61993C0030

Conclusie van advocaat-generaal Lenz van 14 april 1994. - AC-ATEL ELECTRONICS VERTRIEBS GMBH TEGEN HAUPTZOLLAMT MUENCHEN-MITTE. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: FINANZGERICHT MUENCHEN - DUITSLAND. - PREJUDICIELE VERWIJZING - BEOORDELING VAN GELDIGHEID - ANTI-DUMPINGRECHT - VERORDENING - RECTIFICATIE - DRAAGWIJDTE. - ZAAK C-30/93.

Jurisprudentie 1994 bladzijde I-02305


Conclusie van de advocaat generaal


++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

A ° Inleiding

1. Het onderhavige verzoek van het Finanzgericht Muenchen om een prejudiciële beslissing betreft een verordening van de Commissie tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen. Het Finanzgericht vraagt zich af, of deze verordening in de versie van een in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte rectificatie geldig is, daar deze rectificatie de materiële werkingssfeer van de oorspronkelijke tekst kan hebben gewijzigd. De prejudiciële vraag is gerezen in een geding tussen een importeur (verzoekster) en het Hauptzollamt Muenchen-Mitte (hierna: "Hauptzollamt") betreffende de verbeurte van de waarborg die verzoekster tot zekerheid voor het voorlopige anti-dumpingrecht had gesteld.

2. De in de betrokken verordening (EEG) nr. 165/90(1) van de Commissie van 23 januari 1990 bedoelde DRAM' s (dynamic random access memories ° dynamische willekeurig toegankelijke lees/schrijfgeheugens) zijn monolitische geïntegreerde schakelingen met duizenden geheugencellen; tot elke cel kan willekeurig toegang worden verkregen (random access). De in de geheugencellen opgeslagen elektrische lading moet na een bepaalde tijd worden geregenereerd, in verband met het weglekken van de lading. Deze regeneratie maakt het geheugen "dynamisch".(2) In overweging 15 van de litigieuze verordening wordt een onderscheid gemaakt tussen afgewerkte DRAM' s, enerzijds, en DRAM' s in de vorm van plakken (wafers) en chips, anderzijds.

3. Blijkens de verwijzingsbeschikking gaat het in de onderhavige zaak om de invoer van afgewerkte DRAM' s. Het Finanzgericht verklaart namelijk onder verwijzing naar de gecombineerde nomenclatuur, dat "vaststaat, dat het bij de door verzoekster ingevoerde geïntegreerde schakelingen gaat om produkten die onder codenummer 8542 11 43 moesten worden ingedeeld (...)".(3) Volgens de bij de invoer op 5 april 1990 ingevolge verordening (EEG) nr. 2886/89(4) van de Commissie geldende versie van de gecombineerde nomenclatuur vallen plakken onder nummer 8542 11 10 en chips onder nummer 8542 11 30. Nummer 8542 11 43 daarentegen betreft "dynamische willekeurig toegankelijke lees/schrijfgeheugens (D-RAM' s) (...) met een capaciteit van meer dan 256 Kbit doch niet meer dan 4 Mbit".

4. Kort vóór de vaststelling van de litigieuze verordening zijn de nummers van het douanetarief voor dergelijke goederen gewijzigd. Volgens de gecombineerde nomenclatuur in de versie van verordening (EEG) nr. 3174/88(5) van de Commissie vielen zij vanaf 1 januari 1989 onder nummer 8542 11 71 met de omschrijving "geheugens" (toegelicht door de begrippen en omschrijvingen in de voorgaande nummers). De gecombineerde nomenclatuur in de versie van verordening nr. 2886/89, die vanaf 1 januari 1990 geldt, bevat daarentegen drie verschillende nummers voor afgewerkte DRAM' s, naar gelang van de geheugencapaciteit ervan. Daartoe behoort, naast de nummers 8542 11 41 en 8542 11 45, ook het reeds genoemde nummer 8542 11 43, waaronder de door verzoekster ingevoerde goederen vallen. In deze versie van de gecombineerde nomenclatuur wordt nog een ° en slechts één ° andere soort van "willekeurig toegankelijke lees/schrijfgeheugens" vermeld, namelijk "statische". Ook deze worden naar gelang van hun geheugencapaciteit in verschillende postonderverdelingen ingedeeld. Ten slotte bevat deze versie van de gecombineerde nomenclatuur niet langer een nummer 8542 11 71.

5. De tekst van verordening nr. 165/90, zoals die aanvankelijk in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen was bekendgemaakt, was nog op de nummering van verordening nr. 3174/88 gebaseerd. In overweging 2 van verordening nr. 165/90 wordt gezegd:

"Vanaf 1 januari 1989 vallen DRAM' s onder de gecombineerde nomenclatuur, GN-codes ex 8542 11 10, ex 8542 11 30 en ex 8542 11 71."(6)

6. In overweging 15 staat te lezen:

"Afgewerkte DRAM' s vallen onder GN-code ex 8542 11 71; wafers vallen onder GN-code ex 8542 11 10; chips vallen onder GN-code ex 8542 11 30."(7)

7. Ten slotte luidde artikel 1 van de verordening als volgt:

"1. Op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen, bekend als DRAM' s (dynamic random access memories), vallende onder de GN-codes ex 8473 30 00, ex 8542 11 10, ex 8542 11 30, ex 8542 11 71 of ex 8548 00 00 (...), van oorsprong uit Japan, wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld.

2. Voor de doeleinden van deze verordening omvatten DRAM' s alle soorten en dichtheden met inbegrip van onafgewerkte vormen zoals wafers en chips, gemonteerd of niet gemonteerd, en multi-combinatievormen zoals 'stapel-DRAM' s' en 'modules' ."(8)

8. Op 10 februari 1990 verscheen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, reeks L, de aan het begin van mijn conclusie genoemde rectificatie(9), die een aanpassing aan de op 1 januari 1990 in werking getreden wijziging van de GN-codes inhield. In overweging 2 van de litigieuze verordening(10) werd de datum 1 januari 1989 vervangen door 1 januari 1990 en kwamen de "postonderverdelingen" 8542 11 41, 8542 11 43 en 8542 11 45 in de plaats van "postonderverdeling" ex 8542 11 71.(11) Dienovereenkomstig werden ook de GN-codes in overweging 15(12) en in artikel 1, lid 1(13), van de verordening gewijzigd.

9. Nadat de geldigheidsduur van het voorlopige anti-dumpingrecht was verlengd(14), stelde de Raad op 23 juli 1990 verordening (EEG) nr. 2112/90(15) tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de betrokken produkten en tot definitieve inning van het voorlopige recht vast. De in die verordening genoemde GN-codes stemmen overeen met die van verordening nr. 165/90, zoals gerectificeerd.

10. De door verzoekster verrichte invoer, waarom het in het hoofdgeding gaat, gebeurde na voormelde rectificatie, doch vóór de vaststelling van verordening nr. 2112/90. De betrokken produkten, die door een Japanse producent waren vervaardigd, werden namelijk op 5 april 1990 ter inklaring aangegeven, en wel, zoals in de verwijzingsbeschikking staat te lezen, als "dynamische lees/schrijfgeheugens (...)" van codenummer 8542 11 43 0020.

11. Voorts vermeldt het Finanzgericht nog, dat het douanekantoor bij de aangifte betaling verlangde van een bedrag van 20 659,12 DM tot zekerheid voor het voorlopige anti-dumpingrecht. Op verzoeksters bezwaar antwoordde het Hauptzollamt, dat de Commissie op de vraag van de Bondsminister van Financiën had meegedeeld, dat de betrokken goederen onder verordening nr. 165/90 vielen, omdat alleen video-RAM' s (VRAM' s) op basis van een static-RAM (SRAM)-celstructuur buiten de werkingssfeer van de verordening vielen.

12. Op 30 april 1991 stelde het Hauptzollamt op basis van verordening nr. 2112/90 de bestreden wijzigingsaanslag vast. Daarin werd volgens het Finanzgericht voor de betrokken goederen een definitief anti-dumpingrecht van 20 659,12 DM vastgesteld en met de gestelde zekerheid verrekend.

13. Toen haar bezwaar geen resultaat opleverde, stelde verzoekster beroep in bij het Finanzgericht. Zij beriep zich op overweging 35 van verordening nr. 165/90, waar onder de kop Video-RAM' s het volgende wordt uiteengezet:

"Eén exporteur beweerde dat video-RAM' s (VRAM' s) technische specificaties hebben welke afwijken van die van DRAM' s en derhalve van de produkten welke als soortgelijk worden aangemerkt, moeten worden uitgesloten.

De Commissie merkt op dat sommige DRAM' s kunnen worden gebruikt voor bepaalde video-toepassingen, terwijl VRAM' s technisch verschillende produkten zijn.

De Commissie bepaalt derhalve dat VRAM' s niet als soortgelijke produkten kunnen worden beschouwd, terwijl DRAM' s welke voor video-toepassingen worden gebruikt, soortgelijke produkten zijn."

14. Verzoekster stelde, dat VRAM' s volgens deze passage niet als zogenoemde soortgelijke produkten zijn aan te merken. Om die reden had zij die goederen in Hongkong besteld en ingevoerd. In verordening nr. 2112/90 van de Raad wordt haars inziens bevestigd, dat Video-RAM' s niet als soortgelijke produkten zijn aan te merken.

15. In de betrokken passage van verordening nr. 2112/90 (overweging 7, laatste gedachtenstreepje, laatste alinea) wordt gezegd:

"De Commissie ging in haar voorlopige bevindingen ervan uit, dat (...) video RAM' s (VRAM' s) die niet zijn gebaseerd op DRAM-technologie doch op andere technologieën, zoals statische RAM (SRAM)-technologie, niet als soortgelijke produkten kunnen worden beschouwd, terwijl produkten die worden gebruikt in videotoepassingen die op DRAM-technologie berusten, wel soortgelijke produkten zijn.

Gelet op het feit dat te deze geen nieuwe argumenten naar voren werden gebracht, bevestigt de Raad deze bevindingen."

16. Het Finanzgericht heeft hierover geen standpunt ingenomen. Het heeft daarentegen uiteengezet, dat verordening nr. 165/90 vóór de rectificatie ervan niet van toepassing was op modellen van GN-code 8542 11 43 en dus ook niet op de door verzoekster ingevoerde goederen. Daar verordening nr. 2112/90, die naar dit codenummer verwijst, pas vanaf 23 juli 1990 rechtsgevolgen kon sorteren, had het Hauptzollamt geen rechtsgrond om over de door verzoekster reeds in april 1990 ingevoerde goederen een anti-dumpingrecht te heffen.

17. Het Hauptzollamt is van mening, dat verordening nr. 165/90 evenwel door de (reeds aangehaalde) rectificatie van 10 februari 1990 effectief is gewijzigd, zodat reeds vanaf dat tijdstip over produkten van codenummer 8542 11 43 een voorlopig anti-dumpingrecht kon worden geheven.

18. De verwijzende rechter vraagt zich echter af, of een gemeenschapsverordening door zo een gewone "rectificatie" kan worden gewijzigd. Uit de gepubliceerde rectificatie blijkt niet duidelijk, op welke rechtstekst deze berust. Bovendien pleit, bij gebreke van nadere aanduiding, veel ervoor, dat het niet gaat om een rechtshandeling in de zin van artikel 189 van het Verdrag. Verder druist ook de vorm van de publikatie in tegen de praktijk van de instellingen om de plaats en datum van de rechtshandeling te noemen en deze te voorzien van de handtekening van het betrokken lid van de Commissie en van een slotclausule. Ten slotte blijkt uit de uitbreiding van de groep produkten tot de ingevoerde goederen, dat de "rectificatie" niet alleen schrijf- of vertaalfouten corrigeert, doch verordening nr. 165/90 inhoudelijk wijzigt.

19. Het Finanzgericht is van mening, dat voor een zo omvangrijke wijziging van de inhoud van de verordening een wijzigingsverordening had moeten worden vastgesteld.

20. Het heeft het Hof derhalve de navolgende vraag gesteld:

"Is verordening (EEG) nr. 165/90 van de Commissie van 23 januari 1990 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen, bekend als DRAM' s (dynamic random access memories), zoals gerectificeerd in het Publikatieblad van 10 februari 1990, geldig?"

21. Alleen de Commissie heeft schriftelijke opmerkingen bij het Hof ingediend. Haars inziens moet de prejudiciële vraag bevestigend worden beantwoord. Het ontbreken van codenummer 8542 11 43 in de oorspronkelijke tekst is een typisch voorbeeld van een "falsa demonstratio", die door een eenvoudige rectificatie en zonder formele wijziging kan worden rechtgezet. De betrokken goederen zijn immers in artikel 1, lid 2, en in overweging 15(16) van verordening nr. 165/90 correct en afdoende omschreven, op dezelfde wijze als in verordening nr. 2112/90. Bijgevolg mocht reeds op grond van verordening nr. 165/90 (in haar oorspronkelijke versie) een voorlopig anti-dumpingrecht worden geheven, ongeacht genoemde codenummers.

22. De Commissie stelt voorts, dat de onjuistheid van de aanvankelijk vermelde codenummers in het oog sprong. Iedereen die de verordening moest toepassen, zou ze hebben opgemerkt, wanneer hij de gecombineerde nomenclatuur in de (toepasselijke) versie van verordening nr. 2886/89 erbij nam. In deze versie komt codenummer "ex 8542 11 71" niet meer voor(17), terwijl het daarop volgende nummer 8542 11 72 een totaal verschillend produkt betreft. In de ° destijds niet meer toepasselijke ° versie van de gecombineerde nomenclatuur van verordening nr. 3174/88 waren de betrokken goederen daarentegen daadwerkelijk onder de in verordening nr. 165/90 vermelde codenummers ingedeeld.

23. Verzoekster heeft haar standpunt slechts ter terechtzitting uiteengezet. Haars inziens moet de prejudiciële vraag aldus worden beantwoord, dat video-RAM' s van codenummer 8542 11 43 niet onder verordening nr. 165/90 vallen. Video-RAM' s vielen weliswaar ook onder de abstracte definitie die in verordening nr. 165/90 van DRAM' s wordt gegeven, doch worden in overweging 35 uitdrukkelijk als niet-soortgelijke produkten aangemerkt en derhalve van het voorlopige anti-dumpingrecht uitgesloten. Verzoekster lijkt ervan uit te gaan, dat de wijziging van de codenummers de betrokken marktdeelnemers dit voordeel heeft ontnomen. Volgens haar kon dit niet gebeuren door middel van een gewone rectificatie, die niet het karakter van een verordening heeft. Daarom gevraagd, heeft verzoekster door haar directeur laten uitleggen, wat volgens haar het verschil is tussen DRAM' s en video-RAM' s. Een video-RAM is "een met SRAM gecombineerde DRAM".(18) Video-RAM' s worden vooral gebruikt op het gebied van de beeldverwerking en de grafische kaarten, waar in de eerste plaats een korte toegangstijd van belang is. Dit laatste kunnen DRAM' s niet verstrekken en bovendien kunnen zij de gegevens niet opslaan zonder regeneratie. Zij worden in eerste instantie gebruikt waar een massageheugen nodig is, zoals bij personal computers. Voorts stelt verzoekster, dat er, anders dan in overweging 7 van verordening nr. 2112/90 wordt gezegd, geen VRAM' s op SRAM-basis bestaan, en dat dergelijke VRAM' s ook technisch niet te vervaardigen zijn.

24. Verzoekster heeft de technische specificaties van de door haar ingevoerde goederen niet uitdrukkelijk vermeld, doch zij heeft verklaard, dat zij deze goederen niet als DRAM' s, maar als video-RAM' s heeft aangegeven.

25. De Commissie heeft hiertegen ingebracht, dat verzoekster het Hof andere feiten voorlegt dan die welke in de verwijzingsbeschikking zijn vermeld, hetgeen in een procedure op grond van artikel 177 van het Verdrag niet geoorloofd is. Voorts handhaaft zij in wezen de argumenten die zij reeds tijdens de schriftelijke behandeling heeft aangevoerd. Zij voegt daar nog aan toe, dat ook al is de terminologie van overweging 35 van verordening nr. 165/90 enigszins onduidelijk, daarin niettemin tot uitdrukking komt, dat video-RAM' s op basis van de DRAM-techniek onder het voorlopige anti-dumpingrecht vallen.

B ° Discussie

De door verzoekster ter terechtzitting aangevoerde argumenten en de draagwijdte van de prejudiciële vraag

26. Daar de Commissie ter terechtzitting heeft gesteld, dat in casu geen rekening mag worden gehouden met de argumenten die verzoekster daar heeft aangevoerd, moet vooraf de rechtspraak betreffende de verhouding tussen de verwijzing en de opmerkingen krachtens artikel 20 van 's Hofs Statuut-EEG worden onderzocht.

27. Volgens deze rechtspraak brengt artikel 177 van het Verdrag een rechtstreekse samenwerking tussen het Hof en de nationale rechterlijke instanties tot stand, in de vorm van een niet-contentieuze procedure, waaraan ieder initiatief van partijen vreemd is en in de loop waarvan laatstgenoemden slechts worden uitgenodigd om te worden gehoord.(19) Dit heeft met name twee gevolgen: wanneer de nationale rechter er kennelijk wou van afzien een bepaalde rechtsvraag voor te leggen, mag het Hof daar niet over heenstappen en deze vraag toch behandelen(20); het Hof mag geen rekening houden met door de betrokkenen meegedeelde feitelijke gegevens die niet voldoende verband houden met de door de verwijzende rechter uiteengezette feitelijke situatie, met name wanneer deze gegevens onnauwkeurig zijn.(21) Dergelijke feitelijke gegevens mogen des te minder in aanmerking worden genomen, wanneer zij afwijken van de door de verwijzende rechter gegeven voorstelling van de feiten.(22)

28. Toetst men de onderhavige zaak aan deze beginselen, dan blijkt allereerst, dat het Finanzgericht met betrekking tot de ingevoerde goederen geen gegevens heeft verstrekt waaruit kan worden afgeleid, dat het om andere produkten dan DRAM' s of DRAM' s met bijzondere technische specificaties ging. Het Finanzgericht heeft verzoeksters stelling, dat de ingevoerde goederen "video-RAM' s" waren, weliswaar weergegeven, doch het heeft deze niet tot de zijne gemaakt. Het heeft enkel vastgesteld, dat de ingevoerde goederen "onweersproken" onder codenummer 8542 11 43 moesten worden ingedeeld. Vervolgens heeft het de aan de prejudiciële vraag ten grondslag liggende overwegingen volledig los van verzoeksters betoog inzake de problematiek van de video-RAM' s geformuleerd.(23)

29. Voor de onderhavige procedure moet derhalve worden aangenomen, dat de ingevoerde goederen DRAM' s zonder bijzondere specificaties zijn, die volgens de sedert 1 januari 1990 geldende nomenclatuur onder codenummer 8542 11 43 moesten worden ingedeeld. Dat geldt des te meer daar verzoekster, zoals ik reeds heb gezegd, ter terechtzitting algemene verklaringen betreffende het onderscheid tussen DRAM' s en video-RAM' s heeft afgelegd, zonder evenwel duidelijkheid te verschaffen over de (gestelde) bijzondere specificaties van de door haar ingevoerde goederen.

30. Bovendien lijkt het mij uitgesloten, dat in de onderhavige procedure rekening zou worden gehouden met de door verzoekster in verband met de douaneaangifte verstrekte gegevens, die afwijken van de vaststellingen van het Finanzgericht. Derhalve moet worden aangenomen, dat verzoekster "DRAM' s" van codenummer 8542 11 43 ° en geen "bijzondere" DRAM' s of wat dan ook ° heeft aangegeven.

31. In de lijn van deze overwegingen moet worden bepaald, wat de essentie is van de prejudiciële vraag (die, zoals gezegd, eenmaal gesteld, door verzoekster niet meer kan worden beïnvloed). Het Finanzgericht wenst met deze vraag te vernemen, of in een geval als het onderhavige de geldigheid van een gerectificeerde verordening op de helling kan komen te staan, omdat bij de rectificatie in de bepalingen betreffende de werkingssfeer van de verordening nieuwe, met de sedert de vaststelling van de verordening geldende gecombineerde nomenclatuur in overeenstemming zijnde codes zijn ingevoerd ter vervanging van een codenummer uit een niet meer geldende nomenclatuur. De context waarin deze vraag is gerezen, wordt hierdoor gekenmerkt,

° dat de omschrijving van de onder de verordening vallende goederen niet is gewijzigd, en

° dat de werkingssfeer van de verordening met de nieuwe codenummers dezelfde is als die welke zou zijn voortgevloeid uit de verwijzing naar de nummers van de oude nomenclatuur, indien deze bij de vaststelling van de verordening nog van toepassing ware geweest.

Beantwoording van de prejudiciële vraag

32. De aldus afgebakende vraag stelt het probleem aan de orde, hoe een anti-dumpingverordening moet worden uitgelegd wanneer een bepaald goed weliswaar onder de in de verordening gegeven definitie van de relevante goederen valt, maar niet onder de in het beschikkend gedeelte ervan vermelde codenummers, omdat die uit een niet meer geldende nomenclatuur stammen. Indien de verordening (vóór de rectificatie) namelijk aldus moest worden uitgelegd, dat zij ondanks bovengenoemde tegenstrijdigheid op de betrokken goederen van toepassing was, vormde de rectificatie geen wijziging van de inhoud van de verordening, doch slechts een verduidelijking van de (correcte) inhoud. In die hypothese is zij slechts een correctie van materiële vergissingen (zoals schrijf- of vertaalfouten, enz.). Het is mijns inziens overdreven formalistisch, in dat geval een formele wijziging van de rechtshandeling met naleving van alle vorm- en procedurevoorschriften te verlangen.

33. Ik ben het met de Commissie eens, dat de verordening vóór de rectificatie moest worden uitgelegd zoals hierboven is aangegeven. Het is vaste rechtspraak, dat bij de uitlegging van een gemeenschapsrechtelijke bepaling niet uitsluitend met de aldaar gebezigde bewoordingen te rade dient te worden gegaan, doch ook met de context en de doelstellingen van de betrokken regeling.(24) Een beroep op een letterlijke uitlegging van een bepaling is met name misplaatst, wanneer een duidelijk geformuleerde wettekst ontbreekt.(25)

34. In dit verband zij in de eerste plaats opgemerkt, dat uit verordening nr. 165/90 niet kan worden opgemaakt, dat de in artikel 1, lid 1, genoemde codenummers voor de afbakening van de werkingssfeer van de verordening zwaarder zouden wegen dan andere elementen van de tekst van de verordening.(26) Daarbij is ook van belang, dat in de oorspronkelijke versie van de litigieuze verordening steeds het codenummer "ex 8542 11 71" werd genoemd. Zoals bekend, betekent de toevoeging "ex", die ook bij alle andere in de oorspronkelijke versie van de verordening vermelde codenummers stond, dat niet alle goederen van het betrokken codenummer onder de verordening vallen, doch enkel die, welke aan de in de verordening gegeven omschrijving beantwoorden. Blijkens deze verordening is voor de afbakening van haar werkingssfeer de omschrijving dus belangrijker dan de codenummers.

35. In de tweede plaats zij erop gewezen, dat de Commissie volgens artikel 1, lid 2, van de litigieuze verordening de bedoeling had, voor "DRAM' s van alle soorten en dichtheden" een (voorlopig) anti-dumpingrecht in te stellen. In de considerans van de verordening zijn deze produkten omstandig omschreven.(27) Bovendien is de Commissie in de considerans ingegaan op de diverse tegenwerpingen waarin werd gesteld, dat bepaalde DRAM' s niet als soortgelijke produkten waren aan te merken. Zij heeft al deze bezwaren afgewezen.(28)

36. Ten slotte zij herinnerd aan een reeds door de Commissie aangevoerd argument: de verwijzing naar codenummer 8542 11 72, die in de nieuwe nomenclatuur op niets meer sloeg, dekte de betrokken groep goederen in de voorgaande nomenclatuur. Hierbij komt, dat het gelet op de tekst van verordening nr. 165/90 ook voor de hand lag, af te gaan op deze eerdere nomenclatuur. Zoals gezegd, vallen afgewerkte DRAM' s volgens de oorspronkelijke tekst van overweging 15 onder "GN-code ex 8542 11 72", en wel, zoals in overweging 2 uitdrukkelijk wordt gezegd, "(vanaf) 1 januari 1989". Dit is juist de datum van inwerkingtreding van verordening nr. 3174/88, waarbij deze versie van de gecombineerde nomenclatuur (die op haar beurt kort vóór de vaststelling van verordening nr. 165/90, namelijk per 1 januari 1990, door vorenbedoelde nieuwe versie is vervangen) is ingevoerd.(29)

37. Onder die omstandigheden mocht het ontbreken van codenummer 8542 11 43 in artikel 1, lid 1, van de verordening niet aldus worden verstaan, dat goederen die volgens de nieuwe nomenclatuur onder dit nummer vielen, van het voorlopige anti-dumpingrecht waren uitgesloten. De rectificatie van 10 februari 1990 heeft de inhoud van de oorspronkelijke tekst dus niet gewijzigd en kon de geldigheid van de betrokken verordening derhalve niet aantasten.

38. Alvorens ik op grond van het voorgaande mijn conclusie formuleer, nog een woord over de stelling van de Commissie, dat de vergissing in de oorspronkelijke versie "overduidelijk" was. Mijns inziens doet dit niet ter zake. Beslissend is alleen, dat ondanks deze vergissing de juiste betekenis van de betrokken tekst bij wege van uitlegging nauwkeurig kon worden bepaald.

39. Hoe moeilijk het voor de gemiddelde marktdeelnemer was om de juiste betekenis van de tekst te achterhalen, speelt daarbij geen rol. Dit aspect kan hooguit van belang zijn in een contradictoire procedure betreffende de verdeling van de aansprakelijkheid voor de schade die particulieren door de onjuiste verwijzingen in de oorspronkelijke versie van de verordening zouden hebben geleden.

C ° Conclusie

40. Gelet op het voorgaande, geef ik het Hof in overweging de vraag van het Finanzgericht Muenchen te beantwoorden als volgt:

Bij onderzoek van de prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van verordening (EEG) nr. 165/90 van de Commissie, zoals gerectificeerd op 10 februari 1990, kunnen aantasten.

(*) Oorspronkelijke taal: Duits.

(1) - Verordening tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen, bekend als DRAM' s (dynamic random access memories), van oorsprong uit Japan, aanvaarding van door bepaalde exporteurs aangeboden verbintenissen in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van deze produkten, en beëindiging van het onderzoek dienaangaande (PB 1990, L 20, blz. 5).

(2) - Zie voor de details van de definitie de voetnoot bij overweging 15 van verordening nr. 165/90.

(3) - Blz. 4 van de verwijzingsbeschikking, cursivering in de originele versie.

(4) - PB 1989, L 282, blz. 1.

(5) - PB 1988, L 298, blz. 1.

(6) - Eigen cursivering.

(7) - Eigen cursivering.

(8) - Eigen cursivering.

(9) - PB 1990, L 38, blz. 44.

(10) - Zie hierboven, punt 5.

(11) - Zie hierboven, punt 4.

(12) - Zie hierboven, punt 6.

(13) - Zie hierboven, punt 7.

(14) - Verordening (EEG) nr. 1361/90 van de Raad (PB 1990, L 131, blz. 6).

(15) - Verordening tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer van bepaalde soorten elektronische microschakelingen, bekend als DRAM' s (dynamic random-access memories) van oorsprong uit Japan en tot definitieve inning van het voorlopige recht (PB 1990, L 193, blz. 1).

(16) - Zie hierboven, punten 2 en 7.

(17) - Zie hierboven, punt 4.

(18) - SRAM betekent static RAM: zie hierboven, punt 15.

(19) - Arresten van 19 januari 1994 (zaak C-364/92, SAT Fluggesellschaft mbH, Jurispr. 1994, blz. I-43, r.o. 9) en 9 december 1965 (zaak 44/65, Hessische Knappschaft, Jurispr. 1965, blz. 1147, 1155).

(20) - Arrest van 5 oktober 1988 (zaak 247/86, Alsatel, Jurispr. 1988, blz. 5987, r.o. 8).

(21) - Zie het arrest Alsatel (vorige voetnoot), r.o. 22.

(22) - Arrest van 29 april 1982 (zaak 17/81, Pabst & Richarz, Jurispr. 1982, blz. 1331, r.o. 11 en 12).

(23) - Zie hierboven, punten 16 tot en met 19.

(24) - Zie bij voorbeeld in verband met een anti-dumpingverordening, het arrest van 1 april 1993, zaak C-136/91, Findling Waelzlager, Jurispr. 1993, blz. I-1793, r.o. 11) en de andere verwijzingen aldaar.

(25) - Zie r.o. 14 van voormeld arrest, alsmede de conclusie van advocaat-generaal Van Gerven van 5 mei 1993 in zaak C-304/92 (Lloyd-Textil, Jurispr. 1993, blz. I-7013, punt 10), waarin dit arrest wordt besproken.

(26) - Zie, voor een soortgelijk geval, het arrest van 22 december 1993 (zaak C-304/92, Lloyd-Textil, Jurispr. 1993, blz. I-7007, inzonderheid r.o. 12 en 13).

(27) - Zie hierboven, punt 2 en voetnoot 2.

(28) - Zie de overwegingen 17 tot en met 35 van de litigieuze verordening.

(29) - Zie hierboven, punt 4.