BESCHIKKING VAN HET HOF VAN 15 NOVEMBER 1993. - PIERA SCARAMUZZA TEGEN COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN. - INTERVENTIE. - ZAAK C-76/93 P.
Jurisprudentie 1993 bladzijde I-05715
Procedure - Interventie - Ambtenarenrechtspraak - Interventie van ambtenaar in kader van door andere ambtenaar ingesteld beroep tot nietigverklaring - Ontvankelijkheid - Voorwaarden
('s Hofs Statuut-EEG, art. 37, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 93 en 123)
Bij een verzoek tot interventie van een ambtenaar in het kader van een door een andere ambtenaar ingesteld beroep tot nietigverklaring, moet het begrip belang bij de beslissing van het rechtsgeding in de zin van artikel 37, tweede alinea, van het Statuut van het Hof worden opgevat als een direct belang bij wat wordt beslist op de conclusies betreffende specifiek de handeling waarvan de nietigverklaring wordt gevorderd.
In het kader van een door een ambtenaar ingesteld beroep tot nietigverklaring van een besluit betreffende de wijze van betaling van zijn bezoldiging, is dus niet-ontvankelijk het verzoek tot interventie van een andere ambtenaar die, hoewel hij dit wel had gekund, geen beroep heeft ingesteld tegen een besluit betreffende de betaling van zijn eigen bezoldiging en die slechts een indirect belang bij de beslissing van het geding kan aantonen, gelegen in de erkenning van de gegrondheid van de door de verzoeker bij wege van incident opgeworpen exceptie van onwettigheid en verband houdende met de gelijkenis tussen zijn situatie en die van laatstgenoemde.