Conclusie van advocaat-generaal Lenz van 10 november 1993. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN KONINKRIJK BELGIE. - NIET-NAKOMING - RICHTLIJNEN 90/490/EEG EN 90/506/EEG - NIET-OMZETTING BINNEN GESTELDE TERMIJN. - ZAAK C-31/93.
Jurisprudentie 1993 bladzijde I-06825
1 De Commissie heeft het Hof verzocht vast te stellen, dat het Koninkrijk België de krachtens het EEG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen door niet uiterlijk op 1 januari 1991 de richtlijnen 90/490/EEG(1) en 90/506/EEG(2) in nationaal recht om te zetten. Het Koninkrijk België ontkent niet, dat het de richtlijnen niet binnen de voorgeschreven termijn heeft omgezet.
2 De Commissie concludeert dat het het Hof behage:
1) vast te stellen dat het Koninkrijk België, door niet binnen de voorgeschreven termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen te nemen die nodig zijn om gevolg te geven aan de bepalingen van de richtlijnen van de Raad 90/490/EEG van 25 september 1990 houdende wijziging van een aantal bijlagen bij richtlijn 77/93/EEG, betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen, en 90/506/EEG van 26 september 1990 tot wijziging van bijlage IV bij richtlijn 77/93/EEG, niet heeft voldaan aan de krachtens het Verdrag op hem rustende verplichtingen;
2) het Koninkrijk België te veroordelen in de kosten.
3 In haar met redenen omkleed advies van 20 november 1991 heeft de Commissie België uitgenodigd, binnen een termijn van twee maanden aan de uit de richtlijnen 90/490 en 90/506 voortvloeiende verplichtingen te voldoen. Deze termijn is verstreken zonder dat aan die uitnodiging gevolg is gegeven. In de schriftelijke procedure voor het Hof heeft de regering van het Koninkrijk België verklaard, dat de voor de omzetting vereiste wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen zeer binnenkort zouden worden vastgesteld. Toen de schriftelijke procedure werd afgesloten, was er evenwel nog steeds geen mededeling gedaan van de ter uitvoering van de richtlijnen vastgestelde bepalingen. Er valt dus van uit te gaan, dat de richtlijnen nog niet in nationaal recht zijn omgezet.
4 Mitsdien geef ik het Hof in overweging, het verzoek van de Commissie toe te wijzen.
(1) - Achtste richtlijn van de Commissie van 25 september 1990 houdende wijziging van een aantal bijlagen bij richtlijn 77/93/EEG van de Raad, betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen (PB 1990, L 271, blz. 28).
(2) - Negende richtlijn van de Commissie van 26 september 1990 tot wijziging van bijlage IV bij richtlijn 77/93/EEG van de Raad, betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen (PB 1990, L 282, blz. 67).