moet ten slotte afhangen van een concrete beoordeling van de betrokken omstandigheden. Indien een zilveren bruidspaar bij voorbeeld algemeen bekend staat als eigenaar van een bepaald chateau en indien de wijn niet van dat chateau afkomstig is, zou de vermelding ook in het geval van de zilveren bruiloft zeer goed misleidend kunnen zijn.

15.

Het staat aan de nationale rechter, in elk afzonderlijk geval uit te maken, of de etikettering aan voornoemde vereisten voldoet.

Conclusie

16.

Gezien het voorgaande geef ik het Hof in overweging, de gestelde vraag te beantwoorden als volgt:

„—

Artikel 38 juncto artikel 11, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2392/89 verzet zich er niet tegen, dat op een recipiënt met wijn als merk een versiering wordt aangebracht die geen verband houdt met de wijn als zodanig, mits echter de daarvoor in artikel 40, lid 2, van de verordening vastgestelde voorwaarden zijn vervuld.

Het staat aan de nationale rechter, in elk afzonderlijk geval te beoordelen, of aan deze voorwaarden is voldaan.”


( *1 ) Oorspronkelijke taal: Deens.

( 1 ) PB 1989, L 232, blz. 13.

( 2 ) PB 1987, L 84, blz. 1.

( 3 ) PB 1985, L 320, blz. 9.

( 4 ) PD 1990, L 309, blz. 1.

( 5 ) Arrest van 25 februari 1981 (zaak 56/80, Weigand, Jurispr. 1981, blz. 583).

( 6 ) Arrest van 13 maart 1984 (zaak 16/83, Prantl, Jurispr. 1984, blz. 1299).

( 7 ) Arrest van 8 oktober 1986 (zaak 234/85, Keiler, lurispr. 1986, blz. 2897).