61992J0248

ARREST VAN HET HOF (VIERDE KAMER) VAN 2 AUGUSTUS 1993. - JEPSEN STAHL GMBH TEGEN HAUPTZOLLAMT EMMERICH. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: FINANZGERICHT DUESSELDORF - DUITSLAND. - GEMEENSCHAPPELIJK DOUANETARIEF - POSTONDERVERDELINGEN 7211 21 00 EN 7211 22 90 - AAN VIER ZIJDEN GEWALST. - ZAAK C-248/92.

Jurisprudentie 1993 bladzijde I-04721


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


1. Gemeenschappelijk douanetarief ° Indeling van goederen ° Criteria ° Objectieve kenmerken en eigenschappen van produkt ° Uitzondering ° In gecombineerde nomenclatuur uitdrukkelijk voorzien fabricageprocédé

2. Gemeenschappelijk douanetarief ° Tariefposten ° Gewalste platte produkten aan vier zijden gewalst in de zin van postonderverdeling 7211 21 00 van gecombineerde nomenclatuur ° Indeling uitsluitend op grond van fabricageprocédé

Samenvatting


1. Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle in het algemeen worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van het gemeenschappelijk douanetarief en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn vastgelegd. Er zijn evenwel gevallen waarin, omdat bedoelde bepalingen dat uitdrukkelijk voorschrijven, het fabricageprocédé van een produkt beslissend is voor de indeling ervan.

2. Postonderverdeling 7211 21 00 van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie die is bekendgemaakt in bijlage I bij verordening nr. 3174/88 tot wijziging van bijlage I van verordening nr. 2658/87 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd, dat de uitdrukking "aan vier zijden gewalst" enkel doelt op het aangewende fabricageprocédé, ongeacht of daarbij aan alle gewalste zijden van het produkt scherpe kanten ontstaan.

Partijen


In zaak C-248/92,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Finanzgericht Duesseldorf, in het aldaar aanhangig geding tussen

Jepsen Stahl GmbH

en

Hauptzollamt Emmerich,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van de postonderverdelingen 7211 21 00 en 7211 22 90 van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1988, L 298, blz. 1),

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),

samengesteld als volgt: C. N. Kakouris, kamerpresident, M. Diez de Velasco en P. J. G. Kapteyn, rechters,

advocaat-generaal: C. Gulmann

griffier: H. von Holstein, adjunct-griffier

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

° het Hauptzollamt Emmerich, vertegenwoordigd door Ch. Schulz-Loerbroks, Regierungsdirektor bij de Oberfinanzdirektion Duesseldorf, als gemachtigde,

° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door R. Wainwright, juridisch adviseur, en A. Bardenhewer, lid van de juridische dienst, als gemachtigden, bijgestaan door H.-J. Rabe, advocaat te Hamburg,

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van Jepsen Stahl GmbH, vertegenwoordigd door P. Henseler, advocaat te Duesseldorf, en van de Commissie ter terechtzitting van 22 april 1993,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 mei 1993,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest


1 Bij beschikking van 22 april 1992, ingekomen bij het Hof op 29 mei daaropvolgend, heeft het Finanzgericht Duesseldorf krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een prejudiciële vraag gesteld over de uitlegging van de postonderverdelingen 7211 21 00 en 7211 22 90 van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1988, L 298, blz. 1).

2 Deze vragen zijn gerezen in een geding tussen de vennootschap Jepsen Stahl GmbH (hierna: "Jepsen Stahl") en het Hauptzollamt Emmerich (hierna: het "Hauptzollamt") over de tariefindeling van een in februari 1989 uit Polen in de Gemeenschap ingevoerde partij staalprodukten.

3 In de vereenvoudigde aangifte had verzoekster in het hoofdgeding, Jepsen Stahl, de op een universeel walswerk vervaardigde produkten omschreven als "gewalste platte produkten van niet-gelegeerd staal, met een breedte van minder dan 600 mm, een rekgrens van minder dan 355 MPa, andere, enkel warm gewalst, aan vier zijden of in een gesloten kaliber gewalst, met een breedte van meer dan 150 mm en een dikte van 4 mm of meer, niet opgerold, glad" en gerangschikt onder postonderverdeling 7211 21 00 van het gemeenschappelijk douanetarief (hierna: "GDT").

4 Bij inspectie van de goederen stelde de douane vast, dat het "blijkbaar gewalste platte produkten [betrof], met een breedte van minder dan 500 mm, met ronde kanten, niet aan vier zijden gewalst". Volgens het Hauptzollamt dienden de produkten bijgevolg te worden ingedeeld onder postonderverdeling 7211 22 00.

5 Jepsen Stahl bestrijdt de door het Hauptzollamt besloten tariefindeling. Volgens haar zijn de ingevoerde produkten, gelet op de wijze waarop ze zijn vervaardigd, aan vier zijden gewalste produkten (zogeheten "plaatstroken"). De natuurlijke walszijkanten die de douane heeft vastgesteld, zijn onvermijdelijk en kenmerkend voor op een universeel walswerk vervaardigde produkten.

6 Onder die omstandigheden heeft het Finanzgericht Duesseldorf de behandeling van de zaak geschorst en het Hof de volgende prejudiciële vraag voorgelegd:

"Moet postonderverdeling 7211 21 00 van de gecombineerde nomenclatuur, in de versie van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88, aldus worden uitgelegd, dat het kenmerk 'aan vier zijden gewalst' alleen slaat op de wijze waarop het produkt is vervaardigd, of is voorts vereist, dat het aan vier zijden walsen moet resulteren in een vervorming ° scherpe kanten aan alle gewalste zijden ° die aan de goederen kan worden waargenomen?"

7 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten van het hoofdgeding, het procesverloop en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport ter terechtzitting. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven, voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

8 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen, of postonderverdeling 7211 21 00 van het GDT aldus moet worden uitgelegd, dat de uitdrukking "aan vier zijden gewalst" enkel doelt op het toegepaste fabricageprocédé, dan wel of daarenboven is vereist, dat dit fabricageprocédé leidt tot scherpe kanten aan alle gewalste zijden van het produkt.

9 Volgens vaste rechtspraak (zie onder meer arrest van 25 mei 1989, zaak 40/88, Weber, Jurispr. 1989, blz. 1395, r.o. 13) moet het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle in het algemeen worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van het GDT en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn vastgelegd.

10 Wat in het bijzonder de vraag betreft, of het fabricageprocédé van de goederen van invloed is op de tariefindeling ervan, heeft het Hof in genoemd arrest Weber reeds opgemerkt, dat het douanetarief weliswaar in de regel en bij voorkeur gebruik maakt van indelingscriteria gebaseerd op de objectieve kenmerken en eigenschappen van de produkten, die bij inklaring geverifieerd kunnen worden, doch in bepaalde gevallen rekening houdt met de fabricagemethode van de goederen. In die gevallen is het fabricageprocédé van een produkt beslissend.

11 In casu refereert de omschrijving van postonderverdeling 7211 21 00 van het GDT uitdrukkelijk naar het fabricageprocédé, wanneer daarin wordt gezegd dat de produkten "aan vier zijden of in een gesloten kaliber gewalst" moeten zijn. Anders dan wat verweerder in het hoofdgeding betoogt, laat ook de Engelstalige omschrijving van deze postonderverdeling geen andere uitleg toe. Het beslissende karakter van het fabricageprocédé wordt bovendien bevestigd door de toelichtingen op het geharmoniseerd systeem bij post 7211, die eveneens gelden voor postonderverdeling 7211 21 00; volgens deze toelichtingen omvat deze post plaatstroken, waaronder zijn te verstaan produkten met "een rechthoekige dwarsdoorsnede, niet opgerold, aan vier zijden in een gesloten kaliber of op het universeel walswerk warm gewalst (...)".

12 Verweerder daarentegen voert aan, dat blijkens Euronorm 91-81 voor de tariefindeling het resultaat van de bewerking beslissend is, en niet de bewerking die daadwerkelijk is uitgevoerd.

13 In dit verband moet worden opgemerkt, dat de Euronormen door het Europees normalisatiecomité opgestelde normen zijn, die enkel betrekking hebben op de omschrijving van de staalprodukten en los staan van de tariefindeling ervan. Derhalve kunnen zij in de onderhavige zaak geen criterium zijn.

14 Mitsdien moet op de vraag van de verwijzende rechter worden geantwoord, dat postonderverdeling 7211 21 00 van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88, aldus moet worden uitgelegd, dat de uitdrukking "aan vier zijden gewalst" enkel doelt op het toegepaste produktieprocédé, ongeacht of daarbij aan alle gewalste zijden van het produkt scherpe kanten ontstaan.

Beslissing inzake de kosten


Kosten

15 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),

uitspraak doende op de door het Finanzgericht Duesseldorf bij beschikking van 22 april 1992 gestelde vraag, verklaart voor recht:

Postonderverdeling 7211 21 00 van het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van bijlage I bij verordening (EEG) nr. 3174/88 van de Commissie van 21 september 1988 tot wijziging van bijlage I van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, moet aldus worden uitgelegd, dat de uitdrukking "aan vier zijden gewalst" enkel doelt op het toegepaste produktieprocédé, ongeacht of daarbij aan alle gewalste zijden van het produkt scherpe kanten ontstaan.